College dooddrinken (launch basvanderveen.nl)

De onderstaande tekst heb ik geschreven voor mijn vriend en wapenbroeder Bas van der Veen. Vanavond is zijn website de lucht ingegaan. Een absolute aanrader voor mensen die schrander commentaar willen lezen op het nieuws van alledag. Bas is een cynicus, een scherpe observator en bovenal iemand die een verfrissende kijk heeft op maatschappelijke ontwikkelingen en discussies. In mijn gastbijdrage, die u ook hier op deze website kunt lezen, geef ik een “college dooddrinken”, ontvouw ik een aantal redenen om naar de fles te grijpen en ontboezem ik de ware betekenis van drank. Ik ontvang gaarne al uw reacties waarin u beschrijft dat ik moreel verwerpelijk ben, thuishoor in een psychiatrisch centrum en een schande ben voor alle mannen.

Lees basvanderveen.nl

Lees verder »

Slecht gezelschap

Zij meende me te moeten onderwerpen aan haar moralistische prietpraat, vooral door te wijzen op mijn schandelijke levensvisie, waarbij in het bijzonder vrouwen het dikwijls moeten ontgelden. Ik probeerde de stroom van onnozele woorden die haar mond ontvloden te stelpen met vele glazen whisky, maar hoe meer zij dronk des te ongenadiger zij werd in haar verwijten aan mijn adres. Ze kon nog zoveel zeggen als ze wilde, desnoods tot de morgenzon ons zou begroeten, ik werd er niet door geraakt. ‘Sommige mensen kunnen hun eigen ketenen niet verbreken en toch hun vrienden bevrijden.’ Ze staakte even haar tirade en dacht na over mijn woorden. ‘Waar slaat dat dan op?’ vroeg ze. ‘Ik weet het niet. Vraag het aan Nietzsche, die klootzak heeft het bedacht. Maar het komt er in dit geval de facto op neer dat ik jou een ongelooflijk kutwijf vind, dat haar eigen frustraties en tekortkomingen verbloemt door mij aan te vallen.’ Het meisje sloeg haar glas whisky in een keer achterover. Ze zweeg.

Lees verder »

De vredestichter

Eerder, nog niet zo lang geleden, voelde ik altijd een drang, dikwijls gedreven door overmatig drankgebruik, om tijdens het uitgaan ruzie te maken met iedere klootzak die me niet aanstond. Laten we elkaar geen mietje noemen: ik was een gepatenteerde hufter. Een ruziemaker! Een onverbeterlijke patjepeeër! Tegenwoordig ben ik niet meer zo. Ik ben door de jaren heen verstandig geworden, denk ik. Als een Antiliaan nu met een schaapachtige blik en heupwiegend tegen me aan komt schuren, stoot ik niet de gouden tanden uit zijn bek, doch kies ik er simpelweg voor om elders in het café post te vatten. Ook wanneer ik aan de bar een doodeenvoudige jongen de hele nacht steevast spa rood zie consumeren, zoek ik niet langer de discussie met hem op. Ik trek zijn mannelijkheid niet in twijfel. Ik negeer die flikker gewoon. Hij doet maar, die halfzachte klootzak. Nu is alles anders, ja! Sterker nog, ik wil me tegenwoordig nog wel eens opwerpen als vredestichter tijdens vechtpartijen. Ik ben een goed mens.

Lees verder »

Over een kutwijf

Niet alleen ter wille van het cultiveren van een literair imago doch ook om de waarheid met eer en geweten te dienen, zal ik in deze eerste zin gewag maken van het feit dat ik stomdronken, of op zijn minst behoorlijk aangeschoten, het nieuwe café in de binnenstad van Deventer waggelend betrad. Nu was er geen bijzondere reden om me in een eerder stadium van die avond helemaal naar de kloten te drinken, sterker nog: ik dronk louter uit verveling een fles whisky leeg. In de nieuwbakken kroeg zag ik veelal oude gezichten. Dat was me wat, die bekende koppen. Je zou er wat van krijgen. Deventer is een mooie stad, begrijp me niet verkeerd, maar als je er welhaast een kwart eeuw hebt gewoond moet je niet hopen op een anoniem bestaan. Die zakkenwassers kennen je geschiedenis, al ken jij hen niet. Ik sloot me aan bij m’n kompanen en hoorde hen praten over alledaagse zaken. Het is dat er opeens een ravissant heerlijk wijf de tent kwam binnenlopen, anders was ik allang huiswaarts gekeerd.

Lees verder »

Een moeizaam bestaan

Zij bracht het glas, na er eerst drie keer aan geroken te hebben, aarzelend en met een bevende hand naar haar mond. Terwijl ze een slok nam, wierp ze een priemende blik op mij. Ik keek laconiek om me heen, greep ook mijn drankje beet en klokte de inhoud van de longdrink in twee teugen achterover. Nog steeds had ik de indruk dat ze me niet volledig vertrouwde. ‘Dat van de GHB was een grapje, hè… Er zit niets in je drank,’ zei ik. Ze ontspande zich niet direct, al deed ze behoorlijk haar best om als zodanig over te komen. Ik haalde de fles uit de drankkast en plaatste deze op de tafel, zodat ze zeker kon zijn van mijn onschuld. Buiten ontspon zich Hollands noodweer en het werd donker in de kamer, overeenkomstig met de sfeer die op dat moment in die ruimte hing. Ze was een leuk wijf, dat zeker. Maar het feit dat ze bij mij thuis bang was om zich aan koud water te verbranden, voorspelde weinig goeds.

Lees verder »


Design by:WebsiteNow
                                                                                             Copyright Ozcan Akyol
RSS