
De bus is reeds vijf minuten te laat, zie ik in de rechterbovenhoek van mijn mobiele telefoon. De gedachte wordt geboren dat de vertraging misschien wel iets te maken heeft met die vreemde advertenties die tegenwoordig de meeste bussen sieren. Vreemde advertenties? Ja. Dat zit zo. De atheïsten dringen tegenwoordig hun overtuiging aan ons op, door te vermelden op openbare bussen dat er waarschijnlijk geen god bestaat. Dat doen zij om bewustwording te kweken bij mensen die klakkeloos iets geloven, zonder de materie te onderwerpen aan de wetten van bijvoorbeeld Darwin. In Spanje en Engeland is een heuse busbattle ontstaan tussen de verschillende overtuigingen.
Er zijn veel zaken die je verkeerd kunt aanpakken als je dronken bent, niet op de laatste plaats staat het fenomeen nachtelijke telefoongesprekken voeren met meisjes die je normaliter niet zo gauw zou bellen. Vanochtend werd ik wakker met de mobiele telefoon op het kussen naast de mijne. Ik zag dat het lichtje knipperde - er was gebeld. De middaguren raakten naderbij. Ik negeerde de gemiste oproepen en keek wie ik gisternacht zelf allemaal had proberen te bereiken. Ik sloeg mezelf letterlijk voor de kop toen ik daar kennis van nam. Tijdens het drinkgelag van gisteren had ik weer wat meisjes gebeld, onder wie een aantal exen. Wat ik besproken had met hen? Geen flauw idee.
We kwamen elkaar zondagavond tegen op het treinstation van Deventer, de zwaarmoedige alcoholist en ik. Het was overduidelijk voor iedereen op het perron dat hij, een Nederlandse man van veertig jaar, gehuld in een regenjack en een versleten spijkerbroek, niet meer lucide was. Sterker nog, hij was straalbezopen. De vraag was eigenlijk: wanneer was hij voor het laatst nuchter? Ik stond koukleumend tegen een grote pilaar op het station, had mijn beide handen in mijn jaszakken verstopt en sloeg de alcoholist gade. Hij zag mij, begon te lachen en stapte op me af. Met dubbele tong vroeg hij wanneer de trein naar Zwolle zou arriveren. ‘Nog vijf minuten, vriend’, stelde ik hem gerust.
