In mijn haast om de eerstvolgende trein in de richting van Hilversum te halen en met de gestalte van de oude, kreupele vrouw in mijn vizier, besloot ik mijn pas te versnellen richting het loket van de NS. Ik was namelijk vergeten mijn bankpas mee te nemen, kon dus niet bij een automaat mijn kaartje kopen en de trein vertrok volgens de dienstregeling al over zes minuten. Wat doe je als je ongeveer gelijktijdig met een bejaarde vrouw voor een verkooploket van treinkaartjes staat en je weet op voorhand dat wanneer je haar voorrang geeft de trein, zonder jou als passagier, vertrekken zal? Goed. Dat heeft te maken met opvoeding, lijkt me. Ik liet haar voor.
Echt regelmatig zal je mij niet vinden bij de dokter. Maar een keer in de zoveel jaar wip ik er wel eens langs, al is het maar omdat ik me zorgen maak over de lange periodes van gezondheid die mij ten deel vallen. Daar is mijn leefgewoonte niet naar, vind ik. De laatste keer dat ik op bezoek was bij mijn huisarts was hij een Nederlandse man met een goedlachse en zeer behulpzame assistente. Ze zaten in een aftands pand aan de Singel, net buiten het centrum van Deventer. Tegenwoordig is de dokter een Turk en zit hij in een gloednieuw pand - ook aan de Singel. Vrij revolutionair, als je het aan mij vraagt. Doch één ding is niet veranderd: de assistente is in al haar vriendelijkheid gehandhaafd.
Over buschauffeurs is in het afgelopen jaar veel gezegd en nog meer geschreven. Een baan als buschauffeur is tegenwoordig geen sinecure, dunkt me. Het risico om gemolesteerd te worden hangt als het zwaard van Damocles boven je hoofd. Het schijnt een trend te zijn binnen de samenleving, medewerkers van Arriva en Connexxion fysiek en verbaal belagen. Eerlijk gezegd was ik in de veronderstelling dat deze ontwikkeling door media overdreven werd. Tot gistermiddag. Toen moest ik in Zwolle-Zuid zijn om een pakketje op te halen in het postkantoor. Er was voor mij op dat moment maar een mogelijkheid om daar te geraken. Ik nam de bus.
Verspreid over de gehele lengte van de Wellekade staat een groot aantal ramptoeristen filosoferend en lachend met elkaar te roezemoezen. Ik loop in een traag tempo richting het verlaten terras bij de Wilhelminabrug, op honderd meter afstand van waar de actie zich voltrekt, en besluit een cola te gaan drinken. De uitbater zelf heeft samen met een jeugdige medewerker plaatsgenomen aan een tafeltje. Ze zitten beiden demonstratief met hun rug naar de spoorbrug, de duikplank die de negentienjarige jongen heeft gebruikt voor zijn ‘sportieve duik’ om vervolgens voor eeuwig kopje onder te verdwijnen.
Nu ik er reeds een half jaar resideer, weet ik het zeker. Zwolle is niet mijn stad. Het milieu is anders dan ik gewend ben. Statiger. Gekunsteld, zelfs. In wezen is Zwolle niets meer dan een groot gristendorp met hier en daar zijn positieve uitschieters. Neem nou de Turkse kapper die ik om de twee weken bezoek. In Deventer is het aantal kappers veel groter, maar ik zweer al zeven maanden bij mijn kapper Ömer in de Zwolse wijk Holtenbroek. Het leven in kapsalon Ömer is ongecompliceerd, de klandizie is alledaags en daarenboven staat de kapper garant voor een goede knipbeurt voor weinig geld - het unique selling point van elke Turkse kapper.
