Een doelloze halte

De grijze man met de geruite pet op zijn kruin stond zenuwachtig te wachten bij de halte, ondanks de aanwezigheid van de bus. Hij had apert een opwindende dag voor de boeg, deze knar. De buschauffeur tastte de situatie af, sloot zijn deuren niet, maar de krasse grijsaard bleef onverstoorbaar op zijn post staan. Af en toe keek hij naar de ruimte achter het lange voertuig, alsof hij op een andere bus stond te wachten. Maar langs deze halte rijdt enkel één lijn. Zou de oude man dat weten? Ik was uit de bus gestapt en wenste hem een goedendag. Hij groette me terug en nam zelfs even zijn pet af voor mij. Ik vond hem een innemende mijnheer, een man die ongetwijfeld vol verhalen zit uit een bewogen geschiedenis. Doch, ik kon geen praatje met hem slaan. Ik had een afspraak in het kantoorpand, een straat verderop. Een ontmoeting met de reclasseringsambtenaar. De bus was onderhand uit het zicht verdwenen, de oude man stond er nog steeds.

Lees verder

Bij de fysiotherapeut

Een vreemde bedoening, daar bij de Zwolse fysiotherapeut tegenover het winkelcentrum Forelkolk. Bij binnenkomst trof ik, na een hevige worsteling met een klemmende deur, een verlaten receptie aan, een lege wachtkamer en een vloer die besmeurd was met gesmolten sneeuwdrap en dientengevolge verworden tot een spekgladde modderpoel. Het was dan ook niet verwonderlijk te noemen dat het kreupele meisje dat na mij binnenkwam vrijwel direct achterover gleed en een pijnlijke landing maakte op de achterkant van haar hoofd. De betegelde grond zorgde voor een harde landing. Een therapeut kwam vanuit een behandelkamer gesneld en boog paniekerig voorover om te kijken naar het huilende meisje. Toen wierp hij een blik op mij, een nieuw gezicht in de praktijk. ‘Ja, gladde vloer, hè!’ zei ik argeloos. Hij bestudeerde schuldbewust de modder en nam het schreiende slachtoffer mee naar achteren.

Lees verder

De zus van Fleur

In de trein vanuit Hilversum belde het blonde meisje fluisterend met haar zusje, althans: het was mijn opvatting dat het haar zusje betrof. Zij had een witte muts op en een purperkleurige sjaal rustte doelloos op haar schoot. Wij zaten tegenover elkaar in een trein met Groningen als eindbestemming. Beiden hadden we tamelijk asociaal een schooltas naast ons gedeponeerd. Zij was een mooi meisje, met een guitige blik in haar koraalblauwe ogen en een lief wipneusje. De blonde plukjes haar die nonchalant ontsnapten aan de randen van haar muts werkten ontwapenend op mijn gemoed. De conducteur epibreerde zich een weg door onze cabine, keek even bij de schuifdeur in zijn computertje en besloot toen de kuierlatten te nemen. Die had er weinig zin in. Het geduld van het meisje tegenover mij werd danig op de proef gesteld door haar zusje. ‘Dat zei ik toch… Hoe laat ben ik in Zwolle…? Dat kun je zien… Nee, aan de onderkant… Fleur!’

Lees verder

Een kamperlied voor m’n lief

Echt, zou er op dat moment iemand naar me toe zijn gelopen, bijvoorbeeld een verstrooide bosneger met een jachtgeweer in zijn hand en een psychopathische blik in zijn ogen, met het vriendelijke verzoek of hij een stuk lood door mijn kop mocht jagen, ik zou me haasten om in te stemmen. Jongens! Zoveel ellende maak je zelden mee op de vierkante meter. Hetzelfde nummer van Django Wagner, een dikke reiziger, weerklonk voor de zesde keer uit de speakers van het Hollandse Café. Het lofliedje ging over Kali, volgens mij een heel lief meisje met een zachtmoedige blik in haar ogen. Maar het was pas 02.00 uur. En ik was Django beu. Toch had de selecte groep cafébezoekers evenveel plezier als toen het lied voor het eerst door de speakers schalde. Een avondje uit tussen de kampers en asocialen, het is een keer wat anders.

Lees verder

Maria Mosterd loog als volleerde geldwolf

De afgelopen maanden hebben veel hersenloze lieden mij bestookt met mailtjes omtrent de zaak Maria Mosterd en haar aanklacht tegen de Thorbecke Scholengemeenschap. De beroepsquerulante eiste smartengeld, ik vond dat dubieus. Ik zou ongenuanceerd, slecht geïnformeerd en bovendien meedogenloos zijn in mijn oordeel. Hele stammen claqueurs en oprechte sympathisanten namen het voor de Zwolse adolescente op. Afgelopen week volgde de ontknoping. De rechtbank kwam met een oordeel. In het vonnis wordt pijnlijk blootgelegd dat het verhaal van Maria Mosterd aan alle kanten rammelt. Niet alleen is haar vordering afgewezen, ook werd duidelijk dat Mosterd de helft van het boek “Echte mannen eten geen kaas” heeft verzonnen.

Lees verder

Pages ... 1 2 3