Een lekker wijf
Zij was een lekker wijf. Ze droeg haar blonde haren in een staartje. Het bovenste knoopje van haar zwarte blouse was losgemaakt, waardoor je een glimp kon opvangen van haar pronte borsten. Ze had donkerblauwe jeans aan. Haar kont was strak gevormd, rond en niet té geprononceerd. Zij was het meisje op wie je eindeloos bleef geilen als je bij haar aan de bar zat, een nimf die na ieder glas alcohol nog mooier werd dan ze aanvankelijk, bij binnenkomst in de kroeg, al was. Na de vierde keer dat ze ons had bediend, besloot ik een guitige opmerking te plaatsen over de blauwe pleister die zij om haar kleine pink had gewikkeld. Ze lachte spontaan. ‘Ik ben een kluns. Loop altijd averij op.’ Ze sprak lekker Nederlands, zeker voor een barmeisje – over het algemeen geen bijster intelligent volk. Ik gaf haar een knipoog. Zij lachte weer en kweet zich verder van haar plichten.
Spraakgebrek
Mijn geheugen
De discotheek was onderbevolkt. Sterker nog, er liep amper tien man in de danszaal. Het was ruim na middernacht, een overijverige deejay deed zijn uiterste best om de plaatjes soepel aan elkaar te mixen, het barmeisje met de grote ronde gouden oorbellen stak verveeld een sigaretje op en wij zaten met zijn vijven in de hoek van die paupertent. Gelukkig voor de uitbater dronken mijn vrienden en ik voor twee hele voetbalelftallen, toch een beetje omzet voor die kloothommel. Af en toe ging de deur van de entree open, dan kwamen mensen poolshoogte nemen, op zoek naar nog meer vertier dan in de kroegen waar zij eerder uithingen. Maar niemand bleef plakken. Het was armoede van de bovenste plank, daar in de discotheek in Deventer, waar wij een omstandige flirt met korsakov aangingen.
Een oude bekende
‘Nog een keer, nog een keer,’ riep ik de tegen de loopse vrouw, ‘nog een keer.’ Maar de prostituee weigerde haar borsten nog een keer te laten zien aan ons. Kinderachtig gedoe, dacht ik. We liepen vrolijk door over De Bokkingshang, de hoerenstraat in Deventer, en stuitten op een gegeven moment op een man die geknield een smeekbede deed voor het peeskamertje van een temeier. ‘Alsjeblieft,’ smeekte hij, ‘geef me nog een laatste kans. Ik zal je niet meer dwingen om dingen te doen die je niet wilt. Ik betaal je dubbel. I promise!’ De hoer, een dikke negerin met bruin geverfd haar, kauwde arrogant op haar kauwgompje, wierp vluchtig twee blikken naar links en naar rechts en deed vervolgens haar deur open. De man wilde naar binnen kruipen, maar moest een trap incasseren op zijn neus. ‘Get the fock out!’ schreeuwde de hoer.
De ontembare verveling
De jongen en het meisje hadden evident een probleem, vooral met elkaar. Wat voor probleem? Ik wist het niet. Doch de ruzie tussen beide pubers vlak voor mijn huis had een balsemende werking op mijn gemoed. Ik was namelijk niet echt in m’n hum, om het maar eufemistisch te omschrijven. Mijn onbehagen had betrekking op de wereld, want hoezeer ik ook mijn best doe, ik krijg maar geen grip op haar. Ik bedoel, iedereen verveelt zich wel eens, maar ik verveel me altijd en overal. Dat kan toch niet gezond zijn? Vragen, vragen… Wat vang je ermee aan? Het meisje belaagde de jongen fysiek en hij duwde haar van zich af, met als gevolg dat het mokkel op de grond viel, mede door de sneeuw en het ijs op de grond. Toen zij daar zo verslagen op de grond lag, zag ik dat haar kont best sexy was. Erop af, dacht ik.