Aan de wandel
Er was godverdomme geen reden om het huis te verlaten, laat staan dat ik de behoefte voelde om met wie dan ook te converseren over het leven en alle rotzooi die daar bij komt kijken, maar toch trok ik mijn schoenen aan en slofte ik met tegenzin stadwaarts. Over het weer niets dan lof. Het was warm en de zon scheen. Wat wil een mens nog meer? Ik liep langs een klef stelletje. Ze zoenden elkaar onophoudelijk en hij plaatste zo nu en dan zijn rechterhand op een van haar tieten. Van verliefde mensen moet ik altijd kotsen, dus ik haastte me schielijk naar het grote plein in de binnenstad, om daar de stemming te peilen. De terrassen zaten nagenoeg vol, het bier vloeide royaal en de mooie meiden waren niet op vier handen en voeten te tellen. Al met al kreeg ik trek in een glas whisky. Dus ik nam zetel op het terras van café d’Olde Bats en wachtte geduldig tot ik bediend zou worden.