Even een week niet
Stress! Ik kan het niet meer aan, joh. Derhalve deze week geen nieuwe blog. Volgende week wel weer. Neem het me niet kwalijk. Doe je dat wel? Scheld me dan alsjeblieft helemaal verrot met behulp van het contactformulier. Liefdesverklaringen mogen op dezelfde plek worden gedeponeerd. En man, oh man, wat heb ik veel liefde nodig. Hoe dan ook, ik ga weer verder met gewichtige zaken. Tot volgende week.
Mijn naam is beunhaas
De donkere limousinetaxi stond op de standplaats in Apeldoorn op ons te wachten, vlakbij twee dönerzaken die door het uitgaanspubliek werden belegerd. Ik wierp een blik op de digitale klok van mijn telefoon, keek naar het crapuul dat als een bende halfdebiele mieren door elkaar heen krioelde in een uiterste poging om een broodje te scoren en besloot toen dat ik thuis in Deventer een ochtendmaal zou nuttigen. We stapten met de nodige vertraging in de taxi en vroegen de Turkse chauffeur, een adolescent met een rood petje op zijn kruin, ons naar Deventer te rijden. Dat deed hij. Onderweg vocht ik tegen de slaap. Wij waren met zijn vijven en iedereen was dronken. De bestuurder van de auto zette zijn Turkse muziek op, al telde ik maar twee Turken in de auto, en keek de hele tijd in zijn binnenspiegel naar mij. In het begin liet het me onverschillig, vooral omdat ik dronken was en geen zin had om me op te winden over zo’n loensende flikker. Doch toen hij na vijf minuten nog steeds bleef spieden, wekte het enige argwaan bij mij – de held van onze tijd.
Vrouwen die lezen
In De Slegte in Apeldoorn zocht ik de boeken op mijn lijstje. De muffe geur van het oude papier in het antiquariaatgedeelte heeft, hoe pathetisch het ook klinkt, een rustgevende werking op mij. Ik voel me thuis tussen de afdankertjes van anderen. Ik was reeds tien minuten in de winkel toen een donkerblond meisje doelgericht naar een krakkemikkige kast liep. Ze zocht tussen de boeken, trok af en toe een exemplaar eruit om het te bestuderen en drukte almaar plukjes haar achter haar piepkleine oren. Met Borderwijks Karakter in mijn hand loenste ik naar de kont van het meisje. Een mooie kont, mag ik wel zeggen. Niet te groot en een uitstekende vorm. Nu heb ik altijd al gezegd, dat het meisje met wie ik zal trouwen regelmatig en uit eigen beweging een bibliotheek dan wel boekwinkeltje dient te bezoeken. Aan die eis voldeed dit mokkel. Ik voelde een tinteling in mijn buik. Het was zaak voor mij om te achterhalen in hoeverre zij aan al mijn andere eisen voldoet.
Spontane confessies
Zowaar liep mijn ex-vriendin, een meisje dat de tirannie van de tand des tijds had moeten bekopen met diepe groeven in haar gezicht en een kont die evident in omvang was toegenomen, met ferme stappen op onze groep af, ongetwijfeld met het doel om een hartig woordje met mij te wisselen. Ik bleef quasinonchalant tegen de toog leunen, hield in de gaten of ze geen scherp voorwerp in haar hand had – waarmee ze me eventueel zou kunnen verwonden – en koos een strategische positie achter een vriend. Hij zou kunnen dienen als menselijk schild, niemand zou die hufter missen als hij vannacht werd doodgestoken. Terwijl zij onderweg naar mij was, recapituleerde ik in mijn hoofd in beeld en geluid de tijd die ik met haar heb doorgebracht. Het was een goede tijd. Leerzaam, vooral. Zij was het type dat nooit de stad inging. Ik daarentegen was niet uit het nachtleven te slaan. Als ’s morgens vroeg de zon opdoemde aan de horizon, holde ik naar buiten en schold haar uit voor ongelooflijke klootzak. Mijn ex-vriendin had toen al acht uur slaap erop zitten.
Zondag te horen op Radio 1
Zondag 8 augustus ben ik om 12.45 uur te horen in het Radio 1-programma Lange Leve de Boosheid. In dit programma worden prominente mensen geconfronteerd met hun minder bekende criticasters. Aanvankelijk zou ik Lucie Mosterd ontmoeten, doch deze wees een confrontatie met mij van de hand. Ik zou volgens de moeder van Maria Mosterd te ‘onredelijk’ zijn. Je reinste onzin, natuurlijk. Ze vermijdt een discussie, daar ze weet dat ze schuldig is aan volksverlakkerij, pathologische leugens en wie weet wat nog meer. De EO kwam daarom met Maria Genova op de proppen. Een journaliste die meerdere boeken heeft geschreven, en ook eentje over een meisje dat ten prooi viel aan een loverboy. Met haar discussieer ik kort over de mythe loverboy – zoals ik die noem – en vooral over mijn vrouwonvriendelijkheid.
De verontwaardiging over mijn uitspraken was natuurlijk groot bij zowel Bert van Leeuwen (de presentator), Maria Genova als de EO-redactie. En het zou me niets verbazen als ik na de montage eruit kom als een krankzinnige vrouwenhater die daarnaast wordt neergezet als duivelsgebroed. Het zij zo. Ik ging er met mijn volle verstand zitten. En waarom niet? Ik ben zo ijdel als de pest. Als Monique Smit me had uitgenodigd om een liedje met haar mee te dansen tijdens het programma Kids Top 20, was ik hollend naar de studio gelopen! Kom nou! Zo ben ik! Ik zou bovendien Monique Smit om verkering vragen. Serieus! Goed, ze ziet er dan wel uit als een lelijk speenvarken, maar ergens is dat sexy. Afijn, die radio-uitzending dus. Voor de mensen die zondagmiddag niet kunnen luisteren: luister hierrr alles terug!