Allochtonen op mediaredacties

Perdiep Ramesar is een fantast die jarenlang verhalen en bronnen heeft verzonnen. Daarmee werd hij een sterverslaggever van dagblad Trouw. De Nederlandse journalist met een Hindoestaanse achtergrond kon er rustig op los fabuleren, zonder gewetenswroeging of redactionele controles. Absoluut dieptepunt was een reportage over de Shariadriehoek, een Haagse wijk volledig in de ban van de radicale islam. Andere media namen de verzinsels van Ramesar gewillig over.

Nu, na ruim vijf jaar, zakt hij door het ijs. Honderdzesentwintig verhalen worden door Trouw ingetrokken.

Maar hoe kon dit allemaal gebeuren?

Er zijn mensen die suggereren dat Perdiep Ramesar louter schreef wat het publiek van hem wilde lezen, namelijk over de rafelranden van de maatschappij, in het bijzonder over de problematiek rondom minderheden. Dat kon hij als allochtoon eenvoudig doen: hij staat dichtbij de materie en heeft dankzij zijn achtergrond een ander netwerk dan de doorsnee blanke verslaggever.

De eindredacties smulden ervan. Eindelijk artikelen van binnenuit, geschreven door iemand uit de periferie. Daar is binnen de journalistiek al jaren vraag naar. Redacties zijn over het algemeen roomblank en de media worden goeddeels gedomineerd door witte mannen die ijzerenheinig hun old boys network in stand houden.

Iedere redactie heeft wel een gekleurd lid, maar dat is vaak een figurant, niet iemand die de lijnen uitzet. Als je een beetje cynisch bent, zou je kunnen zeggen dat de meeste mediabedrijven alleen een allochtoon in dienst nemen om hun geweten te sussen. Een allochtoon voor de bühne. Een excuusjournalist. Kijk ons eens even modern zijn…

Wacht eens even. Schrijf ik voor dit mooie blad vanwege mijn talent? Hoe zit dat eigenlijk, Erik Noomen?

Hoe dan ook, ik heb twee talige studies gedaan (Journalistiek en Nederlands) en loop nu al een tijdje mee in de mediawereld. Veel andere gastarbeiders kwam ik inderdaad niet tegen. Het gaat mij te ver om alleen kranten en televisieprogramma’s als schuldige aan te wijzen voor het ontbreken van allochtone medewerkers. Er is meer.

Vooropgesteld, veel media bestaan inderdaad uit blanke oude mannen met een bekrompen wereldbeeld die helemaal niet openstaan voor nieuwe mensen. Hun afkeer geldt niet alleen voor allochtonen, maar voor alles wat jong, snel en vooruitstrevend is. De baantjes worden aan vriendjes vergeven. En als er al een keer een allochtoon tussendoor glipt, dan verwacht men van hem dat hij alleen over allochtone onderwerpen gaat schrijven.

Dat is fout. Alsof een allochtoon niet over economie, politiek en sport kan berichten. Dus ja, de mentaliteit van de gevestigde orde moet zeker veranderen, willen we straks meer kleur op de redacties hebben.

Dat laat onverlet dat ook het een en ander aan de allochtone jongeren in onze samenleving mankeert. De meesten halen hun neus op voor de journalistiek, omdat er in die branche weinig geld wordt verdiend. Ik zie bij mijn Turkse vrienden dat ze voor status en geld gaan, twee zaken die je niet krijgt als je een dienende rol in de media vervult. Daarom gaan ze eerder voor een baan als advocaat, dokter of bankier, of ze beginnen hun eigen onderneming waarmee ze respect afdwingen binnen hun sociale omgeving.

Een ander probleem waar veel allochtone jongeren nog steeds mee kampen, is een hardnekkige taalachterstand. Dit is een impopulaire conclusie, maar als ik alleen al naar mijn eigen studie-ervaring kijk, is het wel erg opvallend dat ik bij de talige studies nooit een Marokkaan of Turk tegenkwam. Hiermee wil ik niet zeggen dat ze er hélemaal niet zijn, maar wel dat het aantal verwaarloosbaar is. Veel allochtonen spreken thuis nog in de taal van hun oma. Zij eindigen met leerproblemen op ROC’s. Degene die wel studeren, vermijden Nederlandse studentenverenigingen en bouwen amper aan een goed netwerk. Zij hebben een cultuurachterstand.

De enkeling die wel ijverig is, moet vechten tegen achterhaalde bolwerken van geborneerde witte Nederlanders. Als je het zo bekijkt, zou je bijna denken dat Perdiep Ramesar verhalen verzon om te overleven. Maar dat is natuurlijk niet zo.

Hij was gewoon fout.

(Deze column verscheen eerder in Nieuwe Revu)