Azrail of Hein?
Donker is de kamer, geen zonnestraal die mijn bed bereikt. Het gordijn sluit ik maar. De sfeer moet net zo triest zijn als mijn ziekte. Morgen kan het allemaal afgelopen zijn. Vanavond ook. Ik kam mijn haar nog maar een keer, de eerste blik op een afgestorvene beklijft voor altijd, zeggen ze. Mijn vriendin moet me wel herinneren als een knappe jongen. Dat ben ik. Ik wil me scheren, maar daar heb ik geen kracht meer voor. Het lichaam verliest van lieverlee al zijn ambities.
Probeer mijn arm op te tillen.
Tweede poging.
Het lukt niet. De kracht is uit het lichaam gestroomd. Weggevloeid. Waarheen weet ik niet. Gewoon weg. Niet hier. Mijn telefoon piept: privénummer. Wil de telefoon wel opnemen, maar dat gaat niet. Bovendien is het koud aan die zijde van het bed. Normaal ligt zij aan die kant, nu is ze elders. Daar. Niet bij mij. Ik ben ziek en het is besmettelijk ook. Dat gun je niemand.
Een verdwaalde zonnestraal ontwijkt het gordijn, glipt erlangs, en rust op de mauve deken van het grote bed. Een straaltje hoop komt mij nu vergezellen. We kijken aftastend naar elkaar. Nu herken ik het oordeel, niets geen straaltje hoop.
Bittere ernst.
Ik vraag hoe het met hem is. Hij reageert niet, beweegt zich alleen een beetje hautain over de deken en strekt zich protserig uit. Hij mag dat van mij: hij komt van bovenaf. Daar waar ik dadelijk ook heen zal gaan. We liggen nu ontspannen in hetzelfde bed. Althans, hij op en ik in het bed.
Azrail
óf
Hein.
Welke van de twee is het eigenlijk? Of zijn ze het allebei en gaan ze twisten over de voorwaarden van mijn helvaart? Mijn karma beleeft een recessie, mijn bestemming is daarom bekend, echter is mijn gids naamloos. Daarom zwijgt deze lichtstraal dus ook. Puntje komt bij paaltje.
Anarchie in de metafysische wereld.
De voordeur gaat open, de hakken van haar schoenen maken echoënde geluiden in de hal en ze loopt de kamer in. Ze drukt op de knop van de lamp en weg is mijn zonnestraal. Weg is Azrail ( of Hein ). Mijn vriendin rolt de gordijn op en beklaagt zich over de trieste bedoening in de kamer. Wil me opliften uit het bed om uit het raam te kijken.
Coïtus interruptus.
De helvaart, mijn vlucht, werd in de lucht gecanceld. Krijg een halfvol glas met water van mijn vriendin. Een bruistablet gaat erin. Hexal AG, zegt ze. Is goed tegen griep, hoesten en keelpijn. Donkere wolken trekken weg en duizenden zonnestralen besluiten voor anker te gaan op ons bed. Zonlicht in de kamer. Een ontsnapping. Vanavond zal ik herstellen van mijn verkoudheid.