Buren

Tegenover het studentencomplex waar ik woon, staat een aftands flatgebouw. Driehoog. De kleur van deze flat is een vreemdsoortig blauw. Niet een kleur blauw zoals je die nu voorstelt in gedachten, maar een kleur die voortgekomen is uit armoede – dat moet wel. Alsof de inhoud van de pot saffierblauwe verf erg karig was, waardoor de schilders besloten om deze verf eindeloos te verdunnen met water of zo. In het gebouw woont niemand, lijkt het. Ik zie alleen iedere zondag een man van rond de dertig op een balkon lopen die met weinig ijver aan een sigaret begint. Het ziet er bijna uit als een plichtpleging, zoals hij rookt.

Als het op buren aankomt, ben ik een voyeur. Dat is er in de loop der jaren ingegoten door mijn ouders. Vroeger, toen ik als puber terugkwam van school, zwaar vermoeid en een beetje uit mijn hum door het lange fietsen, had de eerste mededeling die mij werd gedaan regelmatig betrekking op de buren. Zo zag ik mijn moeder een keer hevig zwetend voor het raam zitten, alsof er buiten een liquidatie plaatsvond. ‘De buurvrouw van nummer 25 is thuisgekomen met een neger,’ stamelde ze. Na dit soort ontdekkingen maakte ik dikwijls de opmerking dat ze het niet moest vergeten te noteren in het dossier van de desbetreffende buurvrouw. Dat was gekscherend. Maar feitelijk wist mijn moeder altijd meer van de omringende buren dan nodig was.

Ach ja,

Buren.

Als ik aan de andere kant van mijn nieuwe woning ga staan, in de keuken, heb ik een uitzicht op de binnenplaats van het studentencomplex. Dan zie ik zo’n honderd andere keukenramen. Als het duister intreedt, kan men bij elkaar naar binnen kijken, althans: in de keuken. Nu moet ik zeggen dat dit panorama een mens niet echt kan boeien. Toch ben ik de afgelopen weken wel wat wijzer geworden over wat voor soort volk er op dit complex woont. De buren aan de overkant bijvoorbeeld zijn altijd thuis. Bovendien zijn zij altijd met zijn tweeën. Een studentikoos meisje (bruine krullen, klein van stuk en met een aparte mimiek) en haar vriend. Deze jongen zal wel begin twintig zijn, hij is boomlang en gespeend van charisma. Typisch een Fries, zeg maar.

Het zijn twee uitersten, de buren aan weerszijden van mijn huis. Persoonlijk heb ik meer met de man die eenzelvig op het balkon staat te roken en zijn mislukte leven beschouwt tijdens een sigaret. Ik hou van die sereniteit. Hij vertolkt het leven van de ontheemde. Hij staat er als een man die tien jaar gevangenisstraf heeft uitgezeten en zich nu ongemakkelijk voelt door de vrijheid die hij geniet. De studenten zijn bon vivants, dertien in een dozijnmensen, daar heb ik totaal geen affiniteit mee. Het is vreemd dat je een heel verhaal bij mensen kunt bedenken, eer je ook maar één woord met hen hebt gewisseld. Toch denk ik niet dat mijn opvatting bezijden de waarheid is. Daar ben ik te ijdel voor.

Die nacht.

Ik werd wakker rond 03.00 uur. Het was de nacht van woensdag op donderdag. De volgende dag zou ik naar school gaan, maar ik kon de slaap niet meer vatten. Ik besloot mijn balkon op te zoeken en voerde de eenden wat kipkorns en patat speciaal – dat was nog over van de voorgaande avond. De buurman was vanzelfsprekend niet aanwezig. Sterker nog, de hele noordzijde lag in de armen van Morpheus. Het was donker als de hel aan die kant van mijn huis. Ik sloot de deur omzichtig en liep in de richting van de keuken, om een glas water te drinken. Daar trof ik drie verlichte keukenramen aan. En het kon ook niet anders: ook de keuken van het meisje met de bruine krullen en de achterlijke Fries was verlicht. Met het glas op mijn onderlip bleef ik een poos kijken.

Vrij rap, na een minuut of drie, stond de jongen naakt tussen de potten en pannen. Eerst dacht ik dat ik nog sliep, dus liep ik even naar de wc om een minuut later terug te keren op mijn post. Maar ik droomde niet. Die Fries stond er echt naakt. Ik besloot kokhalzend terug te keren naar mijn bed, zij het niet dat nu ook het meisje met de bruine krullen volledig ontkleed in de keuken verscheen. Ze deden dingen die mensen doen als ze elkaar aardig vinden en eer ik het doorhad begonnen zij aan allerhande acrobatische handelingen. Het werd een peepshow. Ik liep snel de keuken uit, dook mijn bed in en dacht weer aan de buurvrouw in mijn ouderlijk huis die tien jaar geleden met een neger thuiskwam. Morgen zou ik vragen aan mijn moeder wat zij destijds heeft gadegeslagen. Dat huis had ook geen gordijnen, daar bij mijn ouders.