Burgerschapsonderwijs

Staatssecretaris Sander Dekker concludeert na een kritisch rapport van de onderwijsinspectie dat er onvoldoende aandacht is voor burgerschapsonderwijs. En dat is tamelijk zorgwekkend, temeer omdat er momenteel veel maatschappelijke spanningen zijn, digitaal en in de echte wereld. Dus het moet allemaal beter.

Maar wat is burgerschap? Daar zijn de meningen over verdeeld. Sander Dekker zegt hierover: ,,Het uitgangspunt voor burgerschapsonderwijs ligt in de basiswaarden van de democratische rechtsstaat die ons verbinden, zoals gelijkwaardigheid, de vrijheid van geloof en meningsuiting en het recht op zelfbeschikking.”

Wat mij betreft moet er eerst een sterk accent op nationaliteit worden gelegd. Want als jongeren zich burger van een ander land voelen, zijn alle pogingen om hen ergens bij te betrekken nutteloos.

Elke keer als ik voor een klas met allochtone jongeren sta, leg ik ze uit dat de tijd is gekomen om het burgerschap in dit land onvoorwaardelijk te omarmen. Dat vraagt een enorme mentaliteitsverandering. Want als ik roep dat ik een Nederlander (met Turkse ouders) ben, leidt dat regelmatig tot een zucht, een kreun en een synchroon hoofdschudden.

Een dergelijk statement wordt namelijk vaak beoordeeld als verraad. Nestbevuiling. Er bestaat een vooringenomen afkeer van alles en iedereen die de oorspronkelijke nationaliteit wil veranderen. En dat is soms best vermoeiend, vooral als er over het thema moet worden gedebatteerd.

Want op het moment dat mensen zeggen dat ze op de eerste plek Turk of Marokkaan zijn, en dan pas een Nederlander, is het vrij inconsistent om ook te klagen dat ze zich als tweederangsburgers behandeld voelen, bijvoorbeeld tijdens sollicitatiegesprekken.

Het is logisch dat thuis de identiteitsvorming voor een groot deel wordt bepaald. Om die reden zou een verplicht vak als burgerschap in het onderwijs de heersende gedachten kunnen bijsturen – dan wel corrigeren. Als kinderen met de paplepel krijgen ingegoten dat ze anders zijn, is het ook niet zo verwonderlijk dat ze afwijkend gedrag gaan vertonen.

‘Falend integratiebeleid’, hoor ik critici al roepen. En dat is natuurlijk correct. Des te meer reden om nieuwe generaties in te laten zien dat zij wel degelijk Nederlanders zijn, met alle rechten én plichten die daarbij horen.

(deze column verscheen eerder in het AD)