De puber
Gepost op 24 mei, 2009
Nu ik in de herfst van mijn jeugd leef, betrap ik mezelf erop dat ik verval in oude gewoontes. Toen de pubertijd namelijk hoogtij vierde in mijn leven, dat was zo’n vijf à zes jaar terug, was ik niet weg te slaan uit het uitgaansleven van Deventer, zwierf ik minstens vier dagen in de week dronken door de binnenstad en benaderde ik iedere vrouw louter met één doel. Ik wilde hen dekken. De drang naar die jeugdige onbezonnenheid speelt enorm op. Sterker nog, hij is in oorspronkelijke staat teruggekeerd in mijn leven. Waarom? Ik weet het niet. Misschien wel om definitief afscheid te mogen nemen van de puberale fase. Het is een moeilijk afscheid.
Zo voelt dat dus, oud worden. Dat is wat ik dacht toen ik om vier uur in de ochtend, gezeten op een kruk aan de bar van café Moodies in Deventer, een tent waarvan de uitsmijter opvallend veel gelijkenissen vertoont met doelman Henk Timmer van Feyenoord (ook hij laat iedere onbenul zonder scrupules langs hem heen lopen), flink moest geeuwen. Het eerste wat ik deed was om me heen kijken of het niemand was opgevallen, dat gapen. Dat was niet zo. De mensen waren lazarus en zaten of stonden te geilen op het barmeisje van krap twintig jaar. Zij moet een kutleven hebben, dacht ik. Die conclusie viel uit alles te trekken.
Zij stond met een diep decolleté biertjes te tappen voor oudere mannen: steuntrekkers en mislukkelingen die her en der bastaards hebben rondlopen, zich een soort Tony Montana wanen en iedere uitgaansavond beëindigen met een knokpartij. Een beetje zoals ik dat vroeger ook deed. Dan doel ik op dat laatste punt. Nee, ik bedoel, ik heb misschien ook wel ergens wat bastaards rondlopen, maar die ken ik niet. Ze mogen best bellen trouwens. Dus als je dit leest: bel me. Hoe dan ook, het barmeisje was zich bewust van de interesse van de vieze mannen. Ze wakkerde haar zelfs aan door flirterig te knipogen en overdreven te geiten. Ik moest kokhalzen, op mijn beurt.
Achter de gokautomaat, die wijselijk in een hoekje was gedrukt, stond, of althans hij probeerde het, een grote dikke Turk met een snor. Ik kwam naast hem staan en lachte hem bemoedigend toe. Hij keek mij zijdelings met een agressieve blik aan. ‘Van wie ben jij de zoon?’ schreeuwde hij. ‘Van mijn vader,’ antwoordde ik ook schreeuwend. ‘Hoe heet jouw vader?’ vroeg hij. ‘Dat weet ik niet,’ zei ik, ‘Ik ben een bastaardzoon.’ Hij liet de kast voor wat die was en omhelsde mij innig. ‘Ik ook, jongen, ik ben ook een bastaard! Wil je wat drinken?’ ‘Doe maar een vieuxtje.’ De man mengde zich in de strijd van het vee voor de bar en ging voor mij bestellen. Ik tikte zijn karige winst uit en klom de trap op naar boven.
Daar liep ik algauw tegen een kamper aan van pakweg dertig jaar. Hij had oorbellen in allebei zijn oren, tatoeages over zijn hele lichaam (hij droeg een hemd) en maakte rare kauwbewegingen met zijn bek. ‘Is de sos een beetje goed?’ vroeg ik met oprechte belangstelling. Hij wierp een blik op mij met uitpuilende ogen en begon aan een gekunstelde lachbui. Zijn lichaam was verlamd van de coke. Dus toen ik hem tackelde en op de toiletvloer liet vallen, hij uit zijn neus ging bloeden, deed hij niets anders dan verder lachen. Toen ik ook nog de biljetten uit zijn broekzak griste, stak hij een duim uit ter goedkeuring. ‘Volgende keer op tijd betalen, klootzak!’ zei ik nog. Ik ben een meester in de kunst van het bluffen.
In het vrouwentoilet stonden twee vrouwen met open deur elkaar te vingeren. Met mijn handen op mijn onderrug bekeek ik hun activiteit. Ze lieten het gebeuren. Na een paar minuten kreeg ik toch argwaan, bovendien was mijn drankje op. ‘Moet ik betalen voor deze show of zijn jullie hoeren voor de fun?’ Ze reageerden allebei niet. De lelijkste van de twee trok de deur met een doffe knal dicht. Maar dat vond ik niet erg. Ik wilde weer naar beneden, maar kwam toen voor het eerst iemand van mijn eigen leeftijd tegen. ‘Luister, jongen. In het vrouwentoilet kan je voor twee tientjes neuken met twee vrouwen. Speciale actie.’ Hij drukte meteen een briefje van twintig in mijn hand en liep erop af. Bijna beneden, hoorde ik een boel misbaar.
De morgenzon scheen haar licht over de vrijdagochtend, dat zag ik uit de grote ramen aan de voorzijde van het café. Over het plein fietste een matineuze krantenbezorger. In de kroeg was het onverminderd druk en het barmeisje handhaafde onvermoeibaar haar pose van gezellige, biertappende slet. Ik liep naar buiten en bestudeerde de lui die de marktkramen aan het optuigen waren. Een aantal zwaluwen vloog laag over de stad. Voor ik naar huis zou gaan, toog ik nog een keer naar de rosse buurt om diep filosofische gesprekken te voeren met de hoeren. Bij nadere beschouwing, zag ik daar van af. Ik nam afscheid van de ochtend en afscheid van de pubertijd. Het was goed zo.
Archief
Partners
-
@JohnQuid Goed bezig, ad ad ad ad interim. 29 minutes ago
-
@hassanbahara Wat dat betreft heb ik niets te klagen als auteur uit Deventer. 52 minutes ago
-
@hassanbahara Haha. Ik weet het niet. Voor het eerst buiten Amsterdam. In elk geval komen alle grote namen wel. 1 hour ago