Denktank

Eind vorig jaar verscheen er in de media een rapport van onderzoeksbureau Motivaction, waaruit zou moeten blijken dat nagenoeg alle Nederlandse jongeren met een Turkse achtergrond stille sympathisanten van Islamitische Staat zijn. PvdA-wonderboy Lodewijk Asscher ging met die lachwekkende resultaten aan de haal en benadrukte dat zijn geplande onderzoek naar een viertal Turkse organisaties legitiem is. Er ontstond een hoop reuring in de samenleving en algauw werd duidelijk dat de cijfers op een bedenkelijke wijze waren verzameld. De vicepremier zag zelf ook in dat zijn reactie misschien voorbarig was en beloofde een second opinion.

Helaas kwam die toezegging iets te laat, want toen hoorden we al overal in de media dat de vriendelijke Turkse kapper de halzen van zijn klanten zal doorsnijden en dat de handige Turkse automonteur evengoed een bom in de uitlaat van uw Volkswagen kan plaatsen. Plotseling was er een vijfde colonne in het land.

Omdat deze kwaadaardige stemmingmakerij van dat flutbureautje niet genoeg was, werd er in overleg met een aantal succesvolle Nederlandse jongeren met een Turkse achtergrond ook nog een denktank in het leven geroepen, ter bevordering van het wederzijds begrip.

‘Deze denktank is voornamelijk actief op beleidsniveau; je geeft input aan Tweede Kamerfracties en het Ministerie en adviseert hen om invloed op het beleid uit te oefenen.’

Ik ken de oorspronkelijk tekst uit de mail die aan potentiële kandidaten is gestuurd, omdat ik zelf ook ben gevraagd om zitting te nemen in die enge club.

Het is verschrikkelijk dat we in 2015 nog steeds zo naïef zijn om te denken dat er allerlei inspraakorganen, samenwerkingscomités en denktanks moeten oprichten, opdat burgers van verschillende afkomst elkaar beter gaan begrijpen.

Mensen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond willen niet over een kam worden geschoren met andere lieden die toevallig hun roots in hetzelfde land hebben liggen. Maar ze sluiten zich wel aan bij een of andere (semi-)gesubsidieerde club die de pretentie heeft namens iedereen te praten. Ik voel me door niemand vertegenwoordigd, of het nu religieuze fanaten zijn of zogenaamde vrijgevochten bruggenbouwers: de verzuiling is al een tijd voorbij en in deze geïndividualiseerde samenleving wil ik me vooral als een Nederlander profileren. Ga toch weg met je Turks Nederlandse Raad.

De enige mensen die in dergelijke segregatieclubs gaan zitten zijn hoogopgeleide en maatschappelijk geslaagde ijdeltuiten, die aan de buitenwereld willen laten zien dat zij hun zaakjes wél voor elkaar hebben en ontzettend deugen. Los van het feit dat er ook een paar randfiguren rondlopen die met een dubbele agenda handelen.

De echte jongeren bij wie je een mentaliteitsverandering teweeg moet brengen, hangen tijdens de vergaderingen van de inspraakorganen, samenwerkingscomités en denktanks ergens op straat rond, of ze laten zich via internet op hun zolderkamer van alles wijsmaken door fundamentalistische imams. De jeugd die écht gevoelig is voor radicale gekken zal nooit aanwezig zijn op een deftige bijeenkomst van een bende zelfingenomen onnozelaars.

Ja, want jodenhaat, segregatie en onderwijsachterstanden zijn wel degelijk een groot probleem onder Nederlanders met een Turkse of Marokkaanse achtergrond.

Dan kan Lodewijk Asscher wel heel braaf tijdens de ramadan een maaltijd met geslaagde jongeren gaan nuttigen, maar daar wordt de wereld geen mooiere plek van.

De echte cynicus zal zeggen dat Asscher in eerste instantie dat onderzoek van Motivaction heeft gebruikt om te laten merken dat de PvdA niet langer van het betuttelen van allochtonen is en met een strengere aanpak integratie wil bevorderen. Toen hij de felle reacties van zijn achterban zag, nam hij gas terug, omdat electoraal verlies op de loer lag.

Het maakt de vrolijke snuiters van de inspraakorganen, samenwerkingscomités en denktanks allemaal niet uit. Zij hebben weer een manier gevonden om zich te profileren. En de echte problemen? Die zijn voor latere zorg.

 

(Deze column verscheen eerder in Nieuwe Revu)