Vluchtelingen

De toestroom van vluchtelingen maakt wat los in Nederland. Laten we dat het understatement van het jaar noemen want al weken kunnen we geen krant openslaan, geen radio of televisie aanzetten, geen website bezoeken of er komt wel een gloedvol betoog voorbij waarin iemand verklaart wat de oplossing is.

De kloof tussen de twee kampen groeit zienderogen: er bestaat een groep die de grenzen van ons land wil openstellen, zodat iedereen de vrije toegang tot onze westerse beschaving krijgt. Maar ons land kent nog meer mensen die van mening zijn dat we een school haaien naar de gekapseisde boten op de Middellandse Zee moeten sturen, in de hoop dat die migranten nooit het heilige land zullen bereiken, de plek waar zij van dromen.

Op een of andere manier is er een illusie ontstaan dat mensen met zwaar tegenstrijdige opvattingen over het thema door debat en polemiek nader tot elkaar kunnen komen.

Er zijn op dit moment weinig actuele onderwerpen die de enorme kloof tussen de elite en de gewone man duidelijker in kaart brengen. Er is wederzijds onbegrip, wantrouwen en dat die relatie tussen beide stromingen in onze samenleving simpelweg onverzoenlijk is, wordt al dan niet bewust genegeerd.

Wij willen maar ventileren, iedereen moet zijn persoonlijke emotie delen, vaak met hoofdletters of tranen, soms aan de hand van een paar onlogische historische verwijzingen, terwijl het vraagstuk in werkelijkheid véél te complex is voor een oplossing.

De enigen die verandering aan de impasse van de migrantenproblematiek kunnen aanbrengen, zijn de politieke leiders van de grote Europese landen. Zij hebben weinig kordaat in Syrië ingegrepen, jubelden destijds om de Arabische Lente en komen nu door allerlei diplomatieke overeenkomsten en belangen niet tot een concrete strategie.

En omdat zij het laten afweten, worden wij in diverse media doodgegooid met allerhande huis-tuin-en-keuken-opinies van populistische politici en naïeve boomknuffelaars die zogenaamd het antwoord op alle problemen paraat hebben.

Alsof het allemaal zo simpel is.

Ik snap niet dat we op de radio, in de kranten en op televisie debatten blijven organiseren tussen activisten van wie we met zekerheid kunnen zeggen dat ze toch nooit van mening zullen veranderen. Nederland staat bekend om het poldermodel, maar op het onderwerp van de vluchtelingen wil niemand een centimeter prijsgeven – als een bende religieuze psychopaten verdedigen we onze eigen gedachten en gevoelens.

De intellectuele discussie is ondertussen hopeloos ontaard. Voor de mensen in het midden, die de bezwaren van beide geluiden begrijpen, maar er niet volledig in mee kunnen gaan, is het beter dat zij hun twijfels niet in het openbaar uiten, want anders word je afgeschreven, gelabeld als landverrader, wegkijker of nog erger: D66’er.

We hebben onderwijl in al onze hysterie een fase bereikt waarin iedere burger kleur moet bekennen. Je bent vóór de vluchtelingen, of ertegen, andere smaken zijn er niet.

Ik word moedeloos als ik een racist hoor zeggen dat al die ‘bananenapen’ terug naar Afrika moeten, maar eveneens plaats ik vraagtekens bij betrokken burgers die allerlei getraumatiseerde oorlogsvluchtelingen in huis willen nemen, omdat ik simpelweg niet denk dat zij allemaal even goed begrijpen hoe moeilijk de omgang met zo iemand is.

Alles wat ik zeg is betekenisloos, want naar mijn oprechte mening – ik weet het echt niet – zal niemand luisteren. Voor nuance is geen plek. Het volk mag elkaar de tent uitvechten, net zo lang tot het belang van mensen in nood zwaarder gaat wegen dan partijpolitiek.

 

(deze column verscheen eerder in Nieuwe Revu)