Doktersleed
Hij keek mij indringend aan, de huisarts. Althans, dat was zijn bedoeling, dat weet ik zeker. Onder zijn vermoeide blik had hij kanjers van wallen. Zijn slecht gecultiveerde baard vertoonde de eerste grijze haartjes, ook was een aantal moedervlekken waar te nemen op zijn gezicht. Hij maakte een zieke indruk. De huisarts zat onderuitgezakt in zijn bureaustoel, tikte voor een moment wat in zijn computer en schonk weer al zijn aandacht aan mij. ‘Hoe is het nu?’ Ik keek naar een prent op de muur waar het menselijke lichaam op was afgebeeld, zuchtte even en maakte een handgebaar waaruit hij moest begrijpen dat het wel goed ging. De dokter verzat even met een ongecontroleerde lichaamsbeweging, verwijderde een pluisje van zijn wollen trui en zakte toen weer in zijn stoel. ‘Wat kan ik voor je doen?’
‘Ja, dat is een goede vraag, dokter. Waar het feitelijk op neer komt, is dat ik me iedere dag stierlijk verveel en iedere avond word ik wel bevangen door neerslachtige gevoelens. Is daar een medicijn tegen?’ Hij overdacht mijn woorden even, tikte iets op zijn toetsenbord en staarde naar het plafond. Het bleef een halve minuut stil. ‘Heb je veel vrienden. Of hobby’s?’ Ik deed hem beknopt verslag van mijn doldwaze avonturen in het nachtelijke leven met mijn vrienden, vertelde over mijn passie voor voetbal en literatuur en toen ik eenmaal ontketend was, vertelde ik ook over mijn verslaving aan mooie vrouwen. De dokter nam een luidruchtige slok van zijn kop thee, slurpend, zoals oude Turkse mannen dat zo goed kunnen. Hij strengelde zijn vingers in elkaar, waardoor zijn handen een bal vormden en boog zich voorover. ‘Als ik zo luister, is er niet echt veel tijd voor verveling.’
‘Toch wel, dokter. Ik slaap gemiddeld vier uur per nacht, altijd lig ik weer te mijmeren over de grote vraagstukken van het leven. Ik drink teveel, omdat alcohol alle gedachten verlamt. Maar de laatste tijd heb ik ook geen zin meer in alcohol, zo erg is het onderhand met me gesteld.’ Hij tikte weer iets in zijn computersysteem, knikte af en toe instemmend, blies even en drukte zijn rug in de zwart lederen bureaustoel. ‘Je zoekt naar de zin van het leven?’ vroeg hij. Ik peinsde, het klonk wel erg dramatisch als ik daarop bevestigend zou antwoorden. ‘Nou, dokter, ik vind het gewoon erg bevreemdend dat wij leven om te overleven, dat we geen enkele zekerheid in ons leven hebben, behalve de dood. Het houdt me bezig dat iedere activiteit die ik nu ontplooi niets anders is dan bezigheidstherapie, uiteindelijk ga ik toch weg naar een andere bestemming, net als alle andere mensen. Ik vind dat vreemd, dokter… Ontmoedigend, bovendien.’
De dokter stond op, stak beide handen in zijn broekzakken en hield een kleine wandeling in zijn praktijkruimte. Ik werd zenuwachtig van die klootzak, vooral toen hij achter me liep en roggelende geluiden begon te maken. ‘Ah weet je, Özcan,’ zei hij terwijl hij achter me stil was blijven staan, ‘er zijn landen waar jongens van jouw leeftijd bezweken zijn aan voedselgebrek en aids of andere ziektes. Mannen die in oorlogen meevechten, vader zijn van tien kinderen of simpelweg geen familie hebben. Als je dat beschouwt, hebben wij het niet zo slecht hier.’ Hij stond weer achter het bureau, steunde met zijn onderarmen op de rugleuning van zijn stoel en boog voorover. ‘Maar ik ben niet iemand in die situatie. Ik ben een kind van de decadente westerse wereld en bovendien onverzadigbaar. Ik heb geen boodschap aan het lot van dat volk daar,’ zei ik. Ik legde mijn hoofd in mijn nek en bestudeerde, naar het voorbeeld van de huisarts, het kalkwitte plafond.
Hij keek aarzelend naar het scherm, maar besloot niet meer informatie te verwerken in zijn digitale aantekeningen. ‘Ik kan je Oxazepam voorschrijven, een krachtig middel – het werkt alleen erg verslavend.’ Er ontstond een glimlach op mijn gezicht. ‘Dokter, ik slik al Oxazepam sinds mijn zeventiende, die troep vlakt je alleen af en helpt je beter slapen, voor de rest is het brol van de bovenste plank. Ik hoef dat niet. Heb het afgezworen.’ Hij was verbaasd over mijn kennis van het medicijn, ging weer in zijn stoel zitten en begon kort achter elkaar op zijn muis te klikken, af en toe keek hij naar het scherm. ‘Seroquel dan? Ben je daar bekend mee?’ Ik moest weer lachen. ‘Ja, die troep is verboden in Amerika, echt een paardenmiddel. Ik hoef geen psychoses.’ De dokter verzat weer en draaide weg van zijn computer, sloeg een been over het andere en nam zijn kopje in zijn linkerhand. Hij verzamelde lucht in zijn mond, blies die uit en likte toen met zijn tong zijn droge lippen nat en keek me met een apathische blik aan. ‘Moeilijk.’
‘Moeilijk?’ herhaalde ik. ‘Ja, onder ons, ik weet precies hoe jij je voelt. Ik heb het ook meegemaakt in mijn leven, toen ik net zo oud was als jij. Ik kreeg een kind en had een nieuw doel in mijn leven, de verveling en stress waren even weg. Maar als je kijkt… Wat er van dat kind terechtgekomen is.’ Hij schudde zijn hoofd vrij hevig. ‘Nu is alles weer zoals toen. De verveling, de neerslachtigheid, de zinneloosheid… Alles is betekenisloos.’ De huisarts was in tien minuten tijd van geneesheer verworden tot patiënt. ‘Ik kan je niets voorschrijven, jongen, dat zie jij zelf ook in. Je bent pienter. Zoek gewoon veel afleiding en geniet van je jeugd. Straks, als je ouder bent, wordt het alleen maar erger.’ Ik gaf hem een hand en verliet de praktijk. Onderweg naar huis analyseerde ik wat er zojuist was gebeurd. De uitkomst was weinig hoopvol. Er was geen redding meer. Niemand kon me helpen. Ik was overgeleverd aan mezelf. Dat was pas echt zorgwekkend.