Edith Schippers

De VVD is een club van vreemde vogels. Afgelopen jaar moesten zeven politieke kopstukken het veld ruimen. Om de haverklap komen VVD’ers in opspraak. Loek Hermans maakte het vorige week helemaal bont: hij probeerde via een bevriende commissaris van de Koning burgemeester van Zutphen te worden – ondanks een jaar vol schade en schande – maar daar stak de lokale bevolking gelukkig een stokje voor, zodat een nieuwe afgang volgde.

Alsof het allemaal nog niet erg genoeg is, profileert minister Edith Schippers zich plotseling als the next best thing van haar partij.

In een uitgebreid interview dat in de Volkskrant stond, vertelt de doorgewinterde politica dat zij persoonlijk helemaal geen partijen uitsluit, daarmee refererend aan een eventuele toekomstige samenwerking met de extreemrechtse beweging van Geert Wilders.

Laatstgenoemde riep in een fascistoïde toespraak dat hij in een machtspositie ervoor ging zorgen dat er minder Marokkanen in Nederland zouden wonen, maar dergelijke uitspraken vormen voor Edith Schippers kennelijk geen probleem voor een coalitie.

Opmerkelijk, haar partijgenoten Mark Rutte en Halbe Zijlstra, niet de meest verfijnde figuren, vertelden eerder in de media dat zij een samenwerking met de PVV wél uitsluiten, tenzij de Grote Geblondeerde Gek zijn haatzaaiende en gevaarlijke teksten terugneemt.

Maar niet Edith Schippers. Die ziet prominente collega’s van hun voetstuk vallen en begrijpt dat haar partij binnenkort grondig zal worden gerenoveerd. Daarom grijpt ze alle mogelijkheden aan om zich te laten gelden.

Deze vrouw suggereerde bijvoorbeeld tijdens het tumult rond de Teeven-deal dat ‘duistere krachten’ haar club in diskrediet wilden brengen, aan de hand van een of ander boosaardig complot, bedacht door allerlei onzichtbare vijanden, en verdedigde die waanzin nota bene in het televisieprogramma Buitenhof.

Toen de journalistieke waarheid boven water kwam, liet ze schoorvoetend weten dat ze er wellicht naast zat. Het maakt tegenwoordig in de politiek helemaal niet meer uit hoe gek je bent.

De wanhoop en de ontembare liefde voor het pluche bij de heersende regenten is zo groot dat een type als Edith Schippers, iemand van de liberale partij, doodleuk in de krant kan zeggen dat ze best met iemand wil regeren die stelselmatig specifieke burgers in de samenleving stigmatiseert en dehumaniseert.

De angst om de stemmen van racistische kiezers te verliezen is allesoverheersend. Dat ze met een dergelijke bekentenis meer dan een miljoen Nederlanders nog verder isoleert, is blijkbaar niet relevant en neemt ze op de koop toe. Maar goed, misschien moeten we af van de gedachte dat politici nog steeds voor idealen strijden en het beste met de burger voorhebben.

Het enige waar Edith Schippers aan denkt is haar eigen loopbaan, eerst in Den Haag en daarna in het bedrijfsleven. Het is geen toeval dat ze in de wandelgangen ook wel minister van Tabak wordt genoemd vanwege dubieuze banden met de tabaksindustrie.

Bij haar aantreden als minister van Volksgezondheid versoberde ze het rookverbod in de horeca. De Kamer vroeg opheldering en wilde meer duidelijkheid over haar relaties met sigarettenfabrikanten, maar Schippers weigerde opheldering te geven. En dat was dat. Een dikke middelvinger naar het parlement.

Edith Schippers is het vleesgeworden symbool van alles wat niet aan de politiek deugt: er bestaat geen langetermijnvisie, alles draait om opportunistisch machtsbehoud en uiteindelijk laat ze een cynisch en sterk gepolariseerd land achter.

(Deze column verscheen eerder in Nieuwe Revu)