Zij bracht het glas, na er eerst drie keer aan geroken te hebben, aarzelend en met een bevende hand naar haar mond. Terwijl ze een slok nam, wierp ze een priemende blik op mij. Ik keek laconiek om me heen, greep ook mijn drankje beet en klokte de inhoud van de longdrink in twee teugen achterover. Nog steeds had ik de indruk dat ze me niet volledig vertrouwde. ‘Dat van de GHB was een grapje, hè… Er zit niets in je drank,’ zei ik. Ze ontspande zich niet direct, al deed ze behoorlijk haar best om als zodanig over te komen. Ik haalde de fles uit de drankkast en plaatste deze op de tafel, zodat ze zeker kon zijn van mijn onschuld. Buiten ontspon zich Hollands noodweer en het werd donker in de kamer, overeenkomstig met de sfeer die op dat moment in die ruimte hing. Ze was een leuk wijf, dat zeker. Maar het feit dat ze bij mij thuis bang was om zich aan koud water te verbranden, voorspelde weinig goeds.
Altijd als ik mijn bezoek tot de categorie intelligentsia taxeer, tover ik een dvd tevoorschijn over een Irakese schrijver en dichter. Ook nu had ik dat gedaan. Zij keek ademloos naar de beelden, slaakte na ieder gedicht een zucht van bewondering en begon zowaar sneller te drinken door het droefgeestige verhaal. We zaten allebei nog steeds op de bank, met tussen ons een lege ruimte van zeker anderhalve meter. Het was de beleefde afstand die je bewaart als je een vrouw pas voor een tweede keer ontmoet. Die etiquette neem ik graag in acht, zonder me te bezondigen aan afgezaagde versierpogingen in de vorm van guitige opmerkingen, ongemeende complimentjes en tenenkrommend acteerwerk. Een vrouw moet geen gewillige prooi zijn, integendeel, op een vrouw moet je eindeloos jagen, net zo lang tot de wanhoop de regie in je hoofd overneemt en jij dingen gaat doen waardoor je jezelf niet herkent. Maar goed, zo ver waren we nog niet. We zaten nu vooral ongemakkelijk op de bank. De documentaire naderde zijn einde, de fles was bijna leeg doch van enige progressie was geen sprake.
Het weer klaarde op. Ze kwam overeind, liep naar het voorraam en keek naar buiten. ‘Zo, dat moet een flinke regenbui zijn geweest,’ concludeerde zij. Toen ze weer zetel op de bank nam, knikte ik ter goedkeuring. ‘Dat is een goede observatie.’ Ze sloeg haar benen over elkaar en begon met haar voet ongeduldig op en neer te wippen. ‘Vind je het wel gezellig, hier bij mij?’ Nog voor een antwoord mij bereikte, hoorde ik haar telefoon piepen. Ze zocht in haar handtas naar het apparaat, maar na ruim een minuut, toen inmiddels de hele inhoud van het blitse ding - onder meer tampons, mascara en tissues - verspreid over mijn bank lag, hield haar mobiel op met zijn schreeuw om aandacht. ‘Hè, wat vervelend nou,’ zei ze. De gedachte vatte post, dat ik hier van doen had met een achterlijke broodteef. Goed, ze zag er uit als een vrouw die je helemaal in gruzelementen wilt neuken, doet een goede studie, doch dat karakter was niet om uitgebreid over te verhalen aan het thuisfront, bijvoorbeeld in een brief. Die conclusie was intussen wel billijk. Wat te doen? Ik kwam naast haar zitten, sloeg een arm over haar schouder en keek haar ondeugend aan.
‘Vind je niet dat het te snel gaat?’ vroeg ze mij. ‘Ik ben een man, voor ons gaat het nooit te snel,’ verhelderde ik. Ze wurmde zich los en begaf zich naar het toilet. Het werd al met al tijd om dit mokkel huiswaarts te sturen. Er viel geen land mee te bezeilen. En dan drinkt ze ook nog mijn flessen leeg, dacht ik. Toen ze terug in de woonkamer kwam, liep ze omzichtig om de tafel heen en ging ze weer op een afstandje van mij zitten. ‘Bespaar je de moeite’, deelde ik mede, ‘wat mij betreft mag je oprotten.’ Omdat ze niet zeker wist of ik serieus was, lachte ze een beetje onnozel en verroerde zij zich niet. ‘Ja, ik ben serieus. Ga maar weg. Ik heb geen zin meer. Ben moe.’ Het meisje kwam ineens dichterbij, gaf me een aai over mijn bol en plaatste haar andere hand op mijn bovenbeen. ‘Ik ben gewoon een beetje voorzichtig. Dat snap je toch wel?’ Nu was het mijn beurt om me los te maken van haar. ‘Nee, dat begrijp ik niet. Ik heb ook weinig interesse om nog iets te snappen. Dus daar is het gat van de deur. Ga maar weg.’
Wat ben ik een belabberde jager, zeg. En geduld heb ik al helemaal niet, dacht ik nadat zij weg was en ik reeds een half uur laveloos op de bank had gelegen. Ik had net zo goed een escort kunnen bellen. Die is goedkoper en minder tijdrovend. Ik vocht tegen de slaap, zou bijna zwichten voor de krachten van Morpheus, toen ineens een telefoon begon te piepen. Ik stond op en zag tussen twee bankkussens in een witte Blackberry liggen, wat op zichzelf natuurlijk opmerkelijk is. Het was de telefoon van het meisje. Ze had een sms ontvangen. Ik las een eindeloos sms-verkeer tussen haar en een vriendin. Ik was het thema. Het kwam er feitelijk op neer dat ik in haar beleving een toffe gozer was, met wie ze heel graag een serieuze relatie zou willen. Echter, ze was bang dat ik slecht over haar zou denken, als ze meteen met mij sliep en zo. Ik vond haar nog steeds een kutwijf. Een ongelooflijke hoer! Ik sms’te de vriendin dat de telefoon bij mij lag. Ik wilde gaan slapen, doch bedacht me. Ik pakte weer de telefoon van het meisje en tikte een sms aan de vriendin waarin ik vroeg of zij misschien wél verkering met me wilde. Het antwoord liet vijf minuten op zich wachten. ‘Jij spoort niet.’
