Een verloren stad

De sfeer op de straten is van een troostelozer karakter dan het tumult in zijn vermoeide hoofd. Hij laveert langs een aantal mensen, slaakt af en toe een diepe zucht, passeert vertwijfeld donkergrijze panden in de Lange Bisschopsstraat en vat uiteindelijk post op de wenteltrap van een slecht verlicht appartement. Hij heeft een stad verloren. De herinneringen zijn weggevaagd in amper twintig jaar tijd. De arena van de weemoedige verhalen uit zijn tienerjaren is tijdens zijn afwezigheid vakkundig verminkt. Het verlangen ontspon zich later, tijdens zijn speurtocht, toen hij op de tast ging zoeken naar iets of iemand waarmee hij die epoque kon overtreffen. Hij legt voor een moment zijn hoofd in zijn nek, heel kort maar, bestudeert daarna het karkas van de verloren stad en een onaangekondigde traan biggelt over zijn wang.

geschreven voor www.pulpfictie.nl