Eikel

De afgelopen dagen, toen de literatuur centraal stond, dankzij de onvolprezen Boekenweek, mocht ik weer een hoop bibliotheken, theaters, scholen en zaaltjes aandoen.

Een trektocht door het land, als semi-bekende auteur, staat garant voor bijzondere ontmoetingen en opvallende gebeurtenissen.

In Rotterdam gebeurde het volgende: ik wilde naar de ruimte waar ik een lezing mocht geven aan ongeveer tweehonderd jongeren, als het er niet meer waren. Maar de student die voor de gelegenheid dienst deed als portier was onverbiddelijk.

‘U komt hier niet binnen,’ zei hij.

‘Waarom niet?’

‘Alleen de mensen met polsbandjes mogen de zaal in.’

‘Maar ík ben de schrijver die moet voorlezen, voor wie ze hebben betaald.’

‘Niks mee te maken’, zei hij.

Ik wilde weglopen, met een glimlach, maar een bezoeker attendeerde de jongen op het misverstand, zodat het feest alsnog kon doorgaan.

Van die dingen, dus.

Mijn naam blijft ook altijd een heikel punt. Veel mensen kunnen hem niet uitspreken. De meeste organisatoren kiezen tijdens hun introductie meestal veilig voor de verbastering ‘Eus’, maar er zitten er altijd een paar tussen die het tóch willen proberen.

In Gelderland resulteerde dat in de wonderlijke constructie: ‘Dames en heren, en hier is hij wel, niemand minder dan Uskan Eikel.’ Toen de dame dat uitsprak, had ze zelf ook door dat ze er een potje van had gemaakt. Ik zei dat het niet erg was en prees haar moed.

Maar mijn bijzonderste ervaring rond een optreden was vorig jaar in Den Bosch. Er zaten driehonderd mensen in de zaal. Iemand die niet kan relativeren, zou het nog hoog in zijn bolletje kunnen krijgen.

Vooral omdat het publiek na afloop in drommen stond te wachten op een gesigneerde roman of een foto. Ergens halverwege boog een dame met een glas wijn in haar hand zich over mijn tafeltje.

‘Ik wist helemaal niet dat je ook nog schreef’, zei ze. ‘Ik ken je alleen van de Keuringsdienst van Waarde.’ De verwarring was zichtbaar groot.

‘Dat is een andere Turk, mevrouw’, antwoordde ik.

‘Ooo, maar wie ben jij dan?’

‘Ik ben van de boeken.’

‘Nou, doe toch maar een krabbel’, zei ze. ‘Ingewikkeld allemaal, hoor.’

Het was zoals Charles Bukowski ooit al over het schrijverschap dichtte: ‘If you’re doing it for money or fame, don’t do it.’