Ellende op station
In mijn haast om de eerstvolgende trein in de richting van Hilversum te halen en met de gestalte van de oude, kreupele vrouw in mijn vizier, besloot ik mijn pas te versnellen richting het loket van de NS. Ik was namelijk vergeten mijn bankpas mee te nemen, kon dus niet bij een automaat mijn kaartje kopen en de trein vertrok volgens de dienstregeling al over zes minuten. Wat doe je als je ongeveer gelijktijdig met een bejaarde vrouw voor een verkooploket van treinkaartjes staat en je weet op voorhand dat wanneer je haar voorrang geeft de trein, zonder jou als passagier, vertrekken zal? Goed. Dat heeft te maken met opvoeding, lijkt me. Ik liet haar voor.
Ik was nu de tweede in de rij en achter mij sloot een jong stelletje aan met een kinderwagen. De bejaarde vrouw vroeg aan de medewerkster van de NS op welke wijze zij haar kortingskaart kon gebruiken als zij een trip zou maken richting Antwerpen. Ondertussen hield ik met een zijdelingse blik de klok aan de wand in de gaten en ontdekte dat ik nog maar vier minuten had. Er werd een routebeschrijving geprint voor de oude dame, maar dat was nog niet verhelderend genoeg. Ze stelde een zelfde vraag opnieuw. Op dat moment liepen nog twee mensen de verkoophal annex serviceruimte van de NS binnen. Een man van tegen de veertig en een jonge, aantrekkelijke dame van Slavische afkomst. De man, die vooral opviel door de grote ring in zijn linker oorlel en de tatoeage op zijn onderarm, slaakte vrijwel direct een diepe zucht. Hij zag de bui al hangen.
De oude vrouw had haar zwartlederen tas op de balie gelegd en vroeg nu iets over de wijze waarop haar man met haar mee zou kunnen reizen. ‘Hij heeft namelijk een paar maanden geleden een hersenbloeding gehad en o god, alles is zoveel moeilijker geworden.’ De medewerkster van de NS met haar rode pet knikte vol begrip en onderzocht in haar computer wat de totale reiskosten voor de twee bejaarden bedroeg. Toen wierp ik weer een blik naar achteren en tot mijn schrik stond er nu een rij tot buiten de servicehal. Mensen stonden te puffen en kermen, jonge kinderen werden door hun ouders naar voren gestuurd om te kijken wat of wie de boel zo ophield en een enkeling liet luid een aantal kreten los opdat de bejaarde vrouw haar hielen zou lichten. Dat deed zij niet. Zij continueerde ijzerenheinig haar drang naar informatie. De trein naar Hilversum was inmiddels vertrokken.
Ik ben normaliter niet het type dat zich druk gaat maken om deze vorm van tegenspoed, daar heb ik me onderhand bij neergelegd. Maar deze vrouw maakte het wel erg bont: de hele reis naar Antwerpen was in kannen en kruiken, de kaartjes had ze in haar bezit, maar op het moment dat zij zich omdraaide om de rij weer in beweging te krijgen, kwam de bejaarde tot het besef dat ze haar kaartje voor vandaag was vergeten. ‘Mag ik van u een dagretour naar Zwolle met korting. Ik zou het bijna vergeten.’ Ik draaide me helemaal om en zag dat de rij inmiddels strekte tot de buitenzijde van het station. De man met de tatoeage riep: ‘Rot je nu een keer op, of hoe zit dat, oude trien?’ Hij was van het minder geduldige type. Verder achter hem hoorde ik een man in het Turks schelden. Hij had het over de gerimpelde kut van de vrouw en dat hij haar een verlamming in haar kont wilde aanneuken. Het Turkse volk is poëtisch, dat heb ik altijd gezegd.
Boven op het perron zag ik de vrouw zitten op een bankje, aan de verkeerde kant. Zij bestudeerde haar kaartjes. Ik ging naast haar zitten want ik moest naar Hilversum – nog steeds. De twee treinen kwamen bijna op hetzelfde moment binnenrijden. Zij nam plaats in de intercity richting Roosendaal en ik in de trein naar Hilversum. Het deed mij deugd zat zij in de verkeerde trein zat. Ik zag het als een vergelding van het lot. Ik zocht een knus plekje aan het raam en kon de oude vrouw goed zien. De conducteurs floten vrijwel op hetzelfde moment. Zij liftte haar hoofd op en zwaaide vriendelijk naar mij. Ik vergat mijn opvoeding en liet haar mijn middelvinger zien. De oude dame was geschokt. De trein kwam in beweging en de conducteur deed zijn oproep. Dames en heren, u bevindt zich in de trein in de richting van Almelo, Hengelo en Enschede. De trein in de richting van Zwolle staat aan de overzijde van het perron… Pardon! Stond aan de overzijde.’ Nu moest ik omreizen via Almelo.