Er was niets te doen

De zon dook maar voor de verandering onder de kim, net als zij gisteren deed rond dit tijdstip en de dagen daarvoor. Ik maakte de knoopjes van mijn overhemd los, nam een flinke teug van het glas dat gevuld was met Chivas whisky en plofte neer in de zetel van schapenleer. De klassieke muziek klonk luid door de kamer. De buren zaten buiten in hun tuin en spraken luidkeels over de voetbalwedstrijd die zopas was geëindigd in vaderlands voordeel. Ik trok mijn rechterbeen omhoog, voelde met mijn wijsvinger aan de nagel van m’n grote teen en trok de conclusie dat deze te lang was. Tjonge. Dat was me wat. Nu moest ik me bewegen naar het kastje in de keuken om de nagelschaar te pakken. Op de koop toe zou ik mij bevrijden van die lange nagel, althans het overbodige gedeelte daarvan. Ik kweet mij van mijn taak, bestudeerde voldaan het resultaat en besloot, bij wijze van variatie, gestrekt te gaan op de suèdebank.

Het plafond was nog steeds spierwit, net als gisteren. Alleen de plek boven de fauteuil, die altijd vlak voor het raam staat, vertoonde een nicotinegele kleur. Ik hoefde niet lang na te denken over de oorzaak van dit fenomeen. Er wordt flink gepaft op die stoel. Man, man, man! Wat wordt er veel gerookt op die stoel, zeg. Het plafond begon me te vervelen dus ik draaide me om en lag nu op mijn zij, met mijn gezicht naar de rug van de bank. Ik analyseerde de mauve kleur van het suède en probeerde te achterhalen of ik meer voorwerpen in mijn leven had gezien die deze toch onalledaagse kleur hadden. Dat was nog niet zo eenvoudig. Wat heet! Het was een flinke opgave. Ik peinsde mij suf, deed echt mijn best, doch ergens tijdens dat denkproces dwaalde ik flink af en ineens dacht ik aan grote bruine borsten, met tepelhoven als pannenkoeken. Ik stelde me in gedachten voor hoe ik aan die borsten lag te likken. Toen moest er ook nog een hoofd bij gefantaseerd worden. Net toen ik bezig was met de conceptie van dat hoofd liet iemand de deurbel schellen. Spannend.

Met het glas in mijn hand en een ontblote borstkas sjokte ik naar de gang. ‘Dag mevrouw,’ zei ik nog voor ik de deur volledig had opengeklapt. ‘Ik zie dat u een collectebus in uw hand draagt. Een mooie hand, overigens. Mag ik u misschien vragen voor welk fonds u hier, op dit late tijdstip, de deuren afloopt?’ De oude vrouw maakte een verontschuldigend gebaar en keek op haar horloge. ‘Het spijt me dat ik u zo laat nog stoor. Maar vanmiddag stond ik hier ook. En toen was u niet thuis.’ Ik liep zonder wat te zeggen naar binnen en pakte twee euro uit het kommetje met losgeld dat standaard op de eettafel staat. ‘Voilà. Kijkt u eens, mevrouw.’ De vrouw was me erkentelijk, of deed zich althans zo voor met behulp van lichaamstaal, wenste mij een prettige avond en liep deftig, welhaast in paradepas, naar de buren. Een zenuwslopend vooruitzicht diende zich aan. Zouden de buren de bel horen? Zij zaten immers in de tuin. Ik stond ongeduldig te wachten, doch ineens werd ik overvallen door een immense drang om te pissen, waarna ik de deur afsloot en mij bewoog naar het toilet.

Ik haalde Jos uit mijn trainingsbroek, keek hem eerst even bemoedigend aan en mikte toen op het rond van de wc-bril. Ik begon te wateren en ik zou liegen als ik ontkende dat dit een ontspannende werking had op mijn blaas. Na ruim een minuut werd het tijd om door te spoelen. Mijn handen ga ik in de keuken wassen, besloot ik. Nog voor die ambitie post had gevat in mijn hoofd werd ik welhaast automatisch door mijn benen gedragen naar, inderdaad… De keuken. Ik reinigde mijn handen met koud water en een beetje Nivea handzeep. Na al dit geweld vond ik dat het tijd werd om even bij te komen. Ik plofte weer neer op de bank. Ik weet niet wat mij op dat moment bezielde, want in mijn onvoorzichtigheid landde ik heel schlemielig op de afstandsbediening van de stereotoren. Gelukkig ging het ding niet kapot. Terzelfdertijd was dit moment voor mij een indicatie om de muziek uit te zetten. Nu was de rust wedergekeerd. Nou, dat houd je een paar minuten vol, doch zo’n stille woonkamer is ook niet echt om over naar huis te schrijven. Wat te doen?

Het duister had thans meer terrein gewonnen. Ik klauterde de trap op, poetste mijn tanden in de badkamer, ontkleedde me volledig tot ik alleen nog maar een boxershort aanhad en dook in bed. ‘De bel ging,’ hoorde ik mijn buurvrouw buiten fluisteren. ‘Het is die vrouw weer die geld komt schooien,’ zei haar vriend. ‘We doen gewoon niet open, net als vanmiddag.’ Ze lachten als twee halfdebiele hoerenkinderen. Ik ging op mijn rug leunen en neuriede een onbekend liedje. Met de onderkant van mijn linkervoet voelde ik aan de nagel die ik eerder op de avond had bijgeknipt. Hij was vlijmscherp. Zorgen voor morgen, dacht ik. Ik riep de herinnering op van mijn laatste glas alcohol. Was dat geledigd? Ik wist het niet meer. Ik leid geen eenvoudig leven. Het raam was halfgesloten. De bries vond zijn weg naar de kamer. Het gordijn ging een beetje open. Ik zag de maan vastgekluisterd schijnen aan de heldere hemel. Het was tijd om mijn ogen te sluiten. Deze doodgeboren dag verdient afronding, concludeerde ik. Ik keek voor een laatste keer naar de maan. Dezelfde maan als gisternacht hing daar fier in de lucht, net als alle dagen daarvoor.