<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Özcan Akyol : Omdat een heel leven nietsdoen er niet inzit!</title>
	<atom:link href="http://www.ozcanakyol.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.ozcanakyol.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Mon, 23 Jan 2012 21:12:57 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Fuck Mimoun</title>
		<link>http://www.ozcanakyol.nl/fuck-mimoun/</link>
		<comments>http://www.ozcanakyol.nl/fuck-mimoun/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 Jan 2012 09:16:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ozcan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ozcanakyol.nl/?p=454</guid>
		<description><![CDATA[‘Mimoun klom in de vijgenboom van zijn opa. Hij rook de overrijpe bloesems in de tuin. Zijn opa, die nu een siësta hield in de hangmat, had Achmed, de geit, goed verstopt – in elk geval uit het zicht van ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>‘Mimoun klom in de vijgenboom van zijn opa. Hij rook de overrijpe bloesems in de tuin. Zijn opa, die nu een siësta hield in de hangmat, had Achmed, de geit, goed verstopt – in elk geval uit het zicht van zijn kleinkind. Maar waar? En waarom? Mimoun voelde het zweet langzaam in zijn onderbroek lopen. Het prikte een beetje in zijn anus. Hij kon het beest, dat hij elke dag vertroeteld had en waar hij zo gehecht aan was geraakt, na een zoektocht van twee uur nog steeds niet vinden. Nu liep een traan over zijn wang. Mimoun moest huilen, hij was verdrietig – … de smerige klootzak.’</p>
<p><span id="more-454"></span>Deze tekst komt uit een niet bestaand boek. Maar het had gekund.</p>
<p>Goed, met uitzondering van de laatste toevoeging dan.</p>
<p>Ik wil het vanavond met u hebben over de zogeheten allochtonenliteratuur. Dat zijn boeken die geschreven worden door schrijvers, die geboren zijn in Irak, Iran, Marokko en Turkije en vervolgens hier in Nederland romans publiceren.</p>
<p>U kent ze van de teevee- en radio-optredens. Dan hoort u ze heel vrolijk en bevlogen zeggen dat het nieuwe boek ‘die huisj van het Sjultan’ een absoluut meesterwerk is. Frappant genoeg spreken zij nagenoeg allemaal gebrekkig Nederlands, maar zijn ze wel in staat om boeken te schrijven van maar liefst 400 pagina’s.</p>
<p>Nu gun ik natuurlijk iedereen zijn natje en zijn droogje. En mensen moeten vooral doen wat ze niet laten kunnen, – maar de markt kent ondertussen wel een verzadiging van dit soort boekjes.</p>
<p>Ik bedoel: hoe vaak moet ik in vredesnaam blijven lezen over die geit in het geboortedorp?</p>
<p>Ik zie al voor me hoe dat gaat bij de uitgever. Dan komt zo’n schrijver binnen en die krijgt dan meteen de vraag naar zijn hoofd geslingerd van de gewiekste redacteur:</p>
<p>‘Abdel, wanneer schrijf jij je tweede boek?’</p>
<p>- ‘Iek niet weten, chef. Iek moet nadenken over die onderwerp.’</p>
<p>‘Waarom schrijf je niet een boek over je geit in Marokko?’</p>
<p>- ‘Mijn geit?’ vraagt de schrijver verbolgen. ‘Maar mijn eersjte boek gaat over geit Achmed.’</p>
<p>‘Ach, Abdel. Weten de mensen veel. Had je ook een schaap? Misschien kan je een boek over dat schaap schrijven.</p>
<p>- ‘Chef, die schjaap, Ali, ies van mij broer. Dat niet aardig ies voor hem. Iek geen rusjie willen.’</p>
<p>Afijn.</p>
<p>Het zal mij dan ook niet verrassen als een overgroot deel van de allochtonenliteratuur niet door de schrijver zelf, maar door een redacteur wordt geschreven. Hij vertelt over avonturen en de sfeer in zijn geboortedorp, probeert het nog tevergeefs op papier te zetten, en de redacteur maakt er brunaproza van. En ja, waarom ook niet?</p>
<p>De boeken vliegen immers als warme broodjes over de toonbank.</p>
<p>Ik vind het wel opvallend dat de schrijvers van allochtonenliteratuur in praktisch alle boeken de armoede en honger beschrijven – zíj zijn de sloebers -, maar zich hier in Nederland presenteren als dandy’s op boekenbals en boekpresentaties. U weet wel: mooie maatpakken van de Bijenkorf, zorgvuldig gecultiveerde snorren en inderdaad nooit te bescheiden om op radio en televisie mee te komen praten over een onderwerp.</p>
<p>De allochtonenschrijver noemt zich dikwijls kenner van zijn land, of doet dat althans voorkomen. Alles wat hij schrijft, wordt geaccepteerd en voor waarheid aangenomen. Hij is er tenslotte geboren en heeft de hele gang van zaken met zijn eigen grote bruine ogen gezien. Dat maakt hem klaarblijkelijk expert.</p>
<p>Maar zodra de auteur uit Irak de toestand hier in Nederland probeert te analyseren, net als hij zo gevat deed in zijn vorige boek, maar dan over zijn thuisland, valt hij genadeloos door de mand. Zijn analyse is tenenkrommend. De schrijver blijkt een rare pias. Een man wiens grappen de presentator noch de andere gasten snappen.</p>
<p>Men lacht uit beleefdheid mee. Maar de volgende uitzending wordt toch een ander uitgenodigd, iemand die daadwerkelijk verstand heeft van de materie en misschien een tikkeltje veelzijdiger is. Bij voorkeur een persoon met observatievermogen en een goede beheersing van de Nederlandse taal, vaardigheden die je mag verwachten van een schrijver, me dunkt.</p>
<p>Daarom, lieve mensen, roep ik alle allochtonenschrijvers op om Mimoun te vergeten. Het is nu wel klaar met die geit. Fuck Mimoun! U bent voornemens hier in Nederland literatuur te maken? Prima. Heel goed, zelfs. Maar dan eerst een jaar het klooster in om Nederlands te leren en daar uitsluitend naar de Hollandsche televisie kijken. Stiekem, want volgens mij mag je in het klooster helemaal geen televisie kijken.</p>
<p>En als de uitgever na dat jaar te kennen geeft, dat hij het helemaal niets vindt dat u opeens vloeiend ABN spreekt, moet u zijn voorstel om dan maar de allochtonenschrijver te acteren, resoluut verwerpen. Echt doen, hoor. U hoeft geen karikatuur van uzelf te worden.</p>
<p>Vertel ons liever over uw avonturen in dit vreemde land, hoe het nu is om uitgebuit te worden door een uitgekookte uitgever, die de liefde voor literatuur reeds lang geleden heeft ingeruild voor financieel winstbejag, en hoe het voelt om daar een exponent van te zijn.</p>
<p>Dezelfde verhalen zijn al vaak genoeg verteld door verschillende schrijvers. Wij – nu spreek ik niet als schrijver maar als lezer – zijn er wel klaar mee.</p>
<p>Kom eens met iets vernieuwends. Verras ons een keer.</p>
<p><em>Deze tekst las ik voor tijdens Winternachten 2012.</em></p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ozcanakyol.nl/fuck-mimoun/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Teaser Winternachten 2012</title>
		<link>http://www.ozcanakyol.nl/teaser-winternachten-2012/</link>
		<comments>http://www.ozcanakyol.nl/teaser-winternachten-2012/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 Jan 2012 21:20:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ozcan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ozcanakyol.nl/?p=444</guid>
		<description><![CDATA[Dit jaar treed ik op met Winternachten. Bekijk hier alvast de teaser. Joumana Haddad en Özcan Akyol betreden achtereenvolgens het podium en schakelen voor een aantal minuten hun gevoel voor nuance, eventualiteiten, ‘het zou misschien ook vanuit een ander perspectief ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>Dit jaar treed ik op met Winternachten. Bekijk hier alvast de teaser.</p>
<p><iframe width="500" height="281" src="http://www.youtube.com/embed/5GTAPmRhc3I?fs=1&#038;feature=oembed" frameborder="0" allowfullscreen></iframe></p>
<p>Joumana Haddad en Özcan Akyol betreden achtereenvolgens het podium en schakelen voor een aantal minuten hun gevoel voor nuance, eventualiteiten, ‘het zou misschien ook vanuit een ander perspectief bekeken kunnen worden’ en andere voetnoten uit. Op dit podium spreekt de onderbuik van de literatuur. Het blijven natuurlijk geletterde dames en heren, dus verwacht een welbespraakte, gepassioneerde woordenlawine. Engels- en Nederlandstalig.</p>
<div><strong>Locatie: filmhuis 7 &#8211; 22.00 uur tot 22.25 uur</strong></div>
<div></div>
<div><strong><br />
</strong></div>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ozcanakyol.nl/teaser-winternachten-2012/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nacht (door Rianne Meijer)</title>
		<link>http://www.ozcanakyol.nl/nacht-door-rianne-meijer/</link>
		<comments>http://www.ozcanakyol.nl/nacht-door-rianne-meijer/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 29 Dec 2011 12:55:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ozcan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ozcanakyol.nl/?p=446</guid>
		<description><![CDATA[Eerst dacht ik dat ik me vergiste. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik dat het helemaal geen verbeelding was. Er lag een jongen midden op het fietspad. Op zijn rug, met gesloten ogen, zijn handen keurig in zijn schoot ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>Eerst dacht ik dat ik me vergiste. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik dat het helemaal geen verbeelding was. Er lag een jongen midden op het fietspad. Op zijn rug, met gesloten ogen, zijn handen keurig in zijn schoot gevouwen. Zou hij dood zijn? Met het puntje van mijn laars, duwde ik voorzichtig in zijn linkerzij. Geen reactie. Ik porde nogmaals, nu iets harder. Toen hij verontwaardigd kreunde, haalde ik opgelucht adem. Hij leefde in ieder geval nog.</p>
<p><span id="more-446"></span>Ik liet me op mijn hurken zakken. &#8216;Waarom lig jij midden op het fietspad?&#8217; Ik toeterde de jongen, die nog steeds niet geneigd leek in beweging te komen, in zijn oor. &#8216;Het is onder nul en je hebt niet eens een jas aan. Straks vries je nog dood.&#8217; Glazig keek hij me aan. Toen hij zijn mond opendeed, dreef een bierwalm mijn kant op. &#8216;Ik was gewoon een beetje moe. &#8216; Ik zuchtte. Het is moeilijk winnen van dronkemanlogica, zeker om drie uur &#8216;s nachts. Even kwam ik in verleiding op te staan en de zuiplap achter te laten. Maar ik wist eigenlijk meteen dat ik zoiets nooit zou kunnen. Meteen hoorde ik de sarcastische stem van mijn moeder in m&#8217;n hoofd als ik vroeger weer eens een kikker met drie poten of gewonde kever mee naar huis had gesleept. &#8216;Die dochter van ons schijnt te denken dat ze de nieuwe Florence Nightingale is.&#8217;</p>
<p>De jongen had zijn ogen ondertussen weer gesloten. Ditmaal kneep ik hem hard in zijn bovenarm. &#8216;He!&#8217; riep hij verontwaardigd. &#8216;Dat deed zeer joh!&#8217; Spontaan begon ik te lachen. Nu keek hij nog verongelijkter. &#8216;Sorry&#8217; zei ik. &#8216;Maar je kan hier echt niet blijven liggen. Het is midden in de nacht en het is koud. Waarom ga je niet gewoon naar huis?&#8217; Direct veranderde zijn gezichtsuitdrukking. Hij slikte hoorbaar. &#8216;Omdat ik nergens naartoe kan.&#8217;</p>
<p>Oh God, hij ging toch niet huilen? Op de een of andere manier had ik er een handje van mensen aan het janken te maken. Beslist niet expres, want ik kan helemaal niet tegen dat soort narigheid. Toch leek het me telkens weer te gebeuren. Het was bijna een vloek: zodra ik ten tonele verscheen, sloegen mensen spontaan aan het grienen.</p>
<p>Ondertussen was de jongen rechtop gaan zitten. Voor iemand die vermoedelijk aardig wat alcohol achter zijn kiezen had, keek hij verrassend helder uit zijn ogen. &#8216;Je woont toch wel ergens?&#8217; Direct had ik spijt. Jezus, kon ik niet gewoon een keer mijn mond houden? Zo maakte ik het vast alleen nog maar erger. &#8216;Mijn vriendin heeft me er gisterenavond uitgeschopt.&#8217; Hij keek om zich heen, reikte vervolgens naar zijn rugtas, die op de rand van de stoep stond, en haalde twee blikjes bier te voorschijn. &#8216;Wil je?&#8217;</p>
<p>Even twijfelde ik. De jongen zag er ongevaarlijk uit, maar wist ik veel. Voor hetzelfde geld was het een verkrachter. Of een moordenaar. Zijn buren vonden Ted Bundy ook altijd zo&#8217;n aimabele man. Wederom zag ik mijn moeder in gedachten vermanend knikken. &#8216;Nooit met een vreemde mee naar huis gaan!&#8217; Maar wist zij veel. En zoveel goed had het me de laatste jaren niet gedaan om naar haar te luisteren. &#8216;Je moet andere mensen niet lastigvallen met je problemen. Straks krijgen ze genoeg van je.&#8217; Dus was ik altijd lief en vrolijk geweest. Maar het had niets geholpen. &#8216;Doe maar,&#8217; antwoordde ik uiteindelijk. Ik nam een grote slok. En wilde die het liefst meteen weer uitspugen. Gatverdamme, eigenlijk lustte ik helemaal geen bier.</p>
<p>&#8216;Wat doe jij op dinsdag om drie uur &#8216;s nachts alleen op straat?&#8217; vroeg hij toen. &#8216;Ik wandel.&#8217; Stiekem hoopte ik dat hij daarmee genoegen zou nemen. Dom, natuurlijk. De tegenvraag kwam meteen. &#8216;Waarom?&#8217; Ik moest het echt uitleggen. &#8216;Omdat ik niet kan slapen. Dus loop ik, net zolang tot ik zo moe ben dat mijn lichaam te uitgeput is om nog langer te denken. De stad is veel interessanter &#8216;s nachts, wist je dat? Alles lijkt mooier in het donker. En soms is het even helemaal stil.&#8217;</p>
<p>&#8216;Ik snap het&#8217;. Hij rilde. Plotseling nam ik een besluit. &#8216;Ik woon hier praktisch om de hoek, als je wilt, kan je wel meelopen. Ik heb een extra matras in de studeerkamer liggen; het is niet heel comfortabel, maar dan heb je vannacht in ieder geval een bed.&#8217; De jongen keek me aarzelend aan. &#8216;Weet je dat wel zeker? Ik bedoel, je kent me helemaal niet natuurlijk. Ik vind het heel lief van je, maar snap best dat je niet zomaar een vreemde dronkenlap mee naar huis neemt.&#8217; Dit was mijn way out. Moest ik die niet gewoon grijpen? &#8216;Ik weet het zeker. En ik heet Sanne, trouwens. Jij?&#8217;</p>
<p>&#8216;Mark. Dank je wel&#8217;. Daarna stond hij op, sloeg zijn broek af en hielp me overeind van de stoep. &#8216;Welke kant moeten we op?&#8217; Ik wees naar links. Terwijl we in de richting van mijn huis liepen, stak ik mijn handen diep in mijn zakken. Onze adem vormde witte wolkjes in de lucht. Ik luisterde naar het geluid van onze voetstappen. Verder was het nog altijd doodstil.</p>
<p>Nadat ik met veel moeite de deur van het slot had gedraaid &#8211; daar moest echt eens iemand naar komen kijken &#8211; ging ik hem voor naar mijn woonkamer. &#8216;Ik heb weinig te drinken in huis, ben ik bang. Maar ik kan wel thee zetten? En wil je soms douchen? Je zal het wel ijskoud hebben.&#8217; Vragend keek ik hem aan. &#8216;Thee is prima. Ik douche liever morgenochtend, als dat oké is. Eigenlijk ben ik best wel moe.&#8217;</p>
<p>&#8216;Anders ik wel,&#8217; antwoordde ik. Toen het water kookte, verdeelde ik het over twee mokken en ging op de bank zitten. &#8216;Wil je trouwens vertellen waarom je nou precies op straat lag te slapen? Of heb je geen zin om daarover te praten?&#8217; Wederom werden zijn ogen glazig. &#8216;Omdat ik alles heb verpest. En dat terwijl ik haar eindelijk had gevonden. Ik had nooit een vaste relatie. Teveel gedoe, te weinig vrijheid, te veel verplichtingen. Maar toen ontmoette ik haar en bleek dat allemaal niet meer uit te maken. Totdat ik bang werd. Toen heb ik het kapotgemaakt. Ik ben een laffe klootzak.&#8217;</p>
<p>Ik dacht even na. &#8216;Maar iedereen is bang. We doen altijd maar alsof we precies weten waar we mee bezig zijn, alsof we ons nergens zorgen over maken, alsof we niet twijfelen aan onszelf. Hoe we eruit zien. Wie we zijn. Wat we denken. Maar dat is gelul. Want de waarheid is dat we allemaal geen flauw idee hebben. En dat de meesten van ons maar wat doen. Het is niet erg om dingen eng te vinden. Het is niet erg om dingen te verpesten. Shit, ik doe niks anders. Dacht je dat ik voor de lol de halve nacht door de stad liep? Dat doe ik omdat ik het ook allemaal niet weet. En hoe je dat nou precies moet doen, gelukkig worden. Maar soms, heel soms, dan snap ik de wereld ineens. Om die momenten is het uiteindelijk allemaal te doen.&#8217;</p>
<p>Een beetje verlegen keek ik hem aan. Wat zou hij na mijn speech van me denken? Straks denkt hij nog dat ik krankzinnig ben. Hij zou niet de eerste zijn. Maar er was geen afkeer op zijn gezicht te lezen. Wel iets anders, al kon ik niet precies thuisbrengen wat. Stilzwijgend bleven we naast elkaar op de bank zitten. Ik gaapte en zakte een beetje tegen hem aan. Hij gaapte terug en sloeg zijn arm om me heen. Gek. Het voelde alsof we elkaar al eeuwen kenden.</p>
<p>Terwijl hij zijn lege mok neerzette, aaide hij met zijn vrije hand door mijn haren. Daarna zoende hij me. Hij smaakte naar een wonderlijke mix van bier, sigaretten en aardbeienthee. Ik zoende hem terug. &#8216;Best lekker&#8217;, dacht ik. En viel eindelijk in slaap.</p>
<p><em>Rianne Meijer debuteerde vorige maand met haar autobiografische roman <a href="http://www.uitgeverijprometheus.nl/index.php?option=com_pac&amp;view=auteur_detail&amp;id=62886&amp;Itemid=11" target="_blank">‘De Ana files‘</a> bij uitgeverij Prometheus. Bestel het boek <a href="http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/de-ana-files/1001004011551475/index.html" target="_blank">hier</a> of <a href="http://www.ako.nl/product/9789044618693/de-ana-files-rianne-meijer/" target="_blank">hier</a> of voor mijn part <a href="http://boeken.hema.nl/rianne-meijer" target="_blank">hier</a>. Volg haar ook op <a href="http://twitter.com/globalistaa">Twitter</a>. Wel doen. Anders bel ik de politie. Nog liever doe ik dat niet. Want ik vind de politie maar een bende zwakzinnige hufters. </em></p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ozcanakyol.nl/nacht-door-rianne-meijer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Windesheim (door Teun van de Keuken)</title>
		<link>http://www.ozcanakyol.nl/windesheim-door-teun-van-de-keuken/</link>
		<comments>http://www.ozcanakyol.nl/windesheim-door-teun-van-de-keuken/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 24 Dec 2011 12:23:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ozcan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ozcanakyol.nl/?p=440</guid>
		<description><![CDATA[Ik heb twee semesters les gegeven aan de school voor journalistiek in Zwolle. Niet de gelukkigste periode uit mijn werkzame leven. Tot afgelopen woensdag dacht ik er niet veel meer aan. Toen verscheen er een rapport waaruit blijkt dat tientallen ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>Ik heb twee semesters les gegeven aan de school voor journalistiek in Zwolle. Niet de gelukkigste periode uit mijn werkzame leven. Tot afgelopen woensdag dacht ik er niet veel meer aan. Toen verscheen er een rapport waaruit blijkt dat tientallen leerlingen van Windesheim, zo heet die school, ten onrechte een diploma hebben gekregen. De school zou gesloten kunnen worden.</p>
<p><span id="more-440"></span>Ik begon met veel enthousiasme aan het werk. Ik gaf interviewtechnieken aan tweedejaars. Ik deed ook toen al meerdere interviews per week voor radio en televisie en het leek mij leuk en nuttig om mijn vaardigheden te delen met jonge gemotiveerde leerlingen. Zoveel docenten liepen er op Windesheim niet rond die dagelijks een stukje tikten voor de krant, een gesprek voerden op de radio of een reportage maakten voor de televisie. De meesten hadden zo’n twintig jaar tevoren hun blocnootje of microfoon verruild voor het klaslokaal, waar zij onderwezen uit boeken vol ingewikkelde theorieën over interviewen. Theorieën waaraan je in de praktijk weinig hebt.</p>
<p>Veel leerlingen hebben een zes gekregen voor een scriptie die geen voldoende waard was. Dat verbaast mij niets. In de tijd dat ik op Windesheim rondliep, zag ik veel middelmaat. En onder de middelmaat. Die middelmatigen en ondermiddelmatigen gingen almaar over. Omdat ze redelijk goede reflectieverslagen hadden geschreven ( dat zijn stukken waarin ze hun eigen werk beoordelen), terwijl hun werk verder niet voldeed. Die verslagen waren de maat der dingen. Presteren werd op Windesheim niet gestimuleerd. Zoveel mogelijk kinderen zo snel mogelijk aan een diploma helpen, dat was het streven. Afgestudeerde leerlingen brengen geld in het laatje, afgehaakte studenten kosten alleen maar. Zolang dit zo blijft, zullen we verontrustende verhalen horen over de kwaliteit van het onderwijs.</p>
<p>Aan een diploma in de journalistiek heb je op zich weinig. In de media- business word je niet alleen op basis van een papiertje aangenomen. Werkgevers willen bewijzen van kwaliteit: goed geschreven verhalen, mooi gemaakte reportages en prikkelende interviews. De meeste Windesheimers komen van de opleiding met lege handen. Ze zijn opgeleid voor werkloosheid. Buitengewoon treurig.</p>
<p><em>Teun van de Keuken is journalist, presentator en programmamaker. Bovenstaande column verscheen eerder in Het Parool. Meer columns van Teun vindt u op zijn <a href="http://teunvandekeuken.nl/teunschrijft/category/teunschrijft/">eigen website</a>. Volg hem ook op <a href="http://www.twitter.com/TeunvandeKeuken" target="_blank">Twitter</a>. </em></p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ozcanakyol.nl/windesheim-door-teun-van-de-keuken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>CV ongewenst (door Hans van Willigenburg)</title>
		<link>http://www.ozcanakyol.nl/cv-ongewenst-door-hans-van-willigenburg/</link>
		<comments>http://www.ozcanakyol.nl/cv-ongewenst-door-hans-van-willigenburg/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 15 Dec 2011 09:00:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ozcan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ozcanakyol.nl/?p=434</guid>
		<description><![CDATA[Ik liep over straat en realiseerde me dat ik nog altijd nagenoeg niets was. Door steeds van baan of discipline te wisselen zodra iets dreigde op te vallen of te lukken, had ik mijn futiele status en magere inkomen wonderwel ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>Ik liep over straat en realiseerde me dat ik nog altijd nagenoeg niets was. Door steeds van baan of discipline te wisselen zodra iets dreigde op te vallen of te lukken, had ik mijn futiele status en magere inkomen wonderwel in stand gehouden. Als een compleet stukje onbetekenendheid met twee benen, twee armen, twee handen, twee voeten, een romp en een hoofd was er geen cameraploeg in mijn mening geïnteresseerd en kon ik in mijn vrije tijd (het leeuwendeel van mijn bestaan, dus…) niet alleen alle kanten uit lopen en rennen, maar waren mijn gedachten, zonder de dreiging dat ze door iemand serieus zouden worden genomen, al jaren vrijer dan vrij.<br />
<span id="more-434"></span><br />
Het voelde als een ongebruikelijke overwinning,  maar als eentje die goed bij me paste.  Wel had ik op dit moment dorst en besloot zonder veel nadenken een kroeg in te gaan. U weet wel, een ruimte met mensen erin, waar, als je niet uitkijkt, ongecontroleerde gesprekken tot ontwikkeling komen. Zo ook in dit geval. Na wat inleidende beleefdheden wilde een niet bepaald onaantrekkelijk meisje heel graag weten wat &#8216;mijn ding&#8217; was. Ik weet niet wat er precies met me gebeurde, maar feit is dat een soort kietelend gevoel vanuit mijn onderbuik rechtstreeks in verbinding kwam te staan met mijn keel en dat ik afschrikwekkend hard begon te lachen. Ik stortte werkelijk een halve orkaan aan zopas nog in mijn longen genestelde, maar thans met windkracht elf of twaalf naar buiten gestoten lucht over haar uit. In een abrupte beweging deinsde het meisje dat op zoek was naar &#8216;mijn ding&#8217;  terug voor dit, zeg maar, al te vrolijke geweld.</p>
<p>Toen ik na een halve minuut of zo weer enigszins tot bedaren was gekomen, keek datzelfde meisje met gefronste wenkbrauwen naar het meisje naast haar (een vriendin?), alsof ze zeggen wilde: wat vind jij? Is deze figuur met zijn bizarre gedragingen het waard om nog langer bij in de buurt te verkeren? Een paar seconden was ik er zeker van dat ze samen rechtsomkeert zouden maken, dat ze hun reputatie of imago of wat de mensen tegenwoordig ook met zich mee dachten te dragen niet aan mogelijk nóg een vreemde reactie mijnerzijds wensten bloot te stellen.</p>
<p>Maar iets in hun onderlinge blik moet het signaal hebben gegeven dat er mogelijk op de één of andere manier iets uit mij te halen viel, een heuse belevenis, wellicht, die ze later ooit in een talkshow of tijdens het contact met  een machtige filmregisseur of personeelschef zouden kunnen gebruiken. Hoe dan ook: het meisje kwam aarzelend mijn kant weer op en vroeg waarom ik reageerde zoals ik zojuist gedaan had. Hoewel ik daarover stilletjes wel een idee had (dat ik met mijn gekoesterde onbetekenendheid ongeveer wel de laatste was die zich kon beroepen op zoiets als ‘mijn ding’), luidde mijn bewust nietszeggende antwoord dat ik dat zelf ook niet precies wist. Maar daar nam ze geen genoegen mee en  zeker haar vriendin niet, die in haar kielzog was mee geslopen en nu, met een zelfverzekerde metalen stem, zei dat ik niet moest denken &#8216;er zo mee weg te komen&#8217;. Dat mijn lachsalvo onmogelijk &#8216;zomaar uit het niets&#8217; kon zijn opgeborreld.</p>
<p>Dit tweede meisje keek me streng en vorsend aan, vernauwde haar ogen tot spleetjes alsof ze elk moment verwachtte dat ik onder de druk zou bezwijken en een verlossende verklaring zou afleggen. Ik grinnikte om dit type zelfoverschatting. En daarna grinnikte ik om hun blikken, die elkaar opnieuw kruisten en in dat minutieuze ogenblik van elkaar kruisen ogenschijnlijk nu wél tot de eensgezinde slotsom kwamen dat verdere omgang met mij op zijn minst nutteloos en, wie weet, zelfs schadelijk was. In een verongelijkte beweging draaiden ze zich beiden om en liepen druk pratend en in een straf tempo richting de wc’s. Ikzelf draaide me eveneens om, zette mijn drankje op een daartoe bestemde richel en verliet het pand.</p>
<p>Eenmaal buiten trok ik de conclusie dat mijn besluit tot kroegbezoek lichtzinnig was geweest. Hoewel ik zorgeloos en zonder bagage van welke snit dan ook was gearriveerd, als de nonchalante belichaming van een luchtig en vrijblijvend niets, had de ontmoeting met de meisjes me tijdelijk bezoedeld. En was ik, helaas, aanzienlijk in herken- en aanwijsbaarheid toegenomen. Ik kon hoog of laag springen: ik was nu minstens een paar etmalen een heus iemand – een gek? een autist? een doodverlegen freak? &#8211; die op vreemde momenten in een knalharde lachkik schoot en schromelijk tekort kwam bij de verantwoording daarvan. De meisjes waren van beide zaken immers onbetwistbaar getuige geweest? Het zat nu in hun database! En wie weet aan wie ze het tafereel allemaal door zouden vertellen!</p>
<p>Mij was onbedoeld een heus curriculum vitae aangesmeerd, althans een ongewenst begin daarvan.  Als je dat wilde voorkomen en elke vorm van inhoud of persoonlijkheid radicaal wilde smoren, moest je je, concludeerde ik, nóg verder terugtrekken dan ik nu al deed. In een vacuüm leven. Bijvoorbeeld in de oud romantische vorm van een permanent kamperen op één of ander zolderkamertje of in de meer eigentijdse vorm van een raket die je, liefst voor eeuwig, tot buiten de dampkring schoot.</p>
<p>Hans van Willigenburg is tekstdocent. Hij schrijft normaal &#8211; zoals u hierboven kunt lezen &#8211; andersoortige teksten. Of u dit literaire uitstapje geslaagd vindt, kunt u hem zelf vertellen op <a href="http://twitter.com/#!/hanstw">Twitter</a>.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ozcanakyol.nl/cv-ongewenst-door-hans-van-willigenburg/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De jongen die dood wilde (door Rianne Meijer)</title>
		<link>http://www.ozcanakyol.nl/de-jongen-die-dood-wilde-door-rianne-meijer/</link>
		<comments>http://www.ozcanakyol.nl/de-jongen-die-dood-wilde-door-rianne-meijer/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 09 Dec 2011 10:04:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ozcan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ozcanakyol.nl/?p=431</guid>
		<description><![CDATA[HIJ HAD VEEL TALENTEN, MAAR IN ZELFMOORD PLEGEN, WAS HIJ NIET ZO GOED. Een veel treuriger grafsteentekst was amper denkbaar. Maar het was wel de waarheid: van de vijf pogingen die hij tot nu toe had gedaan, was geen enkele ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>HIJ HAD VEEL TALENTEN, MAAR IN ZELFMOORD PLEGEN, WAS HIJ NIET ZO GOED. Een veel treuriger grafsteentekst was amper denkbaar. Maar het was wel de waarheid: van de vijf pogingen die hij tot nu toe had gedaan, was geen enkele succesvol gebleken. Aanvankelijk kon hij zijn herhaaldelijk falen nog wel vergoelijken. Het waren ‘beginnersfoutjes’, logische misstappen voor iemand die weinig ervaring heeft op suïcidegebied.</p>
<p><span id="more-431"></span>Wist hij veel dat polsen niet in de breedte, maar juist in de lengte door moeten worden gesneden? Op televisie deden ze het altijd andersom. En hoe had hij nou van te voren kunnen bedenken dat hij het handje slaaptabletten grotendeels weer zou uitkotsen voordat het zijn werk deed? Dat soort dingen kan iedereen overkomen.</p>
<p>Maar na het falen van poging drie moest hij toegeven dat het misschien gewoon aan hem lag. Op een druilerige dinsdagavond had hij zijn hoofd in de oven gestoken. Dat was bijna gelukt, ware het niet dat zijn huisgenoot net op tijd thuis was gekomen. En zijn pogingen faalden niet eens omdat hij in werkelijkheid helemaal niet dood wilde. Dat was juist een van de weinige dingen waar hij wel zeker van was. Kennelijk miste hij gewoon de juiste kwaliteiten om zich van het leven te beroven.</p>
<p>‘Mooi kut,’ zei hij hardop terwijl hij zuchtend op de rand van het bed ging zitten. Het was pas 06.00 uur, maar nu al broeierig warm in de hotelkamer. Over ongeveer een uur zou de rest van het hotel ontwaken. Eerst zou hij het vertrouwde geluid horen van rinkelend bestek en serviesgoed, een teken dat het ontbijt bijna werd geserveerd, gevolgd door voetstappen op de trap van de gasten die zich naar beneden haasten. Daarna klonk steevast het vrolijke Spaanse gekwetter van de schoonmaaksters die dezelfde weg andersom aflegden om de kamers te ontdoen van lege condoomverpakkingen, winkeltasjes en andere achteloos neergesmeten rommel.</p>
<p>Zelf zou hij de ochtendroutine vandaag niet meemaken, maar voor de zekerheid hing hij toch maar het ‘do not disturb’-bordje aan de deurknop. Hopelijk kon hij daarmee voorkomen dat mensen zich direct zorgen gingen maken als hij niet aan het ontbijt verscheen. Straks gingen ze naar hem op zoek. Of, nog erger: sloegen ze groot alarm. Als ze hem vonden, betekende dat wederom een mislukte poging. Dat werd inmiddels toch wel extreem gênant, maar goed: wat moest hij eraan doen? Ja, zichzelf van kant maken, maar dat lukte dus juist niet.</p>
<p>Na nog een laatste blik op de ruimte die de afgelopen week zijn huis was geweest, stapte hij resoluut naar buiten. Alles wat hij nodig had, zat in de tas op zijn rug. Hij had hier niets meer te zoeken.</p>
<p>Het schemerde nog op straat, maar toch was de dag hier allang begonnen. Vier in schooluniform gestoken meisjes renden gillend van plezier achter een kip aan. Bij het koffietentje op de hoek stonden kantoormensen en winkelpersoneel in de rij die nog snel een ontbijt wilden scoren voordat ze aan een nieuwe werkdag begonnen. In plaats van zich aan te sluiten bij de forenzen, kocht hij een ‘cafe con leche’ bij een stalletje op straat. Het is raar hoe dingen ineens meer waarde krijgen als je ze voor het laatst doet. Misschien had hij voor deze ene keer om suiker moeten vragen.</p>
<p>Zijn brief was al onderweg. Daarin zouden zijn ouders geen redenen vinden, wel het wachtwoord van zijn e-mailadres zodat ze zijn bescheiden vriendenkring op de hoogte konden stellen. Dat was een slim idee van haar geweest.</p>
<p>Zijn gedachten bleven heel even bij haar hangen, het dunne meisje met de lange blonde haren van wie hij ooit hield. Ze was van de weinige exen met wie hij mee bevriend was gebleven. Een van de weinige ménsen met wie hij in de laatste jaren bevriend was gebleven, als hij heel eerlijk was. Haar nuchtere reactie op zijn laatste e-mail had hem verbaasd. ‘Ik kan het je moeilijk verbieden,’ schreef ze hem terug toen hij vertelde dat hij van plan was er een einde aan te maken. ‘Maar denk er alsjeblieft nog een keer over na.’</p>
<p>Over zijn schamele poging vast afscheid te nemen was ze wel duidelijk. Daar nam ze geen genoegen mee. ‘Als ik een paar weken niks van je hoor, moet ik zelf concluderen dat je dood bent?’ Hij zag haar bijna verontwaardigd fronzen. Dat deed ze jaren geleden ook altijd wanneer hij haar kwaad maakte. ‘Het lijkt me dat je toch op zijn minst kan zorgen dat iedereen het gewoon te horen krijgt. Jij kan wel denken dat het niemand interesseert, maar dat is onzin. Voor mijn part geef je je hotmail-wachtwoord aan je moeder.’ Verder leek ze nogal gelaten onder zijn mededeling. Zoals ze vroeger al zijn uitspattingen gelaten onderging.</p>
<p>Hij had direct spijt van zijn openhartigheid, maar toen was het al te laat. The story of his life. Hij was altijd overal te laat mee. Vooral met spijt hebben.</p>
<p>Voordat hij zich weer zou verliezen in een eindeloze opsomming van zijn karakterfouten, maakte een wild getoeter een einde aan zijn overpeinzingen. Ze reden in Buenos Aires allemaal als gekken. Hij had in de afgelopen dagen meerdere malen maar net op tijd uit de weg kunnen springen voor een optrekkende automobilist. Je kon je afvragen waarom hij überhaupt nog opzij sprong, maar dat was nou eenmaal een reflex. Bovendien wilde hij niet met een dwarslaesie of gebroken been in het ziekenhuis belanden. Hij wilde dood.</p>
<p>‘Buenos. Al parque, por favor’, zei hij gemaakt opgewekt tegen de taxichauffeur bij wie hij in de auto stapte. Diens woeste snor en gouden schakelketting vormden een grappig contrast met het Mariaprentje en de rozenkrans die hij naast zijn achteruitkijkspiegel had gestoken. De man knikte even en trok daarna op. De rest van de rit brachten ze stilzwijgend door.</p>
<p>Aan de rand van de stad hield de auto stil. Snel stak hij de chauffeur een paar verkreukelde bankbiljetten toe en stapte uit. De snorremans was bij het zien van het geld ineens beduidend opgewekter. ‘Gracias y buenos dias, senor.’ Hij glimlachte even. Die kerel moest eens weten.</p>
<p>Resoluut liep hij het park in. Hij wist al precies waar hij heen moest, want ze waren hier drie dagen geleden met de groep ook geweest. De groep. Ineens voelde hij zich schuldig. Dat zou geen prettige vakantieherinnering worden voor de twaalf bleue Engelsen die hij de afgelopen twee weken door Argentinië had gevoerd. Toen hij vijf jaar geleden begon als reisleider had hij de avontuurlijke lifestyle helemaal geweldig gevonden. Maar inmiddels begon hij zich af te vragen of juist dat leven er niet de oorzaak van was dat hij zich zo klote voelde. Hij bleef nooit lang genoeg op een plek om zich aan mensen te hechten. Ja, bij haar. Totdat hij weer bang werd en alsnog de benen nam.</p>
<p>Als er een lekker wijf in de groep zat, neukte hij haar. Maar eigenlijk begon dat ook best te vervelen. En nadat ze hem die pillen had gegeven, had hij daar eerlijk gezegd sowieso weinig zin meer in. &#8216;Een klassiek gevalletje borderline&#8217; noemden ze hem. Tsss, wisten zij veel. Die troep slikte hij niet meer. Als hij toch dood was van binnen, kon hij het net zo goed gewoon helemaal zijn.</p>
<p>De buitenwereld zag hem ondertussen nog steeds als de jongen die hij al die tijd tevergeefs probeerde te worden. Stoer, onbezorgd, vrolijk, charmant: op en top het reisleider-cliche. Hij liet het maar zo. Wat moest hij zeggen? &#8216;Het enige dat ik echt goed kan is alles stuk maken,&#8217; zou nog het eerlijkste antwoord zijn. Soms wilde hij het ze het liefst in hun gezicht schreeuwen. &#8216;Zijn jullie soms blind? Hoe kunnen jullie nou niet zien ik rot ben van binnen?&#8217; Hij deed het nooit natuurlijk. Zulke dingen willen mensen helemaal niet horen.</p>
<p>Aan het einde van het park was het, zoals hij al had gehoopt, uitgestorven. Toen hij de rugzak van zijn schouders tilde, voelde hij zijn shirt aan zijn rug plakken. &#8216;Dit is oersterk materiaal. Met zo&#8217;n abseiltouw kan je niets gebeuren&#8217;, had de man in de winkel gezegd. Geoefend begon hij een lus en daarna knopen te leggen in het touw. Was die Engelse opvoeding toch nog ergens goed voor geweest. Daarna wierp hij de ene kant van het touw over een boomtak en rolde de grote steen die hij daar eerder al had neergelegd tot bij zijn voeten.</p>
<p>Nadat hij op de steen was gaan staan dacht hij nog even aan zijn ouders. Vervolgens aan haar. Hoe het had moeten gaan. Dat is zo vervelend aan het leven, dacht hij. Uiteindelijk gaat het zelden zoals je wilt. En hij sprong.</p>
<p>Rianne Meijer debuteerde vorige maand met haar autobiografische roman ‘<a href="http://www.uitgeverijprometheus.nl/index.php?option=com_pac&amp;view=auteur_detail&amp;id=62886&amp;Itemid=11" target="_blank">De Ana files</a>‘ bij uitgeverij Prometheus. Bestel het boek <a href="http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/de-ana-files/1001004011551475/index.html" target="_blank">hier</a> of <a href="http://www.ako.nl/product/9789044618693/de-ana-files-rianne-meijer/" target="_blank">hier</a>. Volg haar ook op <a href="http://twitter.com/Globalistaa">Twitter</a>. Wel doen. Anders bel ik de politie.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ozcanakyol.nl/de-jongen-die-dood-wilde-door-rianne-meijer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Eus&#8217; verschijnt bij Prometheus</title>
		<link>http://www.ozcanakyol.nl/eus-verschijnt-bij-prometheus/</link>
		<comments>http://www.ozcanakyol.nl/eus-verschijnt-bij-prometheus/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 26 Nov 2011 13:07:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ozcan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ozcanakyol.nl/?p=429</guid>
		<description><![CDATA[De kogel is door de moskee! Mijn roman ‘Eus’ verschijnt in het najaar van 2012 bij uitgeverij Prometheus. Vorige week heb ik een two-book deal getekend in Amsterdam. Dit houdt in dat ik na mijn debuut meteen ga schrijven aan ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>De kogel is door de moskee! Mijn roman ‘Eus’ verschijnt in het najaar van 2012 bij <a href="http://uitgeverijprometheus.nl/index.php?option=com_content&amp;view=frontpage&amp;Itemid=1" target="_blank">uitgeverij Prometheus</a>. Vorige week heb ik een two-book deal getekend in Amsterdam. Dit houdt in dat ik na mijn debuut meteen ga schrijven aan een tweede roman. Meer details over de inhoud van beide boeken volgt later. In ieder geval moet u weten dat ‘Eus’ een semi-autobiografische schelmenroman is die zich afspeelt in de onderklasse van Deventer. Het verhaal gaat over een jonge Turk, die &#8211; naarmate hij ouder wordt &#8211; de kunst ontwikkelt verzeild te raken in allerlei vormen van narigheid, alles om maar afgeleid te worden van de uitzichtloosheid van het bestaan. Houd deze website in de gaten voor meer informatie.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ozcanakyol.nl/eus-verschijnt-bij-prometheus/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Baby (door Rianne Meijer)</title>
		<link>http://www.ozcanakyol.nl/baby-door-rianne-meijer/</link>
		<comments>http://www.ozcanakyol.nl/baby-door-rianne-meijer/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 10 Nov 2011 07:20:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ozcan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ozcanakyol.nl/?p=425</guid>
		<description><![CDATA[‘Je had een jongetje moeten zijn.’ Het was het eerste wat ze dacht toen de verloskundige na de bevalling een plakkerige baby op haar borst legde. Een beetje verwonderd keek ze naar het knalrode wezen dat net nog in haar ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>‘Je had een jongetje moeten zijn.’ Het was het eerste wat ze dacht toen de verloskundige na de bevalling een plakkerige baby op haar borst legde. Een beetje verwonderd keek ze naar het knalrode wezen dat net nog in haar buik had gezeten en nu de longen uit het lijfje schreeuwde. Dit was haar vlees en bloed. Haar baby. En het deed haar helemaal niks.</p>
<p><span id="more-425"></span>Na een paar ongemakkelijke minuten vroeg ze de verpleegster het kind weer mee te nemen. Die stemde daar zonder moeilijke vragen mee in. ‘Je zult wel moe zijn,’ zei ze terwijl ze het meisje geroutineerd optilde, het broze nekje zorgvuldig ondersteunt door haar hand. ‘Zou zo’n nek nou gemakkelijk breken?’ vroeg de vrouw in bed zich ondertussen in stilte af. ‘En wat dan?’</p>
<p>Als de baby dood was, zou iedereen natuurlijk weer met haar meeleven. Er zouden postkaarten zijn vol ongemakkelijk verwoord medelijden, gevolgd door een begrafenisceremonie met pijnlijk kleine kist. In gedachten zag ze zich al op de eerste rij zitten, gekleed in dramatisch zwart, een enkele traan die over haar wang gleed. Na afloop zou een aantal mensen haar waarschijnlijk mijden, uit angst het verkeerde te zeggen, of omdat ze liever niet werden geconfronteerd met zoveel narigheid. Dat zou ze een tijdje erg vinden om er daarna in te berusten. ‘Het was een moeilijke tijd, maar uiteindelijk zijn we er sterker uitgekomen.’ In gedachten hoorde ze het zichzelf al zeggen. En zag ze de bewonderende blikken van haar publiek.</p>
<p>‘Dappere vrouw.’</p>
<p>Maar deze baby was niet dood. Deze baby leefde. En hoezeer ze van te voren ook had gedacht daarover eindeloos opgelucht te zijn, in werkelijk voelde ze exact het omgekeerde.</p>
<p>Ze dacht er niet aan die gevoelens op te biechten aan haar bezoek, de stroom van familie, kennissen en vrienden die zich kwam vergapen aan het kind dat nu in de wieg naast haar bed lag te slapen. De stroom die bovendien maar niet leek op te drogen.</p>
<p>Ze wist niet eens dat ze zoveel mensen kende.</p>
<p>Iedereen zei hetzelfde. ‘Wat een wolk van een baby,’ kirde haar vroegere buurvrouw terwijl ze haar gezicht dichtbij de wieg bracht. ‘Een prachtig meisje’ vond haar moeder.‘Jullie boffen maar’ zei de ongewild kinderloze vriendin van haar broer met een zweem van jaloezie in haar stem. Verstandelijk wist ze dat die mensen gelijk hadden. Maar als ze keek naar het kind, háár kind, voelde ze niets. Ja, afkeer misschien, maar dat kon ze natuurlijk al helemaal aan niemand vertellen.</p>
<p>Er was op de keper beschouwd ook weinig mis met de baby. ‘Voorbeeldig,’ als ze de kraamhulp moest geloven. Ze huilde amper, alleen als ze honger had maakte ze een zacht, jammerend geluid. Haar aanvankelijk vlekkerig rode huid was nu egaal roomblank, ze had grote blauwe ogen en een ongewoon volle bos lichtblond haar. En toch had ze geen flauw idee wat ze aan moest met het meisje. Het koekoeksjong dat zomaar haar leven was binnengedrongen.</p>
<p>Haar man leek niets te merken van haar haat. Die had het veel te druk het meisje te overladen met liefde. Vanaf het moment dat ze waren teruggekeerd uit het ziekenhuis nam hij zonder te klagen het leeuwendeel van de voedingen voor zijn rekening. Borstvoeding had ze vanaf het begin pertinent geweigerd. </p>
<p>&#8216;Het doet zeer. Ik wil niet.&#8217; Niemand had durven protesteren. Nu gaf hij haar de fles. Verschoonde luiers. Fluisterde eindeloos lieve woordjes in haar oor. Telkens als ze die hoorde, drukte ze haar nagels in haar handpalm en probeerde het niet uit te schreeuwen van woede en frustratie.</p>
<p>&#8216;Je bent hem vergeten. Die kleine heks heeft ervoor gezorgd dat je amper meer denkt aan je zoon. Hoe konden we geloven dat een nieuwe baby alles goed zou maken? Het herinnert me alleen maar aan alles wat ik niet meer heb.’</p>
<p>Maar ze zei het nooit en dus ging hij na drie weken weer terug naar zijn werk, met pijn in zijn hart omdat hij het meisje moest achterlaten. Nu was ze alleen met de baby. </p>
<p>Gespannen zat ze die ochtend op de bank. Ze had geen flauw idee wat ze met zichzelf of de situatie aan moest. Haar man had het kind &#8216;s ochtends nog eten en een schone luier aangedaan en haar daarna terug in de wieg gelegd. Met een beetje geluk zou ze de komende uren in ieder geval slapen. Maar ooit werd ze weer wakker. En wat dan?</p>
<p>Prompt klonk er gejammer vanaf de bovenverdieping. Ze voelde haar schouders verstijven. Radeloos keek ze om zich heen, alsof het antwoord op haar vraag ergens in de kamer te vinden was. Boven zwol het gehuil aan van zacht naar steeds luider. Wat als de buren het zouden horen? Die vertelden het vast aan haar man. Of nog erger: kwamen naar haar toe om te vragen of er soms iets aan de hand was. Er zat niets anders op, ze moest erheen. </p>
<p>Langzaam slofte ze de trap op. De deur stond op een kier, toen ze hem verder openduwde zag ze dat het kind al haar dekens van zich af gewoeld had. Haar gezichtje was rood aangelopen van het huilen en er liep een straaltje kwijl over haar kin. Behoedzaam deed de vrouw nog twee stappen in de richting van de wieg.</p>
<p>&#8216;Wat wil je van me?&#8217; Als antwoord op haar vraag begon de baby nog harder te krijsen. &#8216;Houd alsjeblieft op,&#8217; smeekte ze nu. &#8216;Ik weet niet wat ik moet doen, alsjeblieft, niet meer huilen.&#8217; Het hielp niet. Wanhopig liet ze zich op de stapel kussens zakken die haar man daar had neergelegd zodat hij &#8216;s nachts gemakkelijk naast het wiegje op de grond kon zitten.</p>
<p>&#8216;Je maakt alles kapot.&#8217; Haar stem klonk gek, alsof hij niet meer bij haar hoorde. Ineens merkte ze dat ze een van de kussens tegen zich aan geklemd hield. Daarmee zou ze het meisje vast wel stil krijgen. Zonder nog te twijfelen stond de vrouw weer op en duwde het kussen in het gezicht van haar dochter. Ze zette meer kracht en kreeg spierwitte knokkels van de inspanning.</p>
<p>‘Ik haat je,’ dacht ze. ‘Je bent mijn kind niet, je had er nooit mogen zijn, geef me mijn eigen baby terug, waar is mijn zoon?’</p>
<p>Toen was het stil.</p>
<p><em>Rianne Meijer </em>debuteert aanstaande woensdag (16 november) met haar autobiografische roman ‘<a href="http://uitgeverijprometheus.nl/images/stories/downloads/lhvg/Leesfragment_Ana-files_-_Rianne_Meijer_definitief.pdf" target="_blank">De Ana files</a>‘ bij uitgeverij Prometheus. Volg haar ook op <a href="http://twitter.com/globalistaa" target="_blank">Twitter</a>. Wel doen. Anders bel ik de politie.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ozcanakyol.nl/baby-door-rianne-meijer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Alleen (door Rianne Meijer)</title>
		<link>http://www.ozcanakyol.nl/alleen-door-rianne-meijer/</link>
		<comments>http://www.ozcanakyol.nl/alleen-door-rianne-meijer/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 20 Oct 2011 10:08:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ozcan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ozcanakyol.nl/?p=422</guid>
		<description><![CDATA[Ze had zich nog zo voorgenomen het niet meer te doen. Weliswaar voor de zoveelste keer, maar stiekem had ze gedacht dat het deze keer zou lukken. En nu lag daar toch weer een non-descripte man in haar bed te ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>Ze had zich nog zo voorgenomen het niet meer te doen. Weliswaar voor de zoveelste keer, maar stiekem had ze gedacht dat het deze keer zou lukken. En nu lag daar toch weer een non-descripte man in haar bed te slapen. &#8216;Hoe zou hij eigenlijk heten?&#8217; vroeg ze zich af. Vast Niels. Of Bob. Inwisselbare man, inwisselbare naam. Beslist niet mee naar huis genomen uit liefde. Niet eens uit lust, als ze heel eerlijk was. Nee, de man was onderdeel van een reeks. Een steeds verder uitdijend legioen van stoplappen, bedoeld om een gat te dichten dat ondertussen alleen maar groter werd.</p>
<p><span id="more-422"></span>Ze zuchtte. Straks zou de man wakker worden. Dan wilde hij een ontbijt, nog een keer seks, of erger: praten. Ze was helemaal niet goed in dergelijke small talk. Wat moest ze zeggen? ‘Ik hield van hem, maar hij ging weg. Ik vertrouwde hem, maar hij liet me alleen. Ik dacht dat ik eindelijk iemand had gevonden die me begreep, maar hij spuugde me in mijn gezicht.’ Figuurlijk natuurlijk: altijd alles in het betamelijke. Het was een fatsoenlijke jongen, dat hadden zelfs haar ouders gevonden.</p>
<p>Maar over dat soort dingen praatte je niet op een willekeurige zondagochtend met een onbekende, dat snapte ze ook nog wel. Zelfs niet met iemand die je een paar uur daarvoor nog had uitgekleed, je in je nek had gezoend en daarna met weinig gevoel voor ceremonieel op bed had gesmeten. Juist niet met iemand die je een paar uur daarvoor nog had uitgekleed en op bed had gesmeten, misschien.</p>
<p>Dus zou ze, als hij straks wakker werd, een dringende afspraak fingeren. Ze zou met grote passen door het huis lopen, kleding en andere noodzakelijke spullen verzamelen, telefoonnummers uitwisselen met de man wiens naam ze nog steeds niet wist en hem bij de tramhalte afzetten. Daarna zou ze een rondje om haar huis fietsen, de sleutel weer in het slot steken en zijn nummer in de prullenbak gooien om met een verse kop koffie weer op de bank te ploffen. Eindelijk weer alleen. Ineens voelde dat toch niet als een opluchting.</p>
<p>Ze wist dat het zo zou gaan, want zo ging het al een jaar. Eerst alleen in de weekenden, later – toen dat niet meer voldoende was – meerdere keren per week. Aanvankelijk altijd in dezelfde kroeg, een onopvallend donker hol in het centrum. Tot de barman haar apart nam. &#8216;Ik weet niet wat je aan het doen bent’, zei hij, &#8216;maar dit is een nette zaak. Van hoeren moeten we hier niets hebben.&#8217; Ze was te beschaamd het uit te leggen. En wat moest ze zeggen? &#8216;Ik ben geen hoer, want iedereen mag er gratis overheen?&#8217; Naar het café was ze in ieder geval nooit meer teruggegaan. Tegenwoordig spreidde ze haar jachtterrein liever over meerdere etablissementen.</p>
<p>In het begin was ze nog wel eens onzeker geweest, bang dat de man die ze op het oog had niet zou toehappen. Die angst was snel verdwenen. Het bleek gênant simpel. Meer dan met haar ogen knipperen was meestal niet nodig. Als die tactiek niet genoeg effect sorteerde, schortte ze haar rokzoom een paar centimeter op. Negen van de tien keer wisten die sukkels dan niet hoe snel ze de barkruk naast haar moesten bezetten. Soms speelde ze dan nog een tijdje met ze voor ze toegaf, maar vaker had ze helemaal geen zin in dergelijke spelletjes. Bovendien had ze gemerkt dat mannen het wel konden waarderen wanneer ze hun zogenaamd interessante anekdotes zomaar onderbrak met een verveeld &#8216;kunnen we nu gewoon neuken?&#8217;</p>
<p>&#8216;Hoor je eigenlijk nog wel eens iets van Alex?&#8217;, vroeg haar moeder een week geleden toen ze daar op vrijdagochtend plichtsgetrouw langsging. De vraag kwam uit het niets. Natuurlijk, de eerste weken en maanden informeerden haar ouders nog wel naar hem, maar toen ze merkten dat daar weinig respons op kwam, gaven ze het tot haar grote opluchting uiteindelijk op.</p>
<p>Terwijl ze verwoed kauwde op de halve stroopwafel die ze net in haar mond had gestoken, praatte haar moeder door. &#8216;Nog een wonder dat hij zo lang bij je is gebleven. Niet dat jullie ongelukkig leken, maar hij was natuurlijk wel van een heel ander niveau.&#8217; Ondertussen was het haar eindelijk gelukt de droge koekmassa door te slikken. &#8216;Ik heb hem al in geen maanden gesproken, mam. Dat weet je toch?&#8217; Daarna was ze naar huis gegaan.</p>
<p>Hoewel het pas half een ‘s middags was, was ze direct in bed gaan liggen. Terwijl ze de dekens beschermend over zich heentrok, waren de herinneringen als vanzelf op haar netvlies verschenen. Alex die op straat haar hand pakte. Alex die vanaf de rand van het bed toekeek terwijl ze zich omkleedde. Alex die in haar ogen staarde en vertelde dat hij van haar hield.</p>
<p>Vervolgens verschoten de beelden van kleur naar zwart-wit. Alex die haar na de eerste hoogopgelopen ruzie in haar gezicht stompte. Alex die zich huilend opkrulde aan haar voeten, om vergeving smeekte en beloofde dat het nooit meer zou gebeuren. Alex die haar na een avondje stappen achter de deur stond op te wachten en met koude handen haar keel dichtkneep. Alex die met strakke schouders op de bank zat, een broodmes losjes in zijn rechterhand. Alex die haar bezwoer dat hij haar zou slachten als een dier als ze het ooit in haar domme harsens zou halen hem te verlaten.</p>
<p>Daar had hij niet bang voor hoeven zijn: ze was te laf om weg te gaan. Veel te blij dat ze eindelijk iemand had gevonden, bovendien. Dus had ze telkens weer dankbaar zijn excuses aanvaard. Net zolang totdat hij haar zo minachtte dat slaan niet meer genoeg was. Daarna was hij vertrokken. Ze wist niet waarheen, hij had zijn spullen gepakt terwijl ze aan het werk was. Toen ze zijn ouders belde, bleken die ook van niets te weten. Of ze deden alsof, dat durfde ze niet met zekerheid te zeggen. Vrienden had hij niet, dat vond hij overbodige ballast, dus die kon ze ook niets vragen. De hare probeerden haar te troosten, maar in hun ogen las ze iets heel anders. &#8216;Had je nou echt gedacht dat hij voor altijd bij je zou blijven?&#8217;</p>
<p>Ineens schrok ze wakker. Er lag een briefje naast mijn kussen. &#8216;Bedankt voor een mooie nacht. Sorry dat ik je niet even wakker heb gemaakt, maar je lag zo lief te slapen. Hopelijk tot snel. Liefs, Martijn&#8217;. Daaronder stond zijn telefoonnummer. &#8216;Hij heette dus Martijn,&#8217; dacht ze terwijl ze op weg naar de berging het stuk papier tot een bal verfrommelde en weggooide. &#8216;Volgens mij heb ik nog niet eerder een Martijn gehad.&#8217;</p>
<p>Rianne Meijer debuteert 25 november met haar autobiografische roman ‘<a href="http://uitgeverijprometheus.nl/images/stories/downloads/lhvg/Leesfragment_Ana-files_-_Rianne_Meijer_definitief.pdf" target="_blank">De Ana files</a>‘ bij uitgeverij Prometheus. Volg haar ook op <a href="http://www.twitter.com/globalistaa" target="_blank">Twitter</a>.</p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ozcanakyol.nl/alleen-door-rianne-meijer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Post 2 (door Rianne Meijer)</title>
		<link>http://www.ozcanakyol.nl/post-2/</link>
		<comments>http://www.ozcanakyol.nl/post-2/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 06 Oct 2011 11:57:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ozcan</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ozcanakyol.nl/?p=421</guid>
		<description><![CDATA[Ik werd wakker en kon mijn armen en benen niet bewegen. Terwijl mijn ogen langzaam wenden aan het donker, probeerde ik het groeiend gevoel van paniek in mijn maag te onderdrukken. Waar was ik? Waarom was ik daar? Mijn hoofd ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[
<p>Ik werd wakker en kon mijn armen en benen niet bewegen. Terwijl mijn ogen langzaam wenden aan het donker, probeerde ik het groeiend gevoel van paniek in mijn maag te onderdrukken. Waar was ik? Waarom was ik daar? Mijn hoofd voelde vreemd zwaar, alsof het niet van mij was, en ik had een vieze smaak in mijn mond. Nerveus likte ik langs mijn droge lippen.</p>
<p><span id="more-421"></span>Langzaam werden de contouren van een kamer zichtbaar. Ik zag een nachtkastje. Verderop een tafel en twee stoelen. Ergens in de hoek van de kamer stond iets hoogs en smals; een boekenkast misschien, of anders een kapstok. Boven mijn hoofd hing een lamp. Meer was er niet en wederom vroeg ik me af hoe ik hier in godsnaam terecht was gekomen. Ik probeerde nogmaals of ik mijn armen kon optillen. Als het me lukte mezelf te bevrijden, kon ik in ieder geval de kamer aan een nadere inspectie onderwerpen. Maar ik kon me nog steeds niet bewegen en er was niets wat er op wees dat er nog iemand anders in de ruimte was om me te helpen.</p>
<p>Ik fronste mijn wenkbrauwen. Het leek me stug dat iemand op het idee was gekomen mij te ontvoeren. Ik ben zo doorsnee als iemand maar zijn kan, dat soort dingen gebeurt nooit bij mensen zoals ik. Veel geld heb ik niet en mijn ouders zijn eveneens weinig vermogend, dus om losgeld kan het nooit te doen zijn geweest. Toch moest er een reden zijn waarom iemand me had vastgebonden. Misschien hielp het als ik me herinnerde wat ik voor het zwarte gat waar ik zonet uit was ontwaakt allemaal had gedaan. Ik probeerde mijn hoofd te schudden om de mist te verjagen.</p>
<p>Jezus, ze hadden me zelfs daar vastgemaakt.</p>
<p>Welke dag zou het zijn? Ik had geen idee, maar het voelde alsof ik weken had geslapen. Voor zover ik kon zien, had de kamer geen ramen, dus het kon bovendien net zo goed midden in de nacht zijn. Ik zuchtte weer en balde geïrriteerd mijn handen tot vuisten. Direct sneden de touwen pijnlijk in mijn polsen. Mijn ademhaling versnelde en ik sloot mijn ogen. Nu niet in paniek raken, anders kwam ik hier zeker niet weg.</p>
<p>Ik had voor ik hier terecht kwam nog een brief gepost, wist ik ineens weer. De route naar de brievenbus kon ik inmiddels dromen, zo vaak had ik hem in de laatste weken afgelegd. Ik probeerde ingespannen nog meer herinneringen naar boven te halen, maar plotseling hoorde ik een geluid. Ik spitste mijn oren. Kreunde daar nou iemand? Terwijl ik mijn adem inhield, zei ik in gedachten een schietgebedje. ‘Laat iemand me alsjeblieft komen redden.’</p>
<p>Het bleef zolang stil dat ik me begon af te vragen of ik het me soms had ingebeeld. Maar toen hoorde ik het weer. Deze keer werd het gezucht vergezeld door het geluid van iemand die zacht lag te huilen. En hoorde ik daar nou voetstappen? Misschien was ik wel niet het enige slachtoffer. Dutroux had ook meerdere meisjes tegelijk in zijn kelder opgesloten. Meteen begon ik weer oppervlakkiger te ademen. Jezus, daar ging ik weer.</p>
<p>Niet. In. Paniek. Raken.</p>
<p>Toen hoorde ik de voetstappen weer. Het leek wel alsof ze dichterbij kwamen. Onwillekeurig duwde ik mijn nagels in mijn handpalmen. Daarna ging de deur open.</p>
<p>‘Je bent eindelijk wakker, zie ik.’ Een vrolijke stem vulde de kamer. Onmiskenbaar de stem van een vrouw. Verward probeerde ik, zonder resultaat, mijn hoofd op te tillen. Nu snapte ik er helemaal niets meer van.</p>
<p>‘Als je belooft rustig te blijven, zal ik in ieder geval je armen losmaken.’ De vrouw torende hoog boven me uit en keek me vriendelijk aan. Automatisch grimaste ik terug om vervolgens mijn gezicht verschrikt weer in de plooi te trekken.</p>
<p>Wat voor ontzettende sukkel was ik wel niet als ik me met een paar woorden liet paaien door iemand die me had ontvoerd. Ik zou hoogstwaarschijnlijk moeten vechten als ik hier ooit nog levend wilde wegkomen. Maar terwijl ik mijn ogen neersloeg voelde ik mijn strijdlust afnemen. Het komt weinig voor dat mensen lief voor me zijn. Niet dat ze me slecht behandelen, het gros lijkt me gewoon niet op te merken. Misschien is dat nog wel erger. Geen haat, maar onverschilligheid. Ik was niet eens belangrijk genoeg om emoties aan te verspillen.</p>
<p>De onbekende vrouw was ondertussen begonnen de gespen die de riemen op hun plek hielden los te maken. Ik voelde haar koele vingertoppen tegen mijn huid. ‘Geen gekke dingen doen.’ Nu klonk haar stem waarschuwend. Ik rilde even. Ongemakkelijk pulkte ik aan het velletje van mijn linkerduimnagel, net zolang totdat er een druppeltje bloed tevoorschijn kwam. Even kwam ik in de verleiding de druppel op te likken en de roestige smaak op mijn tong te proeven. Maar toen zag ik haar weer naar me kijken en snel stak ik mijn handen onder het laken. Het verwassen katoen schaafde ruw langs mijn toch al gevoelige huid.</p>
<p>Vervolgens knipte ze het licht aan. ‘Zo is het beter,’ knikte ze tevreden. ‘Je zult wel honger hebben. Het is nu 08.00 uur, zometeen komt er iemand langs met het ontbijt. Enig idee hoe lang je hebt geslapen?’ Ingespannen dacht ik na. ‘Ik geloof het niet,’ zei ik aarzelend. ‘Maar waar ben ik? En wat doe ik hier?’ Nu leek de vrouw, die tot op dat moment een baken van onverstoorbaarheid was geweest, zenuwachtig te worden. Onwillekeurig deed ze een stapje achteruit en stootte daarmee tegen een ladekastje. Een stapel papieren, die iemand daar kennelijk had neergelegd, gleed van het blad en landde deels op mijn bed.</p>
<p>De Telegraaf. Van maandag 26 september, las ik in de gauwigheid. De vrouw was ondertussen op haar knieën de rest van de paperassen bij elkaar aan het verzamelen en leek mijn aanwezigheid vergeten. Nieuwsgierig liet ik mijn ogen over de rest van de voorpagina gaan, die leek te worden gedomineerd door een bericht. ‘Succesvolle jonge schrijfster doodgestoken’, schreeuwde de kop. Daaronder een foto.</p>
<p>De schrijfster die nu was overleden, had haar armen over elkaar geslagen en keek breeduit lachend de camera in. Vast een publiciteitsfoto van haar uitgeverij. Plotseling stokte mijn adem in mijn keel. ‘Maar ik ken haar,’ stamelde ik. ‘Dat is mijn penvriendin. We schrijven elkaar al maanden brieven, wist je dat? Ik wilde ook altijd schrijfster worden. En ik heb talent, dat zeiden ze op de lagere school al.’ Wanhopig keek ik de onbekende vrouw aan, maar ze ontweek mijn blik. ‘De dokter komt straks even met je praten,’ zei ze. Daarna liep ze de kamer uit. Er stond een politieagent op de gang, zag ik. Met een zachte klik viel de deur in het slot.</p>
<p><em>Rianne Meijer debuteert volgende maand met haar roman &#8216;<a href="http://uitgeverijprometheus.nl/index.php?option=com_content&amp;view=category&amp;layout=blog&amp;id=18&amp;Itemid=38" target="_blank">De Ana files</a>&#8216; bij uitgeverij Prometheus. Volg haar ook op <a href="http://twitter.com/globalistaa">Twitter</a>.</em></p>
<p><em>Het eerste deel van dit verhaal leest u <a href="http://www.ozcanakyol.nl/post-door-rianne-meijer/#more-418" target="_blank">hier</a>!</em></p>

]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ozcanakyol.nl/post-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

