Fuck Mimoun

‘Mimoun klom in de vijgenboom van zijn opa. Hij rook de overrijpe bloesems in de tuin. Zijn opa, die nu een siësta hield in de hangmat, had Achmed, de geit, goed verstopt – in elk geval uit het zicht van zijn kleinkind. Maar waar? En waarom? Mimoun voelde het zweet langzaam in zijn onderbroek lopen. Het prikte een beetje in zijn anus. Hij kon het beest, dat hij elke dag vertroeteld had en waar hij zo gehecht aan was geraakt, na een zoektocht van twee uur nog steeds niet vinden. Nu liep een traan over zijn wang. Mimoun moest huilen, hij was verdrietig – … de smerige klootzak.’

Deze tekst komt uit een niet bestaand boek. Maar het had gekund.

Goed, met uitzondering van de laatste toevoeging dan.

Ik wil het vanavond met u hebben over de zogeheten allochtonenliteratuur. Dat zijn boeken die geschreven worden door schrijvers, die geboren zijn in Irak, Iran, Marokko en Turkije en vervolgens hier in Nederland romans publiceren.

U kent ze van de teevee- en radio-optredens. Dan hoort u ze heel vrolijk en bevlogen zeggen dat het nieuwe boek ‘die huisj van het Sjultan’ een absoluut meesterwerk is. Frappant genoeg spreken zij nagenoeg allemaal gebrekkig Nederlands, maar zijn ze wel in staat om boeken te schrijven van maar liefst 400 pagina’s.

Nu gun ik natuurlijk iedereen zijn natje en zijn droogje. En mensen moeten vooral doen wat ze niet laten kunnen, – maar de markt kent ondertussen wel een verzadiging van dit soort boekjes.

Ik bedoel: hoe vaak moet ik in vredesnaam blijven lezen over die geit in het geboortedorp?

Ik zie al voor me hoe dat gaat bij de uitgever. Dan komt zo’n schrijver binnen en die krijgt dan meteen de vraag naar zijn hoofd geslingerd van de gewiekste redacteur:

‘Abdel, wanneer schrijf jij je tweede boek?’

- ‘Iek niet weten, chef. Iek moet nadenken over die onderwerp.’

‘Waarom schrijf je niet een boek over je geit in Marokko?’

- ‘Mijn geit?’ vraagt de schrijver verbolgen. ‘Maar mijn eersjte boek gaat over geit Achmed.’

‘Ach, Abdel. Weten de mensen veel. Had je ook een schaap? Misschien kan je een boek over dat schaap schrijven.

- ‘Chef, die schjaap, Ali, ies van mij broer. Dat niet aardig ies voor hem. Iek geen rusjie willen.’

Afijn.

Het zal mij dan ook niet verrassen als een overgroot deel van de allochtonenliteratuur niet door de schrijver zelf, maar door een redacteur wordt geschreven. Hij vertelt over avonturen en de sfeer in zijn geboortedorp, probeert het nog tevergeefs op papier te zetten, en de redacteur maakt er brunaproza van. En ja, waarom ook niet?

De boeken vliegen immers als warme broodjes over de toonbank.

Ik vind het wel opvallend dat de schrijvers van allochtonenliteratuur in praktisch alle boeken de armoede en honger beschrijven – zíj zijn de sloebers -, maar zich hier in Nederland presenteren als dandy’s op boekenbals en boekpresentaties. U weet wel: mooie maatpakken van de Bijenkorf, zorgvuldig gecultiveerde snorren en inderdaad nooit te bescheiden om op radio en televisie mee te komen praten over een onderwerp.

De allochtonenschrijver noemt zich dikwijls kenner van zijn land, of doet dat althans voorkomen. Alles wat hij schrijft, wordt geaccepteerd en voor waarheid aangenomen. Hij is er tenslotte geboren en heeft de hele gang van zaken met zijn eigen grote bruine ogen gezien. Dat maakt hem klaarblijkelijk expert.

Maar zodra de auteur uit Irak de toestand hier in Nederland probeert te analyseren, net als hij zo gevat deed in zijn vorige boek, maar dan over zijn thuisland, valt hij genadeloos door de mand. Zijn analyse is tenenkrommend. De schrijver blijkt een rare pias. Een man wiens grappen de presentator noch de andere gasten snappen.

Men lacht uit beleefdheid mee. Maar de volgende uitzending wordt toch een ander uitgenodigd, iemand die daadwerkelijk verstand heeft van de materie en misschien een tikkeltje veelzijdiger is. Bij voorkeur een persoon met observatievermogen en een goede beheersing van de Nederlandse taal, vaardigheden die je mag verwachten van een schrijver, me dunkt.

Daarom, lieve mensen, roep ik alle allochtonenschrijvers op om Mimoun te vergeten. Het is nu wel klaar met die geit. Fuck Mimoun! U bent voornemens hier in Nederland literatuur te maken? Prima. Heel goed, zelfs. Maar dan eerst een jaar het klooster in om Nederlands te leren en daar uitsluitend naar de Hollandsche televisie kijken. Stiekem, want volgens mij mag je in het klooster helemaal geen televisie kijken.

En als de uitgever na dat jaar te kennen geeft, dat hij het helemaal niets vindt dat u opeens vloeiend ABN spreekt, moet u zijn voorstel om dan maar de allochtonenschrijver te acteren, resoluut verwerpen. Echt doen, hoor. U hoeft geen karikatuur van uzelf te worden.

Vertel ons liever over uw avonturen in dit vreemde land, hoe het nu is om uitgebuit te worden door een uitgekookte uitgever, die de liefde voor literatuur reeds lang geleden heeft ingeruild voor financieel winstbejag, en hoe het voelt om daar een exponent van te zijn.

Dezelfde verhalen zijn al vaak genoeg verteld door verschillende schrijvers. Wij – nu spreek ik niet als schrijver maar als lezer – zijn er wel klaar mee.

Kom eens met iets vernieuwends. Verras ons een keer.

Deze tekst las ik voor tijdens Winternachten 2012.