Hopeloos kwetsbaar

Er zijn veel verhalen over vaderschap geschreven. Iedereen bejubelt het wonder van een nieuw leven en komt superlatieven te kort voor het plezier dat een baby met zich meebrengt. Mijn vriendin is nu op de helft van haar zwangerschap en naast al het geluk dat ik inderdaad voel, word ik evengoed bijna dagelijks bestookt door de angst dat iets verkeerd zal gaan.

Er zit een meisje in haar buik dat ons leven voorgoed zal veranderen.

We hebben haar alleen op echo’s gezien, maar nu al vult ze mijn gedachten. Allerlei enge gedachten met ramp, ziekte en tegenspoed in de hoofdrollen. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat ik me chronisch zorgen maak over mijn vriendin.

Het liefst zou ik willen dat ze niet meer naar werk gaat, zodat onze dochter in alle rust kan groeien, zonder de druk van een strakke panty of het lawaai en de stress van de krantenredactie waar ze werkzaam is. Daar kan alleen maar ellende uit voortkomen.

Het aanstaande vaderschap maakt hopeloos kwetsbaar, in die zin dat ik alle controle heb verloren en over ben geleverd aan allerlei genetische formules waarop ik geen invloed heb.

De baby heeft er geen boodschap aan. Zij doet gewoon waar ze zin in heeft. Als we haar een paar uur niet hebben voelen trappelen, leg ik mijn hand eindeloos op de navel van mijn vriendin, tot het minimonstertje eindelijk weer in beweging komt.

Op het geavanceerde computersysteem van de echoscopist zien we dat de baby graag koprollen maakt en heel goed kan gapen.

We dichten haar nu al allerlei eigenschappen toe die vermoedelijk vooral voortkomen uit onze trots voor het wonderkind dat wij samen hebben gemaakt, en voor wie we nu al onvoorwaardelijke liefde en loyaliteit voelen.

Het zal wel overdreven van mij zijn, want de angst heeft mijn leven altijd gedomineerd, maar de afgelopen weken besefte ik dat het aanstaande vaderschap in het beginsel voornamelijk kopzorgen met zich meebrengt.

Er gaat een nieuwe wereld voor ons open, een waar andere mensen blijkbaar al heel lang in figureerden, dezelfde lui die we dagelijks spraken en zagen, maar van wie we niet wisten dat zij zo goed waren ingevoerd. Ze delen anekdotes en vertellen over moeizame processen die zij moesten doorlopen voor ze daadwerkelijk kinderen konden krijgen.

En plotseling was daar het besef hoe bijzonder het eigenlijk is dat twee volwassen personen op basis van liefde nieuw leven met elkaar kunnen creëren. Vorig jaar had ik dergelijke uitspraken weggehoond, onder het mom van zoetsappig geneuzel, maar nu voel ik vooral dat ons iets te wachten staat dat héél bijzonder is.

Een levensbepalende ontwikkeling. Iedere avond masseer ik de buik van mijn vriendin met speciale olie die naar sinaasappelbloesem en rozen ruikt en die de elasticiteit en spankracht van haar huid moet vergroten.

Ondertussen staar ik naar die mysterieuze bult, vaak geteisterd door de angst dat ik iets te hard druk en soms bevangen door de vrees dat ik in de toekomst milder zal worden, bijvoorbeeld in mijn columns voor dit blad. En dan verman ik mijzelf, na een beetje geaarzel, want over vier maanden komt mijn dochter, en zij wil natuurlijk een stoere vader.

(deze column verscheen eerder in Nieuwe Revu)