Literaire vermissing

Een liefhebber van de literatuur heeft geen eenvoudig leven. Het is ronduit frustrerend. Allereerst is er die drang om altijd meer te lezen dan mogelijk is en daarbij dweept een lettervreter over goede boeken en leent hij die uit, opdat anderen deelgenoot worden van een bijzondere orgie der letteren. Maar een goed boek keert niet altijd terug. Er zijn mensen die de slechte gewoonte erop nahouden om boeken niet te retourneren naar de rechtmatige eigenaar. Vanochtend ontdekte ik dat een juweeltje van Louis-Ferdinand Céline, mijn literaire held, ontbreekt in mijn collectie. Ik moest diep nadenken om te achterhalen welk onmens het boek had gegijzeld.

De speurtocht langs de meest duistere krochten van mijn geheugen bracht algauw de herinnering boven van een zekere zomeravond, toen ik een meisje op bezoek had, een gemankeerde kunstenares, die mijn partner werd in een bacchanaal. Vrees niet, deze keer geen heroïsche vertelling over hoe ik haar die avond heb geschaakt – wat ik overigens wel heb gedaan, halfbakken -, maar een simpel relaas van ons gesprek. We hadden het namelijk over onze hobby’s. Zij deed iets met architectuur, of zo. Ze liet me foto’s zien en vertelde daar begeesterd over. Op mijn beurt begon ik over mijn grote passie, boeken, en beschreef ik een aantal stilisten en hun taalkundige prestaties. De Reis Naar Het Einde Van De Nacht van Céline, mijn lievelingsboek, kreeg daarbij bijzondere aandacht.

Ik vertelde over zijn rauwe stijl, de drie puntjes… en de korte zinnen. Ik roemde het supertalent vanwege diens vermogen om galgenhumor en ontroering hand in hand te laten gaan in verhalen over zwaarmoedige epoques, vanwege de dosis misantropie met welke zijn boeken doorspekt zijn. Ze keek me schaapachtig aan, dat wijf. In mijn dronken enthousiasme stelde ik voor of ze het boek wou lenen, zodat we er in een later stadium samen over konden filosoferen. Dat wilde ze. ‘Ik lees heel snel,’ zei ze, ‘volgende week heb je het terug.’ Maar het boek is nooit teruggekomen. Ik heb haar een week later gesms’t om te vragen wat ze van het boek vond. Die avond van de sms zat ze weer bij mij thuis. Ze was nog niet heel ver, zei ze, het boek was zware kost en ze had concentratieproblemen.

Ah, goed. Ik zal wederom niet vertellen over de avonturen van mijn pezerik op de desbetreffende avond. Zoals dat gaat met vrouwen die je alleen als lustobject beschouwt, zo’n 98 procent van het slag, verwaterde het contact met dit meisje daar ik mijn seksuele doelen had bereikt. Maar dan was er nog het boek. Een maand na ons laatste contact sms’te ik haar weer om te vragen of zij het pareltje had uitgelezen. Geen reactie. Ik liet het erbij. Ik dacht dat zij wel zelf het fatsoen zou hebben om het boek terug te brengen, ook wanneer die teef zich schaamde voor het feit dat het boek te moeilijk voor haar is. Ik heb immers een brievenbus waar iedere halve zool iets in kan deponeren, zonder dat ik daar getuige van hoef te zijn. Maar het boek keerde kennelijk niet terug.

Vanochtend, nadat ik ontdekt had dat het boek afwezig was, kleedde ik me snel aan om te kijken of de boekendief nog steeds in hetzelfde huis woont. Ja, ten tijde van onze kennismaking woonde ze namelijk een straat verderop, ik kon zelfs haar huis zien vanuit mijn keuken. Voor haar deur trof ik haar buurmeisje. Ik vroeg of S. nog steeds naast haar resideerde. Dat was het geval. Ik vertelde over het boek, en dat ik het graag terugwilde, maar het buurmeisje wist te vertellen dat S. niet thuis was. Ze vroeg naar de titel van het boek. Het antwoord kreeg ze. Toen begon het mokkeltje, dat ik overigens ook zonder bezwaar een keer zou willen volblaffen, te gniffelen. Ik keek haar vragend aan. ‘Dat boek heeft ze cadeau gedaan aan haar vader, toen die jarig was. Ze zat namelijk krap bij kas.’ De verbazing maakte zich meester van mij.

‘Ze wilde het je nog vertellen, maar ze durfde niet. Ze vond het echt een boek voor oude mensen.’ Ik liep verslagen terug naar waar ik vandaan kwam, trok onderweg het ventiel uit iedere fietsband en prepareerde thuis direct een glas Whisky voor mezelf. Pijn moet je immers verdrinken, daarom drink ik zoveel. ‘Alle vrouwen zijn hoeren!’ schreeuwde ik. ‘Althans, alleen de vrouwen met wie je seks zou kunnen hebben, dan sluit ik familie en zo uit,’ volgde de nuancering. Ik keek naar de stapel boeken op de grond en vatte post voor mijn computer. Bol.com. Meteen plaatste ik de bestelling voor De Reis Naar Het Einde Van De Nacht. €17.50! Dat was goed te doen. Toen zocht ik mijn telefoon op en tikte een sms: Van alle pretentieuze lammetjes die ik ooit geneukt heb, ben jij met voorsprong het meest snobistische mokkel. X. Ik zag dat het goed was.