Lodewijk Asscher en de Turken

Het Nederlandse volk kan weleens cynisch doen over politici. Onze parlementariërs worden steeds behendiger in het beïnvloeden van de media en deinzen er niet voor terug om kranten en televisieprogramma’s voor hun karretje te spannen.

In dat kader is het zeer interessant om naar de aankomende uitzending van Argos TV – Medialogica: de Gewenste Resultaten te kijken, die deze week volledig in het teken staat van Lodewijk Asscher en de reuring die hij eind vorig jaar veroorzaakte door zijn zorgen uit te spreken over een onderzoek van Motivaction, waaruit moest blijken dat Turks-Nederlandse jongeren sympathisanten van Islamitische Staat (IS) zijn.

Even een kort resumé: het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakte zich zorgen over radicalisering en integratie van minderheidsgroepen en vroeg daarom aan een aantal bureaus of er een onderzoek kon plaatsvinden naar jongeren met een islamitische achtergrond. Er zijn toen drie onafhankelijke teams aan de slag gegaan, allemaal op hun eigen manier en met authentieke toetsmethoden.

Ondertussen had vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) zich in de media laten ontvallen dat hij bedenkingen had over de invloed van een viertal Turkse organisaties. Hij wilde laten onderzoeken of deze clubs koosjer waren, in die zin dat ze niet de integratie van mensen die in Nederland zijn geboren moesten beletten, of nog erger: saboteren.

Met Asschers ambitie an sich is natuurlijk niets mis, temeer omdat hij wel degelijk op een goed spoor zat: de clubs die hij op de korrel had genomen zijn strengreligieus en oerconservatief.

Maar daar komen we zo op terug.

Het feit is dat de terreurorganisatie IS rond die tijd steeds vaker in onze media opdook met verschrikkelijke moordpartijen en onheilspellende dreigementen. Het hele land was in rep en roer en er ontstond een jullie-moeten-afstand-nemenfetisjisme in de samenleving, gericht aan het adres van moslimjongeren met Marokkaanse en Turkse ouders.

De regeringspartijen verloren parallel aan deze ontwikkeling steeds meer zetels in de peilingen en met name de PvdA moest electoraal bloeden. Die partij krijgt al langer het verwijt dat het op een slinkse wijze stemvee verzamelde bij etnische minderheden. Bijvoorbeeld door het pleiten voor subsidies op moskeeën, theehuizen, culturele verenigingen et cetera. Op het moment dat steeds meer Nederlandse burgers angstig voor de islam werden, groeide het imagoprobleem van de Sociaaldemocraten tot ongekende hoogte.

Gelukkig voor Lodewijk Asscher kwam onderzoeksbureau Motivaction in het najaar van 2014 met de eerste voorzichtige cijfers van hun peiling onder allochtone jongeren. In november was er een publicatie op de website van NU.nl.

Wat bleek: 87 procent van de Turkse-Nederlanders vindt het goed dat er onder Nederlandse moslims steun is voor IS, en 90 procent ziet Syriëgangers als helden. Máár ook: 93 procent vindt democratie essentieel voor de vooruitgang van een land.

Ik werd door de redactie van het televisieprogramma Pauw gebeld met de vraag of ik nog diezelfde avond in hun uitzending wilde reageren. Want was er met de Turken aan de hand? Vormden ze een gevaar voor Nederland? Waarom waren ze zo radicaal religieus? Konden we binnenkort aanslagen in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam verwachten? Het werd me duidelijk dat de resultaten van Motivaction stevig waren geland.

In hetzelfde gesprek met de redacteur vroeg ik aan haar of ze wilde opsommen wat er aan de hand was. Ik kreeg bovenstaande cijfers te horen en riep meteen: ‘Daar klopt geen hout van.’  Hoe kan je nou vóór IS zijn en ook roepen dat democratie essentieel is? Daar zit een enorme tegenstrijdigheid in.

Volgens de redacteur was het inmiddels groot nieuws, iedereen sprak erover, van politici tot journalisten, maar zij zag ook dat mijn bedenkingen terecht waren. Die avond hebben ze geen item van het nieuwsbericht gemaakt. Later kwam het onderwerp wel aan bod. Wat ik me toen afvroeg: als ik met mijn beperkte boerenverstand meteen de tekortkomingen van het onderzoek kan zien – waarom lukt dat de minister niet?

Er ontstond protest in de samenleving, veel succesvolle Turks-Nederlandse jongeren voelden zich gestigmatiseerd en andere onderzoekers toonden vrij snel aan dat Motivaction slecht werk had afgeleverd. Maar toen was het nieuws al via NU.nl verspreid en mocht Lodewijk Asscher gretig in diverse televisieprogramma’s vertellen dat hij de uitslagen schokkend en verontrustend vond.

Het enorme, onbevattelijke, gigantische, waanzinnige toeval wilde dat hij een dag na de publicatie op NU.nl in de Kamer zijn voornemen moest verdedigen om het viertal Turkse organisaties strenger te monitoren.

O, weet u trouwens wie NU.nl heeft gebeld om over de cijfers van Motivaction te praten?

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het lijkt erop dat Lodewijk Asscher politiek zat te bedrijven over de rug van Turkse-Nederlanders. In het verleden heeft zijn partij nauw samengewerkt met de strengreligieuze en oerconservatieve clubs die hij nu stevig wil aanpakken. Toen bevond zijn achterban zich voor een aanzienlijk deel in die kringen, maar nu de PvdA steeds meer kiezers aan rechtse partijen verliest, wil het zich anders profileren – veel strenger en minder klassiek links.

De makers van Argos TV laten ons in Medialogica: de Gewenste Resultaten zien op wat voor geraffineerde en welhaast kwaadaardige manier een minister en zijn ambtenaren de toon in de media bepalen. Lodewijk Asscher moest zijn beleid rechtvaardigen en gebruikte het flutonderzoek van Motivaction als stok om mee te slaan. Dat komt wellicht wat onaardig over voor de medewerkers van dat bureau, maar de directeur heeft later zelf gezegd dat hij tégen publicatie was, omdat de vraagstelling in de interviews niet deugde en er geen sprake kon zijn van een zuiver wetenschappelijk onderzoek.

Nu ben ik als kind van Turkse gastarbeiders regelmatig kritisch op de houding van mijn lotgenoten. Binnen deze groep kampen veel jongeren met taalproblemen en onderwijsachterstanden, een groot deel is fysiek hier, maar leeft in gedachten vooral in Turkije.

Dus iedere vorm van kritisch beleid ter bevordering van de integratie is gewenst, want veel te lang lieten we jongeren onder het mom van tolerantie hun gang gaan. Dit heeft in sommige steden zelfs tot segregatie geleid. Máár: dat betekent niet dat je als politicus een hele groep mensen als speelbal mag gebruiken om jouw partij anders te profileren.

Vroeg of laat kom dat uit – bijvoorbeeld in een programma als Argos TV.

En wat dan?

Dan blijft de burger cynisch en de daadwerkelijke problemen worden niet opgelost.

 

(dit stuk verscheen op 15/7/2015 in de VARA Gids)