Misverstand

Als je een beetje bekend van de televisie bent, maar ook weer niet hélemaal, dan ontstaan er soms ongemakkelijke misverstanden.

Mensen zien iemand lopen, in dit geval mij, herkennen me ergens van, maar kunnen het niet goed plaatsen. Dan begint het associëren: ‘Turks uiterlijk, gesoigneerd voorkomen, die grote ogen… Wie is die man ook alweer?’

Ik weet niet hoe het kan, maar ik word opvallend vaak aangezien voor een taxichauffeur, iemand die de onbekende op straat eerder heeft gereden en om die reden hartelijk wordt begroet. ‘Hoe is het met je, Mohamed?’

Laatst liep ik een hotel in en meteen veerde een plukje mensen overeind. ‘Kijk, daar is hij eindelijk’, bitste een oude vrouw. ‘Normaal komt-ie wel op tijd. Wil je snel onze tassen naar je bus dragen?’

Het is op die momenten vrij gênant om uit te moeten leggen dat ze me van de krant of televisie kennen, en dat ik niet de Turk ben die ze regelmatig rondrijdt.

Gisteren in Amsterdam overkwam me iets soortgelijks. Ik had complimenten aangenomen van twee allervriendelijkste mensen die mijn columns in deze krant waarderen. Toen ik verder wilde lopen, pleegde een oudere vrouw obstructie, gewapend met een ballpoint en een tissue. ‘U ben toch die voetballer van Ajax – kunt u hierop een handtekening zetten voor mijn kleinzoon Sam? Hij is idolaat van u.’

Ik dacht deze keer: die vrouw moet zich niet opgelaten voelen. En ik wilde haar kleinkind ook niet teleurstellen. Dus ik zette een handtekening op het papier en schreef daaronder ‘met sportieve groet, Hakim Ziyech’.

In de auto naar een winkel op station Bijlmer Arena begon mijn geweten op te spelen. Dat arme jochie ging nu iedereen op het schoolplein vertellen dat hij een handtekening van Ziyech had gekregen, maar in werkelijkheid was de krabbel afkomstig van een lollige columnist.

Ik stond voor een stoplicht bij het station. Een toerist met twee rolkoffers tikte op het raampje van mijn Audi. Hij vroeg wat een rit naar het Museumplein kostte. Ik zuchtte diep, wilde hem corrigeren, maar dacht toen: waarom ook niet?

Voor 20 euro mocht hij mee. We hadden een geanimeerd gesprek. Hij vertelde over zijn land Pakistan.

Ik kreeg een gemberkoekje.

Na ons afscheid bedacht ik dat het helemaal geen verkeerd beroep is – taxichauffeur. Mocht het niets worden met schrijven, dan weet ik wat me te doen staat.