Niet bekend genoeg

Zij rook naar eau de poep. Dat was niet vreemd, want ze zag er ook uit als een meisje om op te kakken. Ik wandelde met mijn winkelmandje door de Jumbo, hield af en toe zonder bijzondere reden halt bij een schap en bemerkte dat zij mij constant bleef volgen, als was ik haar onnatuurlijk dunne schaduw. Het was druk in de supermarkt. De winkel draaide op volle toeren. Het volk krioelde ongedurig langs elkaar. In mijn poging om haar van me af te schudden, versnelde ik mijn pas, liep enkele rondjes om hetzelfde schap, doch aangekomen bij de vleeswaren stond zij me nog steeds op een steenworp afstand aan te gapen. Nu moet u weten dat ik al bijna twee maanden gestalkt word door een of ander krankzinnig wijf, maar zij heeft vorige week na interventie van de politie een contactverbod gekregen van de staat. Dus met welk mokkel ik nu van doen had, ik had geen flauw benul!

Op de groenteafdeling zocht ik naar lente-uien. Terwijl ik alle bakken aan het bestuderen was, slenterde zij omzichtig mijn richting op. Dat wijf begon me op mijn zenuwen te werken, de hoer. Niet dat ik bang voor haar was, in de verste verte niet, doch het is nooit prettig om voortdurend en hinderlijk gevolgd te worden door een affreus iemand. Vergis je niet! Mocht ze er beter hebben uitgezien, ze had zonder veel ijver aan de dag te leggen aan mijn pezerik mogen knagen. ‘Wat moet je van me!’ floepte ik eruit. Een bejaarde vrouw met twee tomaten in haar hand keek me geschrokken aan. ‘Sorry, mevrouw,’ verontschuldigde ik me. ‘Ik doelde op haar.’ Net toen ik mijn achtervolgster wilde aanwijzen, lichtte zij haar hielen. Ik liet de groentes voor wat zij waren en snelde achter haar aan. De oude vrouw schudde haar hoofd en ging onverstoorbaar door met het keuren van tomaten, een klus die niet te onderschatten valt. ‘Daarom Wilders,’ prevelde ze.

Ik was het dikke meisje even uit het oog verloren. Bij de koffieautomaat zag ik mijn buurman een thermoskan vullen. ‘Wat doe jij dan?’ vroeg ik in het Turks. Hij keek me aan met een augurkenlach op zijn gezicht. ‘Voor de vrouw, jongen. Zij moet een lange treinreis maken.’ Ik wist dat er veel mensen profiteerden van de gratis koffie in de supermarkten, maar dit gaf een extra dimensie aan schooierigheid. ‘Goed zo! Vooral niet je afkomst verloochenen!’ riep ik. Hij keek me nu vol onbegrip aan. Net toen ik verder in detail wilde treden om zo mijn afkeuring uit te spreken, dook het meisje dat me reeds een half uur volgde weer op. Ze stond bij het gangpad met alle frisdranken. ‘Ik spreek je later,’ beloofde ik mijn buurman. Een damesstem beveelde een zekere Daan met behulp van de omroepinstallatie om zorg te dragen voor een hoeveelheid nieuwe winkelwagens. Daan zat geknield bij de babyvoeding, sprong overeind toen hij zijn naam hoorde en stoof richting de ingang van de supermarkt. Tot zover Daan, voor wie ik vandaag geen grote rol in gedachten had.

Bij de frisdranken deed zij alsof ze niet doorhad dat ik naast haar stond. Om er zeker van te zijn dat ze deze keer niet zou weglopen, pakte ik haar vast aan een vlezige arm. ‘Wat moet je van me?’ vroeg ik met opgestoken zeilen. Ik keek haar indringend aan, of deed althans een poging. ‘Uh… Tja.’ Het leek erop dat ze niet op korte termijn tot confessies zou komen. Dat was schijn. ‘Ik wilde alleen maar mijn waardering uitspreken voor je…’ Dat klinkt goed, dacht ik. Een wicht dat bekend is met mijn literaire strapatsen. Andermaal besefte ik dat er een slag vrouwen is dat simpelweg geil loopt op mensen die leesbare teksten op internet plempen. Mijn mailbox kookt de laatste paar dagen over van dat soort meisjes. ‘Mijn broertje is ook een enorme fan van jou.’ Bijna begon ik te blozen. De hele familie las de teksten op mijn website. ‘Vooral dat doelpunt dat je vorig seizoen maakte tegen Willem II. Dat was echt mooi, man! Wow! Mag ik een handtekening?’

Een voetballer. Ze dacht dat ik een voetballer was! Om de pijn te verzachten speelde ik het spel mee. ‘Waar wil je die handtekening hebben?’ Ze wierp een blik op de grond, zocht kennelijk al haar moed bij elkaar en zei toen op vermetele toon: ‘Waar jij die maar zetten wilt, schatje.’ Ik moest kokhalzen toen ze die woorden uitsprak. Ik stak de pen die ik alvast uit mijn binnenzak had gepakt terug op zijn plek en holde met de winkelmand in mijn hand naar de uitgang. ‘Heeft u ook een flessenbon misschien?’ vroeg het meisje achter de kassa na het scannen van alle artikelen. ‘Nee, ik niet. Jij wel?’ luidde mijn antwoord. Ze keek me boos aan en snauwde tot ziens. Buiten haalde ik opgelucht adem. Wat een ongelooflijk kutleven heb ik, was de gedachte die door mijn hoofd spookte. Ik stond stil bij een stoplicht en een bloedmooie vrouw kwam naast me staan. Ze keek me eerst vluchtig aan. En toen stond ze ronduit te staren. ‘Wat!’ schreeuwde ik geïrriteerd. ‘Sorry,’ zei het engeltje, ‘maar je ziet er écht uit als mijn favoriete blogger.’ Het licht sprong op groen. ‘Hij loopt maar mooi naar het verste punt van de hel! Ik ben iemand anders.’ Thuis besloot ik direct een nieuw stukje te tikken. Ik moest aan mijn bekendheid werken, vond ik.