Nieuw huis

Mijn moeder, ongeveer 150 centimeter lang, kuiert met grote ogen, vol ongeloof, door het nieuwe huis. Af en toe raakt ze beschroomd een muur aan, om te voelen van wat voor materiaal het is gemaakt, of misschien wil ze testen of ze niet dagdroomt.

,,Gaan jullie híer wonen?” Ik knik. Mijn vriendin Anna komt ook de woonkamer in gelopen, met Mia in haar armen, die een rijstwafel oppeuzelt met haar drie tandjes.

Ik moet denken aan het arbeidershuisje in de Bergpoortstraat in Deventer, waar mijn ouders eind jaren 70 hun intrek hadden genomen, op zoek naar een beter leven in een ver land.

We douchten destijds in de keuken. Mijn ouders sliepen in de woonkamer. De enige échte slaapkamer, op de eerste verdieping, deelden mijn twee broers en ik – een noodgedwongen situatie die soms tot grote ergernissen leidde, bijvoorbeeld door het gesnurk van iemand.

‘Wat vind je ervan?’ vraag ik nu aan mijn immer kritische moeder. Ze bekijkt de badkamers en struint langs alle verdiepingen; elke keer als ze iets bijzonders ziet, slaakt ze een kreet.

,,Het is véél te groot”, luidt de conclusie. ,,Wij zijn niet zúlke mensen. Dit huis kan ik nooit schoonmaken, dat gaat me uren kosten, misschien wel een complete dag.”

Plotseling ontsnapt Mia aan de armen van mijn vriendin. Ze kruipt richting mijn moeder, blijft vlak voor haar voeten stilstaan en spreidt haar armen, ten teken dat ze door haar oma, met wie ze een bos krullen gemeen heeft, opgetild wil worden.

,,Je zult verdwaald raken in dit huis”, zegt mijn moeder. Mia beantwoordt haar bezwerende woorden met een uitgebreide glimlach. Weer zie ik haar drie tandjes. Ze ontroeren me.

,,Dit is allemaal dankzij jou”, zeg ik tegen mijn moeder. ,,Jullie zijn naar dit land gekomen, daarom kon ik me ontwikkelen, aan de armoede ontsnappen.”

Mijn moeder haalt haar schouders op, ze kijkt me gelaten aan. ,,Jij hebt het allemaal in je eentje gedaan. Wij klooiden maar wat aan. Dit huis zou ik nooit kunnen bewonen.”

,,Soms mag je best trots op jezelf zijn, ma.” Er verschijnt paniek in haar ogen.

,,Wat is er?”

,,Ik kan dit huis echt niet schoonmaken”, zegt ze. ,,Het is te groot.”

 

(deze column verscheen eerder in het Eindhovens dagblad)