Torschlusspanik
Flughafen Düsseldorf. Voor veel mensen is de zomervakantie aangebroken. Ook voor mijn moeder, die anderhalf maand in Turkije zal vertoeven bij familie en vrienden. Nadat we twee koffers hadden afgegeven bij de daarvoor bestemde post, zaten we op een bankje rustig te kijken naar het schouwspel van honderden hijgerige mensen die de juiste terminal zochten. Mijn moeder was gespannen, dat hoort er kennelijk bij, al was ze niet de enige. In Duitsland hebben ze daar iets op bedacht: een Turkse omroeper herhaalt om de vijf minuten welke vliegtuigen richting Turkije zullen vliegen. Het is tevergeefs.
Bij aankomst viel me op dat het een opmerkelijke luchthaven is, daar in Düsseldorf. Er zijn twee soorten taxichauffeurs: Turkse en Duitse. Laat daar geen misverstanden over bestaan. Hoe ik dat weet? Je kunt ze herkennen aan de vlaggetjes van hun thuisland die ze aan weerszijden van de taxi’s hebben gemonteerd. Het wapperende katoen lijkt een soort van bevestiging van de koude oorlog die er heerst, vreemd genoeg lijken de Turken in overtal. Nu nog maar hopen dat de twee landen elkaar niet treffen in de EK-finale.
Ah, dat interesseert me eigenlijk geen flikker.
Vanaf het bankje zag ik een Turkse knaap van tegen de dertig heel gewetensvol de vloer aanvegen, alsof hij van zijn vak hield. Het was een tenger figuur met zwarte, doorlopende wenkbrauwen en hij droeg een bril. Toch leek hij constant op zijn hoede, hij bewoog zijn hoofd onnatuurlijk van links naar rechts en voelde constant aan zijn naamplaat. Hij stond op een te grote afstand van mij om te concluderen welke naam er op de badge vermeld stond, maar dat het een Turk was stond buiten kijf. Naarmate de tijd verstreek nam het aantal Turkse reizigers en uitzwaaiende familieleden toe. Even waande ik mij in een gemoderniseerde Turkse luchthaven zij het niet dat de mensen minder modern over kwamen. Er liepen lieden bij die vier à vijf vuilniszakken met allerhande snuisterijen en textiel mee torsten om een minder bedeeld familielid uit het land van herkomst te verblijden. Je zou bijna denken dat er geen troep te koop is in Turkije.
Enfin.
Het werd dus druk in Düsseldorf. De schoonmaker kwam naderbij ons bankje om werkzaamheden te verrichten en ik zag de vermelding op zijn naamplaat. Sinan, stond er. Een typisch Turkse naam. Dat moet Sinan ook hebben geweten, want hij had met een rode viltstift de a verminkt en er een o voor teruggegeven. Nu stond er niet Sinan op zijn badge, maar Sinon. Hilarisch, als je het aan mij vraagt.Ik vroeg de slungel met zijn bezem in het Turks of hij wist wie Sinon was, en of hij de legendarische sleutelrol kent die zijn nieuwe naamgenoot op zich nam – die van grote oplichter in de Trojaanse Oorlog. Hij keek me verrast aan en prevelde in het Duits dat hij me niet verstond, overigens met een potsierlijk Turks accent. Zijn motieven waren duidelijk: hij had zijn naam veranderd opdat de vele Turkse reizigers hem niet zouden lastigvallen met vragen over hun reis, vragen die hij onmogelijk kon beantwoorden. Sinan was de torschlusspanik van Turkse reizigers die bang waren hun vliegtuig te missen meer dan zat.
Edoch, het werkte.
Een vader en moeder en hun drie adolescenten traden ons bankje tegemoet en begonnen vragen te stellen aan Sinan, in het Turks. Hij keek een beetje ongemakkelijk om zich heen en gaf hen hetzelfde antwoord als hij mij eerder gaf. Sinan verstond het niet. De Turkse man maande zijn familie mee te lopen en ging zijn heil zoeken bij een informatiebureau. Intussen begon de omroeper weer aan een aankondiging in het Turks, het ging om de vlucht waar de man en zijn gezin zojuist naar vroegen. Ze leken echter niets mee te krijgen van de boodschap. In blinde paniek wurmden ze zich langs de roezemoezende menigte en verdwenen de vakantiegangers in de massa.
Sinan keek mij triomfantelijk en schouderschokkend aan. Hij hervatte zijn bezigheden. Na een tiental seconden vond hij het nodig om zijn houding te verantwoorden. Misschien knaagde zijn geweten aan hem. De mensen dwingen je om volksverraad te plegen, zei Sinan in het Turks tegen mij. Hij kon het toch. Turks. ‘Als ik al die mensen moet helpen met hun reis, dan kan ik beter een andere functie krijgen bij deze luchthaven. Luchthavengids, of zo. Of Tolk.’ Ik bestudeerde een oud echtpaar. Ze liepen met drie grote mestzakken in een winkelwagentje van de Lidl door de draaideuren. De timide blik van Sinan op mij was nergens voor nodig. Ik begreep hem wel.