Ollie en Ozzie: Van Moskou naar Deventer

Ineens kreeg ik een brief van Olaf Koens. Nooit van gehoord, natuurlijk. Ik kan niet iedereen kennen. Kom nou! Maar wat blijkt! Die gozer staat zijn mannetje wel met de pen, en bovendien maakt hij genoeg mee. Naar het schijnt is Olaf een correspondent in Rusland, een echte. Een blik op zijn portfolio leert dat hij aardig bezig is, daar in dat kutland. Hij schrijft verhalen, maakt televisie en werkt zelfs aan een boek dat een bundeling moet worden van al zijn schelmenverhalen. In onze correspondentie praten we over een aantal zaken, kwesties die mannen van onze leeftijd bezighouden, te weten: vrouwen, drank en baldadigheid. Alhoewel, Olaf houdt zich zo nu en dan ook bezig met nobele zaken. Niets voor mij, natuurlijk. Ik hoop dat u tijd heeft, want we zijn niet kort van stof.

Waarde!

Mooi natuurlijk, je correspondentie met de legendarische schrijver Van A, maar die man krijgt al zoveel post en zit bovendien ook nog eens in de tropen waar het leven goed en goedkoop is. Ik krijg in Moskou nooit een brief, alleen mijn verzekeraar weet me te vinden en zelfs die stuurt rekeningen met ‘Geachte heer Rusland’ in de aanhef.

Ik heb me gisteren laten tellen. Je moet weten, Rusland is een verschrikkelijk groot. En om een beetje een idee te krijgen hoe de vork in de steel zit organiseert de overheid deze week een ouderwetse volkstelling. Ik bivakkeer tijdelijk bij mijn schoonmoeder die mijn schoonmoeder niet is, en die durfde mij niet aan te geven. Dus ben ik zelf maar langsgegaan. Prachtig tafereel, in een flatgebouwtje om de hoek zitten een paar oude vrouwtjes met stapels aan papier en een zwerm aan jonge studenten die de deur platlopen. Iedereen moet geteld worden, van de bergvolken in de Kaukasus tot de herders van de Altaj-vlaktes, van het marinepersoneel in duikboten tot de kosmonauten in het Internationaal Ruimtestation. Erg mooi allemaal, maar in de praktijk valt het tegen. Toen ik mijn telkantoor kwam binnenzetten kreeg ik een mooie, jonge studente toegewezen. ‘Met zo’n ouwe tang praten, daar heb je toch niets aan’, zei de ouwe tang tegen me. Ze was een beetje zenuwachtig, maar stak toch van wal. ‘Beheerst u de Russische taal’, vroeg ze. Ik knikte, hoewel dat natuurlijk een leugen is.

Ik spreek en lees wel Russisch, maar ik zou nog geen boodschappenlijstje foutloos kunnen schrijven. Maar dat hoeft dat meisje natuurlijk niet te weten. Wel wil ze weten waar ik woon, wat ik doe en hoe ik aan mijn roebels kom. Er stond een optie ‘inkomsten uit auteursrechten’. En omdat ik verdomme dag en nacht aan een boek zit te zwoegen heb ik dat alvast maar aan laten kruisen. Daarna werd het lastiger. ‘Welke talen spreekt u behalve het Russisch?’, vroeg het meisje met een zucht. Met een mooie krul schreef ze netjes Nederlands, Frans en Engels op, maar bij het Duits begon ze te sputteren. ‘Daar is geen ruimte voor, ik heb maar drie vakjes hier’, zei ze. De schat. Al die jaren zwoegen tussen Kant en Hegel, de traan die je toch ontglipt bij ‘Die Leiden’, allemaal voor niets geweest. ‘U mag maar drie buitenlandse talen spreken, meneer’, zei ze streng.

En toen werd het lastig. Ik moest op het formulier zelf mijn etnische achtergrond invullen. Je moet weten, Rusland is een lappendeken aan verschillende volkeren en etniciteiten. Van Tsjetsjenen tot Koreanen, van Circassiers tot Inuit-indianen op de Noordpool. Dat valt niet op een rijtje te zetten, en de overheid doet natuurlijk net alsof het geen voorkeur voor roomblanke Russische vodkadrinkers heeft. Ik heb dus maar in mooie Russische blokletters ‘Nederlander’ opgeschreven. Heeft ook een nadeel, bij de census in 2002 waren er allerlei Russen die zichzelf als elfjes, honden en opperwezens zagen.

Waar ik het midden in de nacht nog met je over wilde hebben, de Nederlandse vrouw. Dat is je eigen schuld, je hebt het steeds over Deventer. Typisch zo’n plek waarvan het je opvalt dat er Intercity’s naartoe rijden. Ik ben er nooit geweest, maar heb ooit een nacht met een Deventerse (Deventse – Devitsa) doorgebracht. Maaike, ik denk dat ze maar een paar centimeter kleiner was. En dat is indrukwekkend, ik heb twee meter op de kerfstok staan. Alles was groot aan die vrouw. Die nacht was niet bijster indrukwekkend, maar het beeld blijft. De regen, hobbelige klinkergrachten en zo’n vrouw die op je bagagedrager tegen je aankruipt. Nu zijn in het buitenland de meisjes veel mooier, maar toch doet het iets met je. Een jaar of wat geleden trapte ik mijn goede vriendin I. op een oude fiets door het centrum van Haarlem. De grofheid, de emancipatie en die ‘wat zal jij nou’ mentaliteit, je gaat het toch missen. Of denk jij daar anders over?

Heerlijk verhaal over die bedelneger, speelt dat in Deventer? Ik heb twee jaar in Groningen doorgebracht, op een gekke manier staan de zwervers en bedelaars me nog het best voor de geest. Je had zo’n kleine Indo die al vanaf een meter of twintig begon te schreeuwen. ‘Hey vriend! Heb je even? Heb je iets voor me?’ Als je dan doorfietste of naar de etalage van de H&M keek zei ‘ie nog: ‘En bedankt man! Vriend!’ Je had ook een geflipte Groninger die op z’n knieën liedjes neuzelde voor de FEBO en daar een vermogen mee verdiende. En op het Boterdiep had je een nachtfrituur waar ze twee Van Dobbe kroketten met een zakje mosterd – Groninger mosterd, maar dat snap je – serveerden voor drie euro. Ik vrat die dingen op de fiets op, als het fietsen nog lukte. Daar stond altijd een oudere, zuurwalmende zwerver die een arm miste maar een haak rijker was. Met die haak kon hij tegen betaling een snack uit zo’n muur peuteren zonder dat je er voor hoefde te betalen. Of was het de frietbakker die een haak had en de zwerver die er gewoon naast stond? Ik heb met een kater eens de trein naar Antwerpen genomen en ben nooit meer in Groningen terug geweest. Ik heb me wel eens afgevraagd of het zou helpen om zo’n zwerver eens mee te nemen naar een kapper, bij de C&A een pak aan te laten meten en op sleeptouw te nemen langs vijftien uitzendbureaus. Volgens mij zouden het geweldige verkopers zijn.

Hadden we het gisteren over Céline? Lang geleden dat ik ‘de reis’ las, maar wat een schrijver. Hard, eerlijk, chaotisch en net over de grens van goed en kwaad. Jenseits von Gut und Bose. In Wenen zit overigens een legendarische nachtkroeg annex bordeel met de briljante naam ‘Jenseits’. Dat terzijde. Toen ik afgelopen zomer plots naar Kirgizië moest omdat het leger de Oezbeekse minderheid aan stukken schoot heb ik de Russische equivalent van Céline ontmoet. Een jonge, correcte kerel. Het was mijn eerste oorlog. Wat mij betreft een groot succes. Overdag zie je de hel, na zes uur ‘s avonds gaat de avondklok in en zet je het met al je collega’s op een drinken. En dan mag je plots echte verhalen schrijven. Ik kreeg een fles bier aangeboden van een tengere maar stugge kerel. Pas na de nacht doorgehaald te hebben begreep ik dat hij de moderne Céline is. Kwam als 18-jarige cadet in Tsjetsjenië terecht, maakte zijn dienst af en kwam verknipt terug naar Moskou. Om niet van een brug te springen tekende hij vrijwillig bij, om na z’n dienst als journalist terug te keren. ‘Eenmansoorlog’, heet het. Wanneer ik het uit heb hoor je er meer over.

Makker, ik staak mijn wild geraas. Hoe zijn de meisjes in Deventer, laat men zich daar ook tellen en is de winter al begonnen? En hoe spreek ik je naam eigenlijk uit? Wie valt je lastig en waar denk je aan wanneer eigenlijk aan iets anders hoort te denken? Ik hoor van je!

Olaf Koens,

Je naam doet wel een belletje rinkelen. Maar niet heus. Wie ben jij nu weer, maat? En wat doe je in Rusland? Ik heb op je site gekeken en las dat je van dezelfde generatie bent. Ik heb heel weinig met Rusland. Ik weet niet waar dat vandaan komt, die aversie. Wellicht omdat ik altijd heb gedacht dat ik een wandeling over het Rode Plein niet zou overleven, met name door de neonazi’s die daar rondlopen en die niets hebben met mensen van mijn slag. Eigenlijk is Rusland een kutland. Het enige wat mij een beetje aanstaat van die Russen is hun drankmisbruik. De Russische bibliotheek valt natuurlijk ook niet te onderschatten.

Maar even serieus, makker. Jij schrijft een brief van ruim 1200 woorden en verwacht van de gemiddelde internetlezer dat hij of zij al je schelmenverhalen gaat doornemen. Mij is geleerd op de School voor de Journalistiek dat internet een snel medium is en dat berichten op internet kort en krachtig moeten worden geschreven. Maar voor het overige was het een kutopleiding. Ik zat met mensen in de klas die voor het eerst een buitenlander hadden gezien, Friezen, vooral. Ook werd ik iedere dag benaderd door zo’n VVD’er die drugs van mij wilde kopen, hij en zijn vrienden dachten kennelijk dat ik een dealer was, met de school als werkterrein.

Ik heb à propos een hekel aan alle mensen die wereldvreemd zijn. Jij zit in Rusland en maakt ongetwijfeld wat mee. Maar hoe heb je die reis ooit bekostigd? Heb je vermogende ouders die je om de zoveel tijd wat geld toeschuiven? Ik bedoel, er staan mooie logo’s in je portfolio, stuk voor stuk gevestigde media, doch ik heb nog nooit wat van je gelezen, gehoord of gezien. En ik ben wel een nieuwsvreter, weet je. Kijk, toen ik ging pennen met mijn vriend in Paraguay wist ik wat voor vlees ik in de kuip had. Maar nu kom jij om de hoek kijken en ik weet niet precies wat ik met je aan moet. Het is toch niet zo dat je uit verveling, bij gebrek aan echt werk, naar de pen greep om wereldkundig te maken dat je nog steeds leeft?

Maar goed, we maken er het beste van. De Nederlandse vrouw. Een uniek beestje, als je het aan mij vraagt. Jij denkt dat de wijven buiten Deventer anders zijn, maar ik denk dat jij je deerlijk vergist. Maak een selectie van tien topwijven, vrouwen die jij echt hoog hebt zitten, en ik wijs jou een groep zwakzinnige hoeren aan. Nee, Olaf, echt, ze zijn allemaal hetzelfde. Gisteren stond ik in studentenkroeg De Joffer in Deventer. Ik had een meisje al drie keer getrakteerd op een glas wijn. Wij een beetje lachen, praten en zo… Je kent het. Ik denk, nu gaat het gebeuren, nu loopt ze mee naar mijn studio in de binnenstad. Dus ik zeg: ‘Ik heb een hele mooie piemel, hoor. Wil je hem even vasthouden? Mag wel!’ Wat denk je dat die halfdebiele temeier doet? Ze drukt me zo weg en rent naar buiten. Er valt geen peil op die wijven te trekken, vriend, echt niet.

Hoe zit dat met die mokkels in Rusland, zijn die ook zo? Dostojevski schreef vaak over dranklokalen, bestaan die echt? Ik geloof dat ze in Turkije ook dikwijls een volkstelling organiseren, doch hier in Nederland heb ik zulks nog niet meegemaakt. Heb je die mooie, jonge studente nog aan je schandpaal weten te nagelen? En je zegt tussen neus en lippen door dat je aan een boek werkt. Wat voor iets wordt dat? Heb je al een uitgever? Vriend, ik brei er een eind aan. Zorg je ervoor dat je repliek korter is dan de preambule? Internetters zijn stom. Waarom denk je dat Twitterberichten uit 140 tekens bestaan? Ik volg je trouwens nu ook op dat medium. Ik hoop dat je me terugvolgt, anders kom ik met een kalasjnikov. Shit, dat rijmt net niet.

Ha Ö!

Ja, dat komt je een beetje rauw op je dak vallen, zo’n brief rechtstreeks vanaf het Rode Plein. Je zou het overleven hoor, een wandeling over dat illustere stuk wereldgeschiedenis. Anders dan voor skinheads zou ik vooral bang zijn voor de pet. Die mogen iedereen die er ook maar een beetje ‘buitenlands’ uitziet graag op stuipen jagen en een flinke som geld aftroggelen. Niemand gaat dan ook naar Rusland voor z’n plezier. Zelfs de Russen gaan nog liever naar Turkije. Wat schreef je daar, nog nooit iets van me gelezen? Een schande, vriend! Ik schrijf de regionale dagbladen vol verhalen uit de voormalige Sovjet-Unie. Ik weet niet wat voor gazet ze in Deventer door de bus duwen, maar wanneer ze uit Rusland komen zijn ze van mij. Toen ik trouwens naar Moskou vertrok kocht mijn moeder op het vliegveld van Düsseldorf een wit overhemd voor me. Daar hield het ongeveer wel op. Om het hoofd boven water te houden ben ik maar gaan schrijven. Wanneer je dat flink doorzet en af en toe een wit overhemd aantrekt komt dat vanzelf goed. Je bent een beetje een hoer met maar één kunstje – het ophoesten van een kek stukje uit een ver land – maar als je dat slim doet kun je er nog van leven ook.

Tenminste, tot ze je skimmen. Weet je wat dat is? Ik dacht altijd dat zoiets alleen op de achterpagina van de Actueel of in Berlijnse nachtclubs gebeurde, maar veel meer dan een puisterige nerd heb je er niet voor nodig. Je hoeft er niet eens zelf bij te zijn. Ik was op vakantie met allerlei andere zaken bezig, tot al mijn zuurverdiende rotroebels plots als sneeuw voor de zon verdwenen waren. Pats. Pleite. Het is dat de ons welbekende schrijver Van A. nog 50 real op zak had voor een taxi naar het vliegveld, anders had ik daar nog gezeten.

Dat las je weer goed, ik ben goed-, maar vooral kwaadschiks bezig met een boek. Een verzameling excentrieke verhalen uit de Kaukasus. Die wilde bergregio waar de Russen, de Perzen en jouw voorvaderen eeuwen om vochten. Van Moskou en moslimextremisten, een reis langs een van ‘s werelds meest gastvrije en gevaarlijke regio’s, tussen dansende Georgiërs en schietende bergturken. Het gaat een prachtboek worden, komende zomer ligt het met een stempel van Nieuw-Amsterdam bij de betere boekhandel.

De vrouwen in Rusland, vriend – die zijn pas om over naar huis te schrijven. Behalve bloedmooi, gemakkelijk in de omgang en nooit te beroerd voor een verzetje hebben ze iets bijzonders. Ik ben daar niet helemaal over uit, maar het heeft met de geschiedenis te maken. Kijk, die Sovjet-Unie was natuurlijk een ramp, maar ze hebben tenminste de reformatie, Luther, de verzuiling, Telekids en het studentencorps nooit meegemaakt. Het enige probleem is dat ze boven de tweeëntwintig allemaal kinderen van je willen. Misschien heb jij je nageslacht al op orde, maar ik heb er voorlopig mijn handen aan vol mijzelf in toom te
houden.

De dranklokalen van Dostojevski, ze zijn er zeker. In overvloed. Als een oester door je keel, zo’n glaasje helder wodkavergif. Ik drink het niet, tenzij het echt moet. Je weet het wel, een hapje van een augurk, iemand mompelt iets over een vrouw en in de verte neuriet een zwerver met een accordeon over het leven dat, net als zijn rechterbeen, mank over straat hobbelt. Nee, als er wodka gedronken gaat worden, dan moet het ook goed gebeuren.

Tussen de Russische kwartaaldrinkers, mensen die niet alleen halverwege de dag stiekem drinken, maar het ontbijt beginnen met een glas wodka. Uit een boek dat hier toevallig ligt: ‘Men vindt dat drinken vanaf de vroege morgen iets crimineels heeft. Zoals seks met je zus, of na iets zoets soep en scherp gekruid vlees eten. Je mag na amper drie uur slaap de dag niet beginnen met tweehonderd gram tequila in een bistro achter het Moskoustation. Maar hij deed het toch en dacht verbaast: ‘Waarom mag dat niet?’ Ik las op Twitter dat je eerder vannacht een vierkante fles whisky kreeg. Is er nog wat van over, en schenk je het jezelf ‘s ochtends in? We schrijven!

Olaf Koens

Ollie,

Man, dat was me het bacchanaal wel. Jezus Christus! Die fles Jack Daniels was snel soldaat gemaakt. Daarna trokken we via de discotheek van Bathmen naar de binnenstad van Deventer. Ik weet niet heel veel meer van de avond, behalve dan dat ik regelmatig op mijn bek viel. Echt! Heel apart. Weet je wat ook bijzonder is? Ik kan zo dronken zijn als ik wil, maar ik blijf foutloos schrijven.

Nadat ik me aan de bar van Café Moskou op een kruk had gezet, bestelde ik drank voor mij en mijn vrienden en zag ik in mijn ooghoek wouten voor de deur staan. Kijk, ik geloof dat ik psychisch wel in orde ben – al hebben sommige mensen daaromtrent een andere mening – maar op een gegeven moment beving mij een ombestemd gevoel van wrok, gewoon uit het niets. Die agenten hadden een airtje over zich heen hangen van ‘Kijk ons snelle jongens zijn.’ Dat pik ik niet! Klootzakken! Daarop vroeg ik aan vriend L. of hij mij de veiligheidshamer, je weet wel, zo’n ding om glas mee kapot te slaan, wilde geven die hij altijd om onbekende redenen met zich meedraagt en liep ik naar buiten, op zoek naar de patrouillewagen van de agenten.

Vriend, ik bleef inslaan op de voorruit van die Volkswagen, doch veroorzaakte nog geen sterretje. Dat was dus midden op het grote plein van Deventer, terwijl het uitgaansvolk vief en vrolijk langs me heen liep. Sommige mensen moedigden mij aan. Maar goed, ik had dus kennelijk te maken met kogelvrij glas. Uit pure ellende gooide ik mijn hamer tientallen meters van me af. Al snel kwamen de agenten aankakken. Ik vertelde dat een jongen met Noord-Afrikaans uiterlijk hun auto had getracht te slopen doch daar jammerlijk in was gefaald. Ze keken me vreemd aan en adviseerden me mijn roes uit te slapen. Ik zei dat ik dat zonde van de drank vond. Je maakt wat mee.

Dat ik niets van jou gelezen heb, kan te maken met het feit dat ik al twee jaar geen kranten lees. Hier in Deventer hebben we De Stentor. Een prima krant, dunkt me. Vroeger, toen ik net begon met schrijven, droomde ik wel eens van een kronkel in De Stentor, à la Simon Carmiggelt. Dan zou ik verhalen schrijven over mijn avonturen in de binnenstad van Deventer, de hoeren, de drank en de coke. Maar ja, die ambitie is niet meer. Nu heb ik andere doelen. Ik ga eerdaags beginnen aan een manuscript. Dat boek moet godverdomme een cultroman worden. Ik neem geen genoegen met de marge. Als jij dat manuscript van jou hebt voltooid, moet je me zeker waarschuwen. Ik ben benieuwd.

Ik heb een vriend die heel erg geïnteresseerd is in Rusland. Hij vertelde dat de Russen de nakende hegemonie van China vrezen. Dat de regering daarom heeft besloten om een volkstelling te organiseren, om straks economisch en wellicht ook militair sterker te worden. Ik volg het allemaal niet meer zo. Weet je, het liefst zit ik de hele dag in een mooie, grote en ronde ton. Gewoon nietsdoen. Een beetje zoals de Stoïcijnen aanvankelijk hadden bedacht. Jammer dat Seneca die hele filosofische leer heeft verneukt, de ongelooflijke hufter. Doch dit terzijde. Ik heb een bloedneus. Prima moment om te stoppen. We schrijven.

Zo, zo, vriend Ö!

Man, man! Wat een baldadigheid. Kijk, ik heb ook wel eens een kwade dronk en voel weinig sympathie voor de moraalridders die het Nederlandse nachtleven in toom houden, maar met een hamer de voorruit van een politiepolo intikken – daar ben je met je Noord-Afrikanen weer aardig vanaf gekomen. Ik werkte in Groningen een tijd in een café waar we zo’n paniekknop hadden. Ik dook altijd rustig onder de toog om een boek te lezen wanneer men elkaar de hersens insloeg. Tot we dus zo’n paniekknop kregen. Toen Tunesische Ali een fles Ballentines stuksloeg en op een hoer instak heb ik daar eens hard op gemept. Binnen twee minuten stonden er twaalf van die Polo’s voor de deur, stuk voor stuk met kogelvrij glas. Ali was ondertussen al gevlogen. En terwijl een van die agenten die hoer aan het verbinden was moest ik voor het hele politiecorps cola inschenken. Ik heb de deur dichtgedaan en de rest van de nacht Archibald Strohalm gelezen. Tegen de morgen tikte Ali op het raam, hij kwam de fles betalen. Toch aardig.

Ik begreep dat je op je kerfstok een flinke verzameling krasjes hebt staan. Gelukkig deugen wij toch niet voor het soort baantjes waar ze over dat soort werkervaring struikelen. Ik ben ooit voor een akkefietje voor de rechter in Moldavië gebracht en die heb ik prompt voor twintig euro omgekocht. Verder blijf ik zo ver mogelijk bij het blauw vandaan. Dat leer je snel hier. Wist je dat de Russen zelfs een uitdrukking hebben om het ijs te breken tijdens pijnlijke stiltes? Dan zit je met een groot gezelschap vodka te drinken, zegt iemand iets en is het plots stil. Niemand durft wat te zeggen, tot er iemand roept: ‘Jaja, er is een politieagent geboren!’ En dan gaat het feest verder.

Ik heb een rustige week gehad, ben alleen drie avonden aan de rol geweest met de Munchener Kammerspiele. Die kwamen hier Hiob van Joseph Roth op de planken zetten. En sinds kort werkt Katja Herbers daar. Ken je die? Wat een moordwijf! Maargoed, ik wist niet dat ze nog een troep Duitsers in haar kielzog had. Dat arme gezelschap zat met een wereldvreemd meisje als gids en dus heb ik de boel mee op sleeptouw genomen. Alle mooie restaurants in en de drank per kist naar de tafel laten slepen. Heerlijk. Ik denk wel eens dat ik graag een Duitser had willen zijn. Gewoon, een vlotte jonge kerel uit Berlijn. Dan is het leven zo overzichtelijk. Of zie ik dat verkeerd?

Verder zat ik deze week in de nachttrein naar provinciestad Lipetsk. Ik had een dure coupé geboekt en zat met een behoorlijk zwetende zakenman rustig vodka te drinken. Hij vertelde een aardige anekdote, die grappig zou zijn als het niet treurig was. Die man werkt dus bij een bouwbedrijf in de Wolgograd-regio, en legde uit hoe ze daar zaken doen. Het provinciebestuur krijgt van de staat een smak geld om een nieuwe weg te bouwen en schrijft een tender uit. Als eerste bijt een Turks bedrijf, dat krap boven de marktprijs voor een 30 miljoen de snelweg aanlegt. Dan volgt een Duitse bedrijf dat schrijft dat ze voor 60 miljoen de klus klaren. Maar goed, dan heb je ook Duitse wegen – daar kun je eeuwen mee vooruit. En tot slot stuurt het bedrijf van mijn medereiziger een offerte van 90 miljoen. En natuurlijk krijgt hij de opdracht. Ze geven het provinciebestuur 30 miljoen cadeau, hij steekt zelf 30 miljoen in zijn zak en ze laten de Turken de weg bouwen!

Ik ben eens in Vladivostok geweest, natuurlijk zijn ze daar bang voor de Chinezen. Die staan in kleine groepjes van een paar miljoen man klaar om de grens over te steken. Vriend, je moet weten, een Rus is te beroerd om te bukken voor een aardappel. Je moet trouwens een ophouden steeds foto’s met je brieven mee te sturen. Ik las je laatste brief in de trein op m’n telefoon. Dat ding probeerde die foto te downloaden, dat duurde een minuut of tien. Ik liet de telefoon achter op de tafel van de wagonrestauratie, kom ik terug van het toilet, staan er drie dikke vrouwen naar jouw beeltenis te kijken. Gelukkig had je je netjes geschoren. Vriend, ik ga mijn Turks oefenen want ik zit volgende week in Azerbeidzjan. Het ga je goed, bis bald!

Kameraadski!

Die foto stuur ik natuurlijk zodat jij een Russische temeier voor mij fikst met wie ik een huwelijk kan aangaan. Ik heb namelijk het idee dat Russische wijven nog ouderwets zijn, lekker serviel en zo, dat zij de hiërarchie nog wel snappen en hun man gewoon als koning behandelen – zoals het hoort. Die vrouwen hier in Nederland worden steeds brutaler. Bovendien kunnen ze niets. Serieus, ik ken eigenlijk geen enkel mokkel dat in staat is om goed te koken. Dat feminisme is doorgeslagen. Ze willen zoveel! Doch als ‘s nachts een inbreker beneden bezig is om de PlayStation te jatten, mogen wij weer gaan kijken. Het is zo oneerlijk.

Ik hoorde op de radio dat je in Azerbeidzjan met allerlei nobele zaken bezig bent. Goed van jou, makker. Of nee, laat ik eerlijk zijn. Ik hoorde niets. Ja, je naam, tijdens het autorijden, doch waar het over ging en waarom ze jou moesten hebben, het is een raadsel voor mij. Zie, er is een proces gaande in mijn belevingswereld. Het lijkt erop dat niets me langer nog interesseert. Een extreme vorm van onverschilligheid. Alles gebeurt maar om me heen, mensen winden zich op over dingen die me werkelijk aan mijn reet kunnen roesten. Misschien is het een moderne vorm van nihilisme. Alleen laat dat nihilisme me ook koud.

Zo, dat was het serieuze gedeelte. Nu gaan we over tot de orde van de dag. Ik ben sinds kort verhuisd. Thans woon ik, de held van onze tijd, pal in het centrum van Deventer, de mooiste stad van Nederland. Wist je trouwens dat ze Deventer ook wel Moskou aan de IJssel noemen… Grappig, hè? Dat heeft te maken met het socialistisch karakter van deze stad. Althans, vroeger was de PvdA de allergrootste, nu nog wel, alleen stoomt de PVV van Gerrit Wilders behoorlijk op. Ken je de beste man? Hij is een rechtse knakker die kogels door de knieschijven van alle Marokkanen wil schieten. Voor de rest weet ik ook niet zoveel van die gozer.

Dus jij woont in Rusland? Leuk, hoor. En goed ook. Ik zou het niet kunnen. Weet je, het liefst ga ik nooit op vakantie, ik ben een beetje verknocht aan Nederland. Dat is raar, hè? Laatst stond ik aan de toog bij een Turks feest, hoorde ik twee jongens van mijn leeftijd praten over de zomervakantie van 2011 – nu al. Die ene jongen, echt zo’n macho, vertelde dat hij reikhalzend uitkeek naar juni, hij verlangde naar zijn familie en zo, het klimaat en het eten. Zijn gezel, dus ook een man doch niet zo fanatiek, als je mij begrijpt, was een beetje terughoudend. Die latente flikker moet natuurlijk iedere keer weer zijn best doen om zijn homoseksuele neigingen te onderdrukken, vooral in Turkije.

Nou, toen die homo zei dat hij misschien een jaar zou overslaan, werd die macho boos. Ze kregen ruzie en de macho vertrok stampvoetend van dat feest. En ik bestelde nog een glas Jack Daniels. Trouwens, daar liep wel een aantal geile Turkse wijven rond, hoor. Maar toen ik zo dronken was en niet langer mezelf verstaanbaar kon maken, vonden mijn vrienden het een goed idee om naar huis te gaan. Voor de rest herinner ik me weinig van die avond. Hé, wat ik me afvroeg. Bestaat er ook Russische whisky? Zo ja, dan moet je me absoluut zo’n fles sturen. Ik betaal heus wel, dus niet meteen ontkennen, gierige Hollander! Nu ga ik even een college volgen, want ik heb m’n gezicht al twee weken niet laten zien op de VU. Bovendien ben ik bezig met de creatie van een sublieme uiensoep. Het wordt baanbrekend. Iemand moet het doen, vriend.

Özcan Akyol

Özcan,

Iemand moet het doen, en zo is het! Vriend, als ik je brief zo lees denk ik, je moet eens op vakantie! Ja, dat klinkt pijnlijk, en daar heb je vast geen zin in. Maar kom op, de regen, de kroegen, de temeiers, het gaat allemaal vervelen. Rij eens om naar Schiphol, vraag wat voor last-minute aanbiedingen ze hebben en zoek een willekeurig land uit. Dan moet je natuurlijk niet naar Turkije of Egypte, maar ergens lekker ver weg. Buenos Aires, New York, desnoods Bangkok. Het is even vliegen, maar wat lekker komt van ver. En als je dan tussen die wolkenkrabbers loopt, in een riksja zit of op de rug van een paard – dan ben je weer helemaal de oude. Neem een tandenborstel en een schone onderbroek mee en alles komt goed!

Schreef ik je eerder over de zegeningen van een Nederlandse vrouw, nu sabel jij die hindes pijnlijk neer. Jij zoekt een viswijf dat aardappels schilt en met een ploertendoder dag en nacht je PlayStation beschermt? Zo gaat dat natuurlijk niet. Je moet complimentjes maken, zo’n meisje mee uit eten nemen en altijd de deur voor d’r open doen. Je mag dan een beschonken delinquent zijn, je moet de indruk wekken dat je een hele meneer bent. Voor je het weet krijg je een tik op je neus en lig je een week te jammeren in je mooie appartement in Deventer. Dan heb je niets meer aan je drinkebroers. Dan heb je een lieve vrouw nodig die je pleisters plakt en kusjes geeft. Wil je een voorbeeld? Ik was maandag op bezoek bij Michail Beketov. Die ken jij niet, maar dat was de hoofdredacteur van een klein krantje in een voorstadje van Moskou. Daar heb je een mooi eikenbos waar de overheid dus graag een snelweg en een partij golfbanen aanlegt. Die Beketov schreef daarover en niet veel later sloegen een paar kerels met honkbalknuppels ‘m tot moes. Hij heeft twee dagen in de sneeuw voor zijn huis gelegen. Dat was twee jaar geleden, nu hinkelt ‘ie met een looprekje en hoopt zijn familie op een Duitse doktor die Beketov weer kan leren praten. Een kutland, Rusland – dat zeg ik je.

Ik was de afgelopen dagen even afwezig. Ik moet tegenwoordig televisie maken, dat is me nogal wat. Vijf dagen zwoegen voor een stukje televisie van amper twee minuten. Rotwerk voor rotroebels, maar de schoorsteen moet roken! Ik begrijp nog altijd niet hoe je aan je centen komt. Leg me dat eens uit, vriend – voor de dag d’r mee! Van die Gerrit Wilders heb ik al eens gehoord ja. Ze zeggen dat ‘ie ergens in een bunker bij Zandvoort woont. Man, daar zou ik ook bitter van worden. We hebben nu toch die vrijgezelle Rutte aan het roer? Vertel mij iets anders, als je geen vrouw liefhebt kun je toch ook geen land besturen? Ik moet naar een vliegveld en neem nog een glaasje. Het ga je goed Ozzie!

Ollie,

Dat Rusland een kutland is, staat volledig buiten kijf. Dat had ik ook al geconstateerd, zelfs in deze correspondentie. Het punt is, vriend, dat ik niets heb met het buitenland. Ik blijf liever hier in Deventer. Dat schreef ik geloof ik hierboven ook. Als ik in Zwolle kom, word ik al onpasselijk. En ik heb daar twee jaar gewoond, moet je weten. Je suggereert dat een trip naar verre oorden effect zal sorteren, dat ik dan weer de oude word, maar je vergeet voor het gemak dat ik altijd zo was. Ik vind mezelf overigens een toffe vogel, dus er is geen reden voor verandering. Eén ding moet ik je wel toegeven: dat mijn leven een aaneenschakeling is van bacchanalen, dodelijk saaie liaisons en veel rancune jegens alles en iedereen heb je helemaal goed gezien. Maar ik vind het wel best zo.

Dat je me zes dagen liet wachten op een antwoord had dus te maken met een nieuwe job. Je blijft maar bijbeunen, hè? Televisiemaker, het is me wat. Je zou ook gewoon terug kunnen keren naar Nederland, hier nog een studie volgen, de juiste contacten vinden en met een beter fundament een tweede poging wagen om het alsnog te maken in Rusland. Daarmee zeg ik niet dat het nu niet zal lukken, slagen bij die Russen. Maar goed, het was maar een voorstel, ik kies altijd voor de weg van de minste weerstand. Dat zit een beetje in mijn karakter. Ik ben liever lui dan moe. Ik zeg altijd: ik hoop dat ik in mijn slaap dood zal gaan, en niet als ik op mijn poten sta, want dan ben ik te lui om neer te vallen.

Ik zie dat we de 5000 woorden gepasseerd zijn. Geen hond gaat deze tekst lezen. Maar dat interesseert me geen kut. Die hufters kijken liever naar The Voice of Holland of So You Think You Can Dance. De poëzie is vertrokken uit dit land, Olaf. Ik vond het leuk om je te leren kennen. Als je in Europa bent, moet je een mail sturen. Dan spreken we wat af. Dan zal ik je wegwijs maken in mijn voorspelbare wereld en dan kun jij mij vertellen over je avonturen en zo. Dan ga ik nu verder met lijden. Geduldig lijden, dat schreef Levi Weemoedt. Want je begrijpt: Ik beschouw het leven als een ziekte, de wereld is een matig ziekenhuis en de dood is de arts die verlossing zal brengen. Het ga je goed, makker!