Onderbuik

Eergisteren stond er in deze krant een column van Hanina Ajarai, een meisje met een hoofddoek dat elke week voor u haar licht over actuele kwesties zal laten schijnen, al dan niet ingegeven door haar islamitische achtergrond.

Ik kan niet over haar talent oordelen, de stukken die ze in het verleden schreef zijn me onbekend, maar ik laat me graag verrassen, een houding die me gezond lijkt.

Verschillende journalisten daarentegen, van Jan Roos tot Rob Hoogland en Theodor Holman – drie beroepsnarren van (extreem)rechts -, voelden de noodzaak om op sociale media iets lelijks over haar te schrijven, aangemoedigd door een bende schuimbekkende xenofoben. Bij hen werd me snel duidelijk waardoor ze werden gedreven: een obsessieve weerzin tegen alles wat islamitisch is.

Hoewel ik niets met die religie heb – ik ben geen moslim, nooit geweest ook – kan ik me niet onttrekken aan het idee dat pure treitercampagnes op basis van iemands geloofsovertuigingen inmiddels salonfähig zijn geworden.

Het theologisch wereldbeeld van Hanina is naar mijn idee lachwekkend, evenals haar keuze voor een hoofddoek, maar ik voel niet de behoefte om haar te schofferen en te dehumaniseren in kwaadaardige tweets, die niet over de inhoud gaan, maar alleen refereren aan haar uiterlijk en kledingvoorkeuren.

De festivalterreinen waarop we onlangs onze verworven vrijheden vierden, zijn amper schoongeveegd, of een Nederlands meisje wordt door een boze massa praktisch terechtgesteld door bepaalde keuzes die ze in het leven maakt.

In die zin heeft de column van Hanina, inclusief haar hoofddoek – een belangrijk issue voor veel boze witte mannen – nu al zijn meerwaarde én dus ook bestaansrecht bewezen: ze toont ons dat er een enorme mate van onverdraagzaamheid in de samenleving bestaat richting iedereen die zich met de islam associeert.

Kritiek is één ding, maar je hele onderbuik onverbloemd leegschijten, is het andere uiterste.Het is voor mij een zegen dat mijn ouders Turken zonder religie zijn. Nu word ik ten minste niet blootgesteld aan de virulente moslimafkeer van mensen met journalistieke en politieke invloed.

Aan de andere kant: ik probeer me ook te verplaatsen in Hanina en vraag me af hoe zij zich nu moet voelen. Ik denk onveilig.

En vooral heel onwelkom.

(deze column verscheen eerder in het Algemeen Dagblad)