Onderwijssegregatie

De leerlingen van basisscholen De Avonturijn en de Catharinaschool uit Amsterdam paradeerden vorige week in opmerkelijke T-shirts door hun wijk. Op de T-shirts stond de tekst: ‘Is dit wit genoeg voor u?’ Het was een aandoenlijk, maar tegelijkertijd schrijnend beeld, omdat de allochtone scholieren noch hun ouders beseften dat zij op deze manier zelf meewerkten aan alle stigma’s die er over zwarte scholen bestaan en op hetzelfde moment wellicht gingen geloven dat ze daadwerkelijk inferieur zijn.

Nederland worstelt al langer met het probleem van onderwijssegregatie, een heikel punt, dat zich overigens niet beperkt tot etniciteit; een dichte concentratie van autochtonen uit een lage sociaal-economische klasse op een school is eveneens problematisch.

Terwijl ik de leerlingen zo blijmoedig bij hun blanke buurtgenoten zag aanbellen, riep ik tegen mijn vriendin dat ik onze toekomstige kinderen ook niet bij een zwarte school zou willen inschrijven. Mijn vriendin vond dat nogal een boude uitspraak en meteen besefte ik dat ze gedeeltelijk gelijk had, want het gaat me niet om de kleur van mensen, maar om eenheidsworst, daar zit de crux. Ik moet er ook niet aan denken dat mijn kroost naar een onderwijsinstelling gaat met dertig roomblanke kinderen van rijke en succesvolle ouders, die zogenaamd klaar worden gestoomd voor de grotemensenwereld. In werkelijkheid leren zij maar een deel van de samenleving kennen en raken zij in moeilijkheden wanneer ze later op hun werk in contact komen met burgers die anders zijn opgegroeid – ik denk aan sociale omgangsvormen en cultureel onbegrip. Nóg een vorm van onderwijssegregatie die bestreden zou moeten worden.

Maar wat doen we er eigenlijk aan? Niet veel. Een paar jaar geleden begon een aantal gemeentes met pilots voor verschillende vormen van aannamebeleid. In sommige delen van Amsterdam hanteert men het postcodebeleid, Deventer gaf voorrang aan kinderen die in hun eigen buurt werden aangemeld en in Nijmegen mochten ouders zes voorkeurscholen aangeven binnen een verdelingssysteem.

Het zijn allemaal goedbedoelde en nobele initiatieven en in de praktijk hebben ze lokaal misschien effect, maar landelijk blijft onderwijssegregatie- bestaan.

De rijksoverheid greep in 2006 in met de Wet Onderwijsachterstandenbeleid (Wet OAB). Maar wie zich even in de uitvoering daarvan verdiept, komt al snel tot de conclusie dat de meeste gemeentes niet weten hoe zij het geld daarvoor moeten besteden. Het blijft liggen en daarom is er nu zelfs een ‘oab-brigade’ opgericht om gemeentes te helpen, zodat er meer diversiteit op scholen komt. Let wel, het gaat hier niet alleen om vermenging van ‘zwart’ en ‘wit’, maar ook op basis van ‘lager’ en ‘hoger’ sociaal-economisch niveau kan er door de meeste scholen nog veel terreinwinst worden geboekt.

Goed, er bestaat een probleem, dan moet er ook een oorzaak zijn. Waarom gaan blanke kinderen van goed opgeleide ouders niet naar zwarte scholen? Daar kunnen we uitvoerig over filosoferen, maar dat er een raciaal en/of cultureel verband is lijkt me apert. Want zelfs als een ‘zwarte’ school landelijk goed presteert en een goed startpunt voor een vwo-opleiding vormt, weigeren autochtonen hun kinderen naar die school te sturen. Er heerst over het algemeen een ons-kent-onscultuur. De meeste mensen melden hun nageslacht het liefst aan bij een plek waar alles bekend is, bijvoorbeeld vanwege sociale binding.

Aan de andere kant zijn er burgers die hun kinderen naar een zwarte school sturen, waarvan evident is dat de schoolresultaten achterblijven bij het landelijke gemiddelde. Ook deze ouders hebben een kwalijke rol. Er tellen factoren die niet zwaarwegend zouden mogen zijn: er zit familie op die school, meer leerlingen hebben Turkse of Marokkaanse ouders of het gebouw staat op vijf minuten lopen. Het risico bestaat dat een leerling met veel talenten minder aandacht krijgt dan een klasgenoot met bijvoorbeeld taalachterstanden of leerproblemen.

De kwestie onderwijssegregatie is de afgelopen jaren door verschillende regeringen als een lokaal probleem bestempeld. Deels is dat terecht, want het aantal kinderen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond is in veel dorpen en middelgrote steden verwaarloosbaar. De echte uitdaging zit hem in het elimineren van scholen die zo zijn ingericht dat ze het predikaat ‘zwart’, ‘wit’, ‘kansarm’ of ‘kansrijk’ kunnen krijgen.

Een kind moet opgroeien in een omgeving en tussen leeftijdsgenoten die een afspiegeling vormen van de maatschappij. In die zin zou het voor De Avonturijn en de Catharinaschool een godsgeschenk zijn als die scholen werden opgedoekt en alle leerlingen elders mochten kennismaken met leeftijdgenoten van diverse afkomst.

 

(Deze column verscheen zaterdag 30 mei in NRC Handelsblad)