Over dikke mensen

Een man mag ijdel zijn in mijn beleving, al zijn de geleerden het daar nog niet over eens. IJdelheid moet niet tot een uiterste worden getild, waardoor je bijvoorbeeld als zogeheten metroseksueel door het leven gaat, maar een beetje lichamelijke verzorging kan geen kwaad. Ikzelf ben niet zo ijdel, althans niet meer zo erg als vroeger. Toen liep ik altijd met een kam en spiegeltje in mijn binnenzak, voor het geval een pluk haar andere plannen zou smeden dan ik die ochtend had ontvouwd. Ik moest denken aan die tijd toen ik bij de bushalte een mastodont van een student zag wachten op de bus.

De bus rijdt vier keer in het uur en stopt altijd voor mijn huis. De volgende halte is de school waarop ik zit, net als zestienduizend andere mensen. Het is goed om te weten dat een wandeling van mijn huis naar school amper driehonderd meter bedraagt. Dat betekent dat je makkelijk kunt lopen om er te geraken. Toen ik het vroeg kalende, corpulente monster op het stoeltje zag zitten, had ik al zo’n idee van waar hij heen moest, dat kwam ook door de blauwe Eastpack rugzak die nonchalant aan zijn schouder hing. Je zou denken dat zo’n dikkerd er goed aan doet om dagelijks een wandeling te maken naar school om zodoende wat kilo’s kwijt te raken, maar dit homp vlees koos voor de handhaving van een foeilelijk uiterlijk.

Toen ik wat dichterbij het bushok liep, vertraagde ik mijn snelheid om de jongen goed op te nemen. Hij had een aftandse, gebleekte spijkerbroek aan die – echt waar – wijd viel. Hij droeg een zwart shirt met de letters NGT er op en er rustte een ouderwetse uilenbril op zijn neus. Bovendien had hij zijn geringe haren zijwaarts gekamd en flink ingevet met ongetwijfeld een gel van de supermarkt. Naast hem stond een vrouw die minstens zeventig jaar oud was. ‘Zou je haar niet laten zitten op die stoel en zelf gaan staan?’ vroeg ik hem dreigend. Hij volgde mijn bevel direct op en de vrouw lachte mij vriendelijk toe. De dikzak moest nu staand gaan wachten.

Met zijn mond maakte hij kauwbewegingen en toen zag ik ook een Bifi-worst in zijn hand, die hij kennelijk wilde verstoppen achter zijn monsterachtige lijf. Ik schudde ostentatief mijn hoofd en keek de oude vrouw aan. Zij verhulde een vileine glimlach en schokte met haar schouders. Ik liep door richting mijn school en wist dat ik er over vijf minuten zou arriveren. Tijdens die wandeling bedacht ik, dat ik best wel veel eet. Vijf keer per dag. Toch kom ik nooit wat aan. Misschien heeft dat wel te maken met de vele wandelingen die ik maak. Een fiets heb ik niet. Ja, oké, ik heb twee fietsen, maar die zijn allebei gejat en hebben bovendien beide geen slot. Ik hou gewoon van lopen, dat zal het zijn.

Zo’n tocht met de benenwagen is zo gek nog niet, dacht ik tijdens het lopen. Als je eenmaal in diepe gedachten bent verzonken is het zelfs leuk. Ik had de school bijna bereikt en liep ter hoogte van de bushalte die daar opgetrokken is uit glas en dikwijls een prooi vormt voor jeugdige vandalen. Op dat moment stopte ook de bus daar, met zonder twijfel de dikkerd erin die ik eerder zag bij de halte voor mijn huis. Ik bleef staan. Er stapten meer mensen in dan uit, maar na kort wachten stond hij daar. Hij keek als een autist om zich heen en stak toen over. Daar zag hij mij. Hij kreeg een kleurtje. Rood. Ik had me voorgenomen om achter hem aan te lopen. Dat deed ik.

De vleesklomp werd links en rechts ingehaald door mensen van wie ik vond dat zij überhaupt erg rustig liepen. Alsof de kwelling niet groot genoeg was voor dit zwaargewicht, worstelde hij ook nog met de gedachte van een onbekende Turk die achter hem aan liep. Dat vond ik mooi. Hij consolideerde het tempo dat hij aanvankelijk had gekozen. Op een gegeven moment ging het mij vervelen, het ging allemaal te langzaam. Ik ging kort achter hem lopen en hoorde hem hijgen, daarbij had hij zweetdruppels op zijn voorhoofd. ‘Gaat het wel, jongen?’ vroeg ik. Hij keek naar de grond en zweeg in eerste instantie. ‘Het is te warm.’ Ik keek naar de grijze hemel en ervoer geen warm weer. Daarop besloot ik mijn queeste te beëindigen. Dikke mensen zijn onverbeterlijk.