Over een jaar (brief)

Beste Ron,  

Als ik ’s avonds laat in bed lig, naar het plafond staar en me overlever aan die zuivere gevoelens, dan probeer ik de balans op te maken voor de toekomst. Het gevoel van nu is immers vertekend, ingegeven door een teleurstelling, het uitvloeisel van zelfbeklag, niet samengesmolten door cerebrale bespiegelingen van de werkelijkheid zoals zij is. De waarheid is namelijk nu niet vast te stellen, over een jaar… Dan kun je pas over een waarheid spreken. 

Over een jaar zal ik terugkijken naar de epoque uit mijn leven die gekenmerkt werd door een nog grotere innerlijke razernij dan voorheen, door de verleiding waarvoor ik bezweek en bovenal de ratio die ik koelbloedig negeerde. Over een jaar zal ik spreken van een periode waarin ik weinig oog had voor mezelf, des te meer voor de duivel en zijn gezanten. 

Jij zult klagen over de erbarmelijke abstracties waarvan ik je nu deelgenoot maak, en hoogstwaarschijnlijk zul je het ook bij het rechte eind hebben, maar vind je (schijn)comfort alsjeblieft in wat ik je nu te bieden heb. Het gaat tenslotte over mijn verloren jaar, een geschiedenis die ik pas over een jaar kan bagatelliseren.  

Deze geschiedenis is niet per definitie slecht, overigens – zelfs een foute geschiedenis is dat niet. Niets erger dan een geschiedenis die zich herhaalt. Zelfspot is een remedie, maar ook een vak waar niet veel mensen bekwaamheid in genieten, vooral figuren met een groot hart niet, mensen met een grote eigenwaarde, mensen als jij… en ik.    

Als ik naar dat plafond staar, denk ik aan de verloren periode, de tomeloze naïviteit van een goedige boer,  maar bovenal aan mijn gemoedstoestand van over een jaar. Ik zou het wegwuiven met een glimlach, lering trekken uit mijn fouten en vervolgens zou ik, als een rijk mens, deze tocht voortzetten, wars van zelfmedelijden en treurnis over het verloren jaar. Zie je, Ron, het gaat allemaal om de reactie die over een jaar gestalte gaat krijgen. Die is representatief.   

Je allerbeste vriend,  

Özcan