Over een kutwijf

Niet alleen ter wille van het cultiveren van een literair imago doch ook om de waarheid met eer en geweten te dienen, zal ik in deze eerste zin gewag maken van het feit dat ik stomdronken, of op zijn minst behoorlijk aangeschoten, het nieuwe café in de binnenstad van Deventer waggelend betrad. Nu was er geen bijzondere reden om me in een eerder stadium van die avond helemaal naar de kloten te drinken, sterker nog: ik dronk louter uit verveling een fles whisky leeg. In de nieuwbakken kroeg zag ik veelal oude gezichten. Dat was me wat, die bekende koppen. Je zou er wat van krijgen. Deventer is een mooie stad, begrijp me niet verkeerd, maar als je er welhaast een kwart eeuw hebt gewoond moet je niet hopen op een anoniem bestaan. Die zakkenwassers kennen je geschiedenis, al ken jij hen niet. Ik sloot me aan bij m’n kompanen en hoorde hen praten over alledaagse zaken. Het is dat er opeens een ravissant heerlijk wijf de tent kwam binnenlopen, anders was ik allang huiswaarts gekeerd.

Uit de speakers klonk een bekend riedeltje van een populaire deejay. Net zoals wijven mooier worden door alcohol, geldt dat ook voor middelmatige muziek. De klanken speelden in op mijn gemoed, ik werd blij en hield onafgebroken het mokkel in de gaten dat zojuist het café een aangenamere plek had gemaakt om te vertoeven, enkel door haar aanwezigheid. Haar heupgewieg had wat weg van een dartel veulen, van iemand die zich bewust van haar schoonheid was en menig bronstig man met graagte het hoofd op hol joeg. Wat een hoer was zij, zeg! Nu kregen mijn vrienden de feeërieke verschijning ook in het vizier. Iedereen staarde opzichtig naar dat wijf. Mocht ik nuchter zijn geweest op dat moment, ik had me geschaamd, doch nog liever had ik me bezat. Want, ja… Dronken is de wereld toch een stuk leuker. Daar ik de meest hippe figuur van onze kliek ben, vooral vanwege het feit dat ik eindeloos kan lullen over helemaal niets, stapte ik op haar af met de mededeling dat haar crèmespoeling haar werk had gedaan.

‘Dank je wel,’ zei ze, ‘die heb ik eerder vanmiddag bij de Etos gekocht.’ Het werd me in een mum van tijd duidelijk dat ik hier niet met een bijzonder groot licht van doen had. Misschien was dat de reden waarom ik dichtklapte, haar een onnozele blik toewierp en voor de rest zweeg. Ik keerde weder richting mijn vrienden. ‘Wat is het voor een wijf?’ vroeg één van de jongens. Nog voor ik antwoord gaf, tikte ik een glas colavieux achterover. De nieuwe kroeg was intussen rijkelijk gevuld met mensen over wie je gerust kunt zeggen dat zij eruitzagen als volslagen imbecielen. ‘Ze is een leuk meisje met veel diepgang. Niets voor jullie, dus.’ Dankzij het vijfde glas vieux vond ik de chemische moed om wederom op haar af te stappen. Ik was wel benieuwd naar de achtergrond van dit meisje. Had ze hobby’s misschien? Hield ze dieren thuis? Was ze bekend met de Russische bibliotheek? ‘Kom jij hier vaker?’ vroeg ik derhalve. Ze moest lachen. ‘Dit is een nieuwe tent, hoor. Dan kan ik er toch ook niet vaker komen?’ Ze had wel een punt.

Toch raakte ik bevangen door de gedachte dat deze vrouw nogal zelfingenomen was. En als er een ding is waar ik een hekel aan heb, dan is het wel aan pretentieuze mensen. Ikzelf sta wijd en zijd bekend als iemand die zeer zelfkritisch is, wars van zelfverheerlijking en bovendien zul je mij nooit betrappen op badinerende teksten over andere mensen. Maar dit meisje was echt een hoer, man. Serieus. Ze had zo’n airtje over zich heen hangen van: kijk mij eens een tof teefje zijn. Maar daar trap ik niet in. Ik haalde een glas witte wijn voor haar op en ving een gesprek aan. ‘Zit je op school?’ Ze haalde heel koket een hand door haar blonde haren en boog zich mijn richting op. ‘Nee. Ik werk al drie jaar als kapster. Eigenlijk wil ik pedagogisch werk doen. Maar ik heb alleen een mavodiploma.’ Ik slaakte een zucht. Wat is dat toch met al die wijven tegenwoordig? Ze zijn allemaal losers, stuk voor stuk, en allemaal willen ze de pedagogiek in. ‘Waarom ga je niet studeren dan?’ was mijn logische vervolgvraag. ‘Ik ben geen type voor school,’ schreeuwde ze iets te hard in mijn linkeroor.

Mocht een van mijn nieuwe lezers momenteel zoeken naar de moraal van dit verhaal… Nou, die is er niet! Sterker nog, die is er nooit. Al met al concludeerde ik op dat moment wel dat een overgroot deel van de hedendaagse adolescenten ronduit achterlijk is. Wanneer is de poëzie verdwenen? Ik keek haar aan en moest glimlachen. Het was berusting. Ze was onderdeel van een grote groep. ‘Maar dan word jij toch ook nooit pedagoog?’ vatte ik samen. Ze nam een slok van haar wijn. ‘We zien wel,’ riep ze. Niet het type dat de koe bij haar hoorns vat. Na een minuut of vijf was ik de mooie doch niet zo slimme teef zat. Met een lichte vorm van teleurstelling voegde ik me weer bij mijn vrienden. ‘En heb je haar nummer?’ vroeg eentje. Ik liet de barjongen wat sterkedrank aanrukken. ‘Nee, jongens. Ze was bij nader inzien niets voor mij.’ De jongens namen het nieuws gelaten tot zich. ‘Maar jullie mogen best een poging bij haar wagen.’ Die laatste zin werkte bevorderlijk voor de groepsstemming. Eén voor één gingen mijn vrienden op sollicitatie bij haar. Maar hoe veel wij ook dronken, ze wist niemand te bekoren.


Design by:WebsiteNow
                                                                                             Copyright Ozcan Akyol
RSS