Over Turkse meisjes
Het is niet zo dat ik een elementair probleem heb met Turkse meisjes, maar een opeenstapeling van slechte ervaringen heeft er wel voor gezorgd dat ik tegenwoordig terughoudend ben met hen. Feitelijk kun je zeggen dat ik simpelweg geen affiniteit heb met Turkse vrouwen. Ik zit in de trein ter hoogte van Baarn en drie vertegenwoordigsters van het slag achtervolgt me vanaf Amsterdam Centraal. Ik voel totaal geen behoefte om aan te pappen met één van de meisjes – of met alle drie. Oké, het duo dat tegenover me zit, is dan misschien foeilelijk, maar hun vriendin, die naast me heeft postgevat, ziet er écht wel uit om te verslinden. Die zal ik zonder blikken of blozen permissie geven om aan mijn pezerik te knagen. Geen enkel probleem.
Ik heb een onverkwikkelijke geschiedenis op het gebied van relationele verhoudingen. Niet toevallig heeft het merendeel van mijn voormalige liefjes een Turkse achtergrond. En hoe geïntegreerd of geassimileerd een Turks meisje ook beweert te zijn, uiteindelijk klopt de balans nooit. Een Turks meisje wil altijd op vakantie naar Turkije. Ze kijkt nagenoeg iedere dag naar de Turkse televisie om haar favoriete soap te volgen. En als je het met haar uitmaakt, belt ze je anoniem op om urenlang de zoetsappigste liefdesliedjes aan jou te laten horen. Ik kijk op uit mijn boek en zie dat de twee affreuze meisjes teksten aan elkaar laten lezen die ze zelf tikken in hun telefoon. In al mijn bescheidenheid sluit ik niet uit dat ik het subject ben van hun correspondentie. Het mooie meisje dat naast mij zit, raakt nieuwsgierig en buigt zich voorover, om deelgenoot te worden van het plezier van haar vriendinnen. Ze heeft een mooie kont, strak en petit.
Een guitige tekst doet de drie vriendinnen bulderen van het lachen en ze kijken mij in koor aan. Geitende meisjes, ik word er altijd kriebelig van. De trein heeft Hilversum bereikt. Ik moet overstappen volgens de omroeper, net zoals de meisjes, maar zij hebben tijdens hun kleingeestig pleziertje verzuimd om naar de instructies van de stem te luisteren. Er ontstaat een discussie, waarbij het mooie meisje beweert dat er overgestapt dient te worden in Amersfoort en de twee dikzakken ijzerenheinig volhouden dat ze hier, in Hilversum, van trein moeten veranderen. Ik los de patstelling op door te zeggen dat beide opties mogelijk zijn, maar dat je in Amersfoort twee trappen moet trotseren eer je het juiste perron bereikt en dat je hier slechts tien stappen hoeft te zetten naar de overkant. De Turkse trollen blozen. Ik waan me een popster. Dat is wel het voordeel van zo’n Turks meisje. We zijn kennelijk zo ingericht dat we veelal mensen van ons eigen volk aantrekkelijker vinden dan mensen van een andere etniciteit.
Ik bedoel, als ik een Nederlands meisje poog te versieren, moet ik eerst bewijzen dat ik deug, meer dan een Nederlandse jongen dat hoeft te doen. Het zal ook wel te maken hebben met de spoor van vernieling die de eerste generatie gastarbeiders heeft achtergelaten. Kom nou, die neukten iedere vrouw met een beetje donshaar op haar pruim. Bovendien is het voor een vrouw moeilijk te begrijpen dat iemand, bijvoorbeeld ik, totaal geen binding heeft met de mensheid, laat staan met een land of volk. Om er zeker van te zijn dat de Turkse meisjes mij achtervolgen, loop ik helemaal naar de voorkant van het perron. Ze kuieren achter me aan en houden halt op een meter afstand. ‘Dit perron, hè?’ vraagt het allerlelijkste wijf. ‘Ja, hoor,’ is mijn antwoord. De trein rijdt binnen en het crapuul drukt elkaar plat om maar niet te hoeven staan. Veevervoer tegen woekerprijzen. Ik bemachtig een plek. De vriendinnen moeten noodgedwongen verspreid van elkaar zitten. Zij zit naast me, het mooie meisje. Haar vriendinnen kijken haar vol bewondering en afgunst aan; hoe ze daar zomaar met veel aplomb naast mij ging zitten, zonder enige schroom. De moed, jongens.
Er was een tijd dat ik fantaseerde over de ideale partner. Daar was ik heel uitgesproken in. Ik wenste een Turks meisje te ontmoeten dat niet alleen hyperintelligent was, maar ook beeldschoon en grenzeloos lankmoedig. Iemand die onvoorwaardelijk loyaal zou zijn aan mij en bovendien losgezongen was van culturele riten en religieuze dogma’s. Ik ben een kwart eeuw, ik weet inmiddels dat ze niet bestaat. De hoer. ‘Woon je in Apeldoorn?’ vraagt het meisje. Ik kijk naar haar schilderachtig gezichtje, ze is echt mooi. ‘Nee, Zwolle, maar ga nu even bij iemand op bezoek.’ ‘Een meisje?’ ‘Nee, een jongen.’ Ze zwijgt even, ongetwijfeld om over een nieuwe vraag te denken. ‘Studeer je in Amsterdam?’ Ik buig me iets meer naar haar toe. Onvolgroeide borsten, nee toch, hoe oud zou ze zijn? Minstens twintig, dat weet ik zeker. ‘Ik loop er stage, bij een uitgever. Mag ik luisteren naar welke muziek er uit je oordopjes komt?’ Ze trekt zonder aarzeling het witte dopje uit haar oor en reikt het mij aan. Ik hoor Turkse muziek. ‘Wat is dit?’ De Turkse nimf schaterlacht. ‘Ken je Demet Akalin niet?’
Ze kijkt me aan alsof ik zojuist haar moeder heb uitgemaakt voor de grootste pijphoer van het westelijke én oostelijke halfrond. ‘Het spijt me, ik luister niet naar Turkse muziek.’ Ze bestudeert mij met een vreemde blik, onderwijl hevig kauwend op een stukje kauwgom zoals de stereotype temeier dat ook doet. Wat vang ik met zo’n wijf aan? Weinig, makker. Zeg maar gerust niets. Een keer moest ik bij een Turkse ex anderhalf jaar wachten eer ze ‘klaar’ was om het bed met mij te delen. Ik besluit die rompslomp nu over te slaan. ‘Wil je vannacht met mij slapen?’ vraag ik aan het sopgeile mokkel. Ze schiet voorover, staat dan op en gaat bij één van haar vriendinnen staan die een stoel achter ons zit. Het mooie meisje fluistert de belangrijkste details uit ons gesprek in het oor van dat afzichtelijke wijf. De trein bereikt Apeldoorn. De meisjes lopen stampvoetend langs me heen en trakteren mij drie keer afzonderlijk op een middelvinger. Daar gaan ze wel, de Turkse meisjes. Pas op… Waak voor hun temperament.