Aan de wandel

Er was godverdomme geen reden om het huis te verlaten, laat staan dat ik de behoefte voelde om met wie dan ook te converseren over het leven en alle rotzooi die daar bij komt kijken, maar toch trok ik mijn schoenen aan en slofte ik met tegenzin stadwaarts. Over het weer niets dan lof. Het was warm en de zon scheen. Wat wil een mens nog meer? Ik liep langs een klef stelletje. Ze zoenden elkaar onophoudelijk en hij plaatste zo nu en dan zijn rechterhand op een van haar tieten. Van verliefde mensen moet ik altijd kotsen, dus ik haastte me schielijk naar het grote plein in de binnenstad, om daar de stemming te peilen. De terrassen zaten nagenoeg vol, het bier vloeide royaal en de mooie meiden waren niet op vier handen en voeten te tellen. Al met al kreeg ik trek in een glas whisky. Dus ik nam zetel op het terras van café d’Olde Bats en wachtte geduldig tot ik bediend zou worden.

Lees verder

Er was niets te doen

De zon dook maar voor de verandering onder de kim, net als zij gisteren deed rond dit tijdstip en de dagen daarvoor. Ik maakte de knoopjes van mijn overhemd los, nam een flinke teug van het glas dat gevuld was met Chivas whisky en plofte neer in de zetel van schapenleer. De klassieke muziek klonk luid door de kamer. De buren zaten buiten in hun tuin en spraken luidkeels over de voetbalwedstrijd die zopas was geëindigd in vaderlands voordeel. Ik trok mijn rechterbeen omhoog, voelde met mijn wijsvinger aan de nagel van m’n grote teen en trok de conclusie dat deze te lang was. Tjonge. Dat was me wat. Nu moest ik me bewegen naar het kastje in de keuken om de nagelschaar te pakken. Op de koop toe zou ik mij bevrijden van die lange nagel, althans het overbodige gedeelte daarvan. Ik kweet mij van mijn taak, bestudeerde voldaan het resultaat en besloot, bij wijze van variatie, gestrekt te gaan op de suèdebank.

Lees verder

Niet bekend genoeg

Zij rook naar eau de poep. Dat was niet vreemd, want ze zag er ook uit als een meisje om op te kakken. Ik wandelde met mijn winkelmandje door de Jumbo, hield af en toe zonder bijzondere reden halt bij een schap en bemerkte dat zij mij constant bleef volgen, als was ik haar onnatuurlijk dunne schaduw. Het was druk in de supermarkt. De winkel draaide op volle toeren. Het volk krioelde ongedurig langs elkaar. In mijn poging om haar van me af te schudden, versnelde ik mijn pas, liep enkele rondjes om hetzelfde schap, doch aangekomen bij de vleeswaren stond zij me nog steeds op een steenworp afstand aan te gapen. Nu moet u weten dat ik al bijna twee maanden gestalkt word door een of ander krankzinnig wijf, maar zij heeft vorige week na interventie van de politie een contactverbod gekregen van de staat. Dus met welk mokkel ik nu van doen had, ik had geen flauw benul!

Lees verder

Een hopeloos geval

Aanvankelijk hadden we het plan opgevat om een rustige avond in de binnenstad van Deventer te beleven. De terrassen raakten vol, de vrouwen waren schaars gekleed en de stemming zat er goed in. Na het tiende drankje was iedereen minder kritisch. We besloten toch om flink door te halen. In mijn zuivere poging om me nog diezelfde nacht dood te drinken, schakelde ik rond middernacht over van apfelkorn op whisky. We liepen met zijn achten naar een kekke tent in het centrum, vatten post op het terras en verziekten de goede sfeer. De uitsmijter zag het onheil naderen, doch bleef vriendelijk en dirigeerde een barmedewerker ons te komen helpen. Intussen was N. in gesprek geraakt met twee foeilelijke wijven. Toen zij naar binnen liepen om een plasje te plegen, vroeg hij of ik er wat voor voelde om een van de dames op zijn bank vol te blaffen. ‘Ik laat me nog liever doodknuppelen door Japanse zeehondenliefhebbers,’ luidde mijn antwoord.

Lees verder

De ontheemde ziel

Toen die nacht besloot ik, misschien in een vlaag van geestelijke armoede, om een kroeg aan te doen. Want ja, als je dorst hebt, kun je beter drinken. Zoveel dorst had ik overigens niet. Het was iets anders. De gedachte aan haar borrelde op. Weer! En de herinnering aan haar én de beelden van haar feeërieke voorkomen gaan de laatste weken hand in hand met alcohol. Ik nam zetel op een kruk aan de eiken toog en bestelde bij de olijke barvrouw in laveloze toestand een whisky met veel ijs en weinig borrelpraat. Ze was niet gecharmeerd van mijn proleterig gedrag, doch kweet zich met tegenzin van haar taak. Nog voor het glas zijn bestemming had bereikt, verzonk ik hulpeloos in een dronkenmansslaap, in medias res, en het geluk beroerde me, want ik zag haar en zij lachte en wreef met haar fluweelzachte hand over mijn kruin en sussend zei ze dat ze nooit van mijn zijde zou wijken.

Lees verder

Pages ... 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29