Kattenkwaad (door Rianne Meijer)

Het was begonnen met de witte bessenstruik. De struik stond achter ons huis, aan het paadje dat de keurige drie-onder-een-kap-woningen in mijn straat scheidde van het troosteloze flatgebouw daarachter. Van mijn ouders moest ik bij de flat uit de buurt blijven. De bewoners waren heel ander volk dan de keurige burgers in de rest van het dorp. ‘Ordinaire en asociale mensen.’ Volgens mijn moeder tenminste.

Lees verder

Ulaanbaatar (door Rianne Meijer)

Ik ontmoette haar toen ik na een bijzonder uitputtende werkdag in een opwelling besloot te stoppen bij het buurtcafé om de hoek. Ik kende het etablissement wel, was het vaak genoeg gepasseerd op weg naar huis en bovendien kon ik op vrijdag- en zaterdagavonden de muziek en het geroezemoes van de uitgelaten bezoekers tot in mijn kleine appartement horen. Zelf was ik er nog nooit binnen geweest: ik houd niet van mensen, zeker niet in grote groepen, en van gezelligheid word ik al helemaal depressief.

Lees verder

Literaire makkers (door Judith Valentijn)

Vaak vragen mensen hoe het zo is gekomen dat Eus en ik literaire makkers zijn. Dat wij elkaar ontmoet hebben, was om eerlijk te zijn louter toeval. Op de een of andere manier was ik in Deventer beland en omdat ik daar niets te zoeken had, kon ik niets anders doen dan doelloos ronddwalen. Voor een inwisselbare kroeg in een inwisselbare straat (Het Wapen van Deventer in de Kerkstraat?), werd ik staande gehouden door een jongeman. Hij vertelde mij van alles, maar ik kon er maar weinig van volgen. In de eerste plaats door zijn Tukkers accent (al gaf hij me later die dag een ferme tik, omdat zijn accent niet Tukkers bleek te zijn, maar Sallands) in de tweede plaats omdat deze jongeman zo starnakel dronken was, dat zijn woorden vol wanhoop in zijn mond rond bleven tollen, zonder echt naar buiten te komen.

Lees verder

De kamer zonder deur (door Joyce Brekelmans)

Het bonken achter mijn slapen doet een zware avond vermoeden. Met mijn ogen nog steeds gesloten, speel ik de film van gisteravond af in mijn hoofd. Iets blijs en blonds flitst voorbij. Hij zoent me en ik weet nog net de emmer met ijs te ontwijken die zijn collega barman over ons wil uitstorten. Ik draai me weg van zijn gretige lippen en dans verder met Harry, de enige die telt. Ik ben Henk, zij is Harry. Wij zijn Statler & Waldorf met tieten.

Lees verder

De vaginafluisteraar (door Rianne Meijer)

‘Wat is hij dik geworden.’ De gedachte was zo sterk geweest dat ze bijna direct en geschrokken haar hand voor haar mond sloeg, bang dat ze de woorden per ongeluk hardop had gezegd.’ Toen hij haar met zijn toegeknepen paddenoogjes stralend bleef aankijken, haalde ze opgelucht adem. Het was loos alarm. De laatste tijd had ze eigenlijk amper aan hem gedacht. Woedend was ze geweest, toen haar vriendinnen vlak na de breuk troostend tegen haar zeiden ‘dat het verdriet gewoon moest slijten’ en ‘dat ze heus wel weer gelukkig zou worden’. Maar het was uiteindelijk toch gebeurd. Het verdriet was gesleten. Hij was van haar af gesleten.

Lees verder

Pages ... 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14