PlayStation 4

… zag ik een jongen in een rolstoel. Hij zat tegenover een supersonisch scherm, dat rood omlijst was en de nieuwste albums en dvd’s aanprees. De twee medewerkers van de afdeling Gaming, Film & Muziek in de Media Markt slopen langs schappen en stellages, moe van alle voorspelbare vragen, maar ook beschaamd omdat de zending nog steeds niet was gearriveerd.

De jongen in de rolstoel wreef volgens een vast ritme over zijn knie, niet uit noodzaak, eerder uit frustratie en ongeduld. Hij droeg spierwitte gympies die er brandschoon uitzagen.

Logisch; hoe vaak kwamen zij in contact met de grond?

‘Ik vind het belachelijk,’ zei de getormenteerde ziel op wielen. ‘Mijn buurman heeft hem bij Game Mania besteld en ontving gister zijn PlayStation.’ Tegenover hem leunde een Turkse knaap tegen een brokkelige muur. Hij logenstrafte elk vooroordeel over gamers; een lange jongen in een stoer jack met modieuze bakkenbaarden en een knap gezicht.

Hoe lang zou hij hier al wachten?

‘Mijn broertje bestelde vorige week eentje bij Bart Smit,’ antwoordde de Turk. ‘Hij heeft hem ook al binnen… Onzin, gewoon.’

Ik slenterde langs het porno-assortiment. Eén film trok mijn speciale aandacht. Er stond interracial reverse gang-bangs op de hoes. Een donkere man omringd door vijftien blonde meisjes. Hij zal veel plezier aan de opnames hebben beleefd. Aan de andere kant, het is vast geen sinecure, zo veel vrouwen tegelijk het hof maken, al lijkt me dat de dames ook het een ander met elkaar moeten uitspoken, beetje scharen en beffen – lesbische onderonsjes.

‘De koerier kan er elk moment zijn,’ riep een medewerker opeens. Hij toonde zijn mobiele telefoon, op het scherm een bericht met de tekst: vijf minuten.

‘Dat zei je vanmorgen om 09.00 uur ook,’ antwoordt de jongen in de rolstoel.

Ik keek op mijn horloge. Het was half twaalf. Overal op de afdeling stonden mannen, in alle soorten en maten, een aantal verstopt achter dozen of apparatuur, omdat ze misschien vonden dat het niet erg stoer overkwam dat ze nu al uren op een spelcomputer wachtten.

De andere medewerker rolde een enorme vrachtkar uit het magazijn en iedereen leefde op. In een vloeiende beweging draaide de rolstoel, alsof een windvlaag hem in beweging bracht.

‘Sorry, jongens. Dit zijn printers, die zijn voor een andere afdeling bestemd.’

‘Ik zou me kapotschamen als ik jullie was!’ Een Nederlandse jongen met een zilveren labret trok het niet meer. ‘Ik moet nu wéér geld in de parkeermeter gooien. Vergoeden jullie dat?’

De man van de Media Markt haalde zijn schouders op.

Dik een uur later, nog steeds geen PlayStation 4. Ik ging maar naar huis, aangezien ik hier niks had te zoeken, louter als ramptoerist het schouwspel volgde, zoals sommige mensen op de snelweg stilstaan en naar het ongeluk op de andere baan kijken.

‘Ik word hier godverdomme moe van!’ hoorde ik de rolstoel nog zeggen.

‘Jij moet niet zo zeiken,’ repliceerde een lotgenoot. ‘Jij kan tenminste zitten. Wij moeten staan.’