Rick Engelkes

… zat ik in een restaurant naast Rick Engelkes, ook wel bekend als Dokter Simon uit Goede Tijden Slechte Tijden. In mijn jeugd, toen ik nog een klein en strontvervelend joch was, aanbaden wij Dokter Simon. Mijn moeder vond hem geweldig vanwege zijn baan in de serie, beter dan een arts kon niet, en mijn vader roemde zijn succes bij de vrouwen. Als het aan mijn ouders lag, werd ik later Rick Engelkes.

Maar tegenwoordig gaat het niet zo lekker met de acteur.

Hij hing over een klein tafeltje en sprak tegen zijn vriendin, een blondine die streng uit haar ogen keek, er zat ook iets van argwaan in haar blik. De oranje gloed van de kaars op hun tafel verlichtte de twee piekfijne gezichten. Dit was intimiteit – dat kon niet missen. De hele setting herinnerde mij ineens aan De Overgave, het cinematografisch project van Paul Ruven dat door filmrecensenten compleet werd vernederd.

Ik tikte Rick Engelkes joviaal op zijn schouders. Hij bewoog zijn hoofd mijn kant op, de rest van zijn lichaam bleef onberoerd in dezelfde positie. Op zijn gezicht verscheen een vreemde glimlach, nog nepper dan die ene keer in de Rivella-reclame, ook een dieptepunt in zijn carrière.

‘Ik heb de film gezien. Geweldig!’ loog ik.

‘O, ja?’ vroeg hij. ‘Dat is knap. Dan ben je waarschijnlijk de enige.’ Hij bleef nog steeds vriendelijk.

‘Ik ben een liefhebber van jouw werk,’ dat was strikt genomen niet eens gelogen.

Er viel een korte stilte.

‘Het is hier best koud, hè?’ zei zijn vriendin. Om dat gevoel te illustreren, legde ze haar handen op haar bovenarmen.

‘Wacht,’ antwoordde Rick. ‘Ik vraag het personeel wel om een ander tafeltje.’

De ober keek tandenknarsend de ruime eetzaal in, puzzelde de ene tafel aan de andere en bood uiteindelijk een plek vlakbij de keuken aan. Rick en zijn vriendin hoefden er niet over na te denken, het was een goed alternatief.

‘Het ligt niet aan jou, hoor,’ zei Rick. ‘Mijn vriendin heeft het gewoon koud.’

Ik vond het allemaal prima. De ribeye werd opgediend, die had nu mijn prioriteit. Terwijl ik mijn mes in het vlees stak en een paar druppels bloed eruit dropen, keerden Rick en zijn vriendin terug. Ik keek hem niet-begrijpend aan.

‘Er kwam een hete walm uit de keuken,’ legde Rick uit. ‘En het stonk daar een beetje. Maar het lag echt niet aan jou dat we weggingen. Echt niet.’

‘Mooi zo. Ik zal niet meer over die kutfilm beginnen,’ beloofde ik.

Nog geen twee minuten later zocht de vriendin van Rick de aandacht van een serveerster. Of er écht niet een andere tafel vrij was. Het meisje ging op zoektocht, overlegde een paar keer met haar collega achter de bar en kwam met goed nieuws terug. Rick stond op, met zijn asgrijze jas in de hand, en verzekerde mij nogmaals dat het niet aan mij lag.

‘Het is al goed, Rick.’ Hij reageerde met die karakteristieke glimlach van hem en verdween onder een weelderige kamerplant, die hier en daar een vergeeld blad droeg. Toen het meisje van de bediening langsliep, waarschuwde ik haar.

‘Wees goed voor hem. Anders slaat-ie jou met zijn zweepje.’

Ik vroeg me af of mijn moeder nog steeds zou willen dat ik Dokter Simon werd. Wat mijn vader betrof had ik geen twijfel: die zou zelf ook wel Rick Engelkes willen zijn.