Schoenen

Op de basisschool wilde ik altijd van die schoenen die licht gaven.

Bij elke stap, ongeacht snelheid of afstand, ging er een soort stroboscooplamp rondom de zolen aan, iets wat vooral in de donkere maanden voor een fantastisch spektakel zorgde.

Mijn ouders konden zich dergelijk schoeisel echter niet veroorloven: vaak wandelde ik in vierdehandskleding, die via de kringloopwinkel en mijn broers uiteindelijk bij mij terechtkwam, de stumper aan het einde van de rij.

We moesten gisteren nieuwe schoenen voor ons kroost kopen. In de Scapino, op de kinderafdeling, was er voldoende keuze.

‘Mag ik deze, papa?’ vroeg Mia (3). Ze had knalroze gympies gevonden. Ik ben niet van het genderneutrale gezanik, maar deze trappers waren wel héél heftig.

‘Trek maar aan,’ zei ik, om haar niet meteen teleur te stellen.

‘Vreselijk,’ fluisterde mijn vriendin. ‘Die gaan we echt niet halen.’

Toen Mia zich in de schoenen had gewurmd, sprongen er plotseling allerlei lichtjes aan, volgens mij waren het wel zes of zeven kleuren. Ze kirde van geluk.

‘Waarom wil je die niet kopen?’ vroeg ik mijn vriendin.

‘Ze zijn veel te ordinair. Ze is een wandelende kermisattractie.’

‘Heerlijk, toch. Ik droomde vroeger van die dingen’.

Ondertussen zat Baran aan een schoenendoos te likken. Hij is een eigenaardige jongen.

‘Papa, mag ik alsjeblieft deze schoenen?’ Onze dochter was ondertussen, voor de zekerheid, in een schap geklommen, zodat we ze niet van haar zouden kunnen afnemen.

‘Je krijgt ze van mij.’ Mijn vriendin ging mokkend akkoord.

Eenmaal thuis, toen mijn moeder er ook was, huppelde en danste Mia met haar nieuwe schoenen door de woonkamer.

‘Ja, ik weet nog,’ vertelde mijn moeder schuldbewust, ‘dat jij ze vroeger ook altijd wilde, maar je vader verspilde het geld liever aan drank, sigaretten en kippenlever.’

Mia was bang dat we in de avond haar schoenen zouden wegmoffelen, daarom wilde ze haar nieuwe aanwinst absoluut niet uittrekken.

Met geen mogelijkheid konden we haar op andere gedachten brengen. Op het scherm van de babyfoon zagen we de lampjes flakkeren, totdat ze langzaam in slaap viel.

‘Wat hebben wij een bijzondere dochter, hè?’ zei mijn vriendin.

‘Ja, dat zeker, maar ik snap haar wel.’

Het liefst zou ik ook zulke schoenen dragen, maar dat kon niet meer. Een jeugd beleef je maar één keer. Gelukkig kan je een aantal dingen later nog rechtzetten.

(deze column verscheen eerder in het Algemeen Dagblad)