Snuffelstage

In het kader van een nieuw televisieproject mocht ik meelopen met twee doorgewinterde agenten in de Amsterdamse Bijlmer.

De insteek was even simpel als beladen: hoe gaat de politie om met alle valse informatie op sociale media die schadelijk kan zijn voor het imago van de beroepsgroep?

Het werd een enerverende snuffelstage.

‘Gaan we vandaag ook etnisch profileren?’ vroeg ik op de achterbank om het ijs te breken.

De vrouwelijke agent draaide zich om en zei streng: ‘Je valt in deze wijk vooral op als je niet donker bent.’ Daar was geen speld tussen te krijgen.

Er kwam een melding binnen: vijf straatrovers hadden een gouden ketting van iemands nek getrokken – van de daders ontbrak elk spoor.

We sjeesden over stoepjes en fietspaden. Ik hield ervan: even waande ik me Sonny Crockett uit Miami Vice, een van mijn televisiehelden – maar dan wel gespeeld door Don Johnson.

Het duurde niet lang voor we de bandieten in de kraag hadden gevat. Een van de jongens moest in onze auto mee naar het cellencomplex, waar hij geboeid binnen werd gebracht.

Plotseling stond ik in een ruimte waar gewone burgers niet mochten komen. Ik was mijn begeleiders kwijtgeraakt.

Een agent tikte op mijn schouder en vroeg: ‘Collega, zijn deze handboeien van jou?’ Ik nam ze maar in ontvangst, dat gaf extra cachet aan deze hele ervaring.

Een andere politieman voerde op de computer de aanhouding in, draaide zich om en vroeg: ‘Collega, wat is je stamnummer?’ Ik vertelde dat andere vakbroeders de boef hadden ingerekend, hij moest bij hen zijn voor de administratie.

Omdat ik de enige agent ‘in burger’ was, merkte ik dat ze me met ontzag behandelden. Tot de hulpoffıcier riep: ‘Jij bent toch die jongen van de krant? Wat doe jij hier, ouwe?’ Dat vroeg ik me ook af. Maar leuk was het wel.

‘Ooo,’ klonk het verderop. ‘Ik wist wel dat ik die gast ergens van kende.’

Ik wilde meedoen aan de evaluatie, maar dat kon niet vanwege privacy-overwegingen.

Ik moest naar buiten. Daar werd ik aangesproken door een zichtbaar getroebleerde jongeman. Hij zei: ‘Ik wil een klacht indienen. Ze hebben me etnisch geprovoceerd.’

‘Luister’, antwoordde ik. ‘Je hoepelt nu op, of ik reken jou ook in.’

Hij maakte zich snel uit de voeten. Het was jammer dat ik na dat moment als gewone burger door het leven moest.

(deze column verscheen eerder in BN/De Stem)