Terror dad

Iedereen wil zijn eigen kinderen beschermen, dat zijn de wetten van de natuur, maar het schijnt dat ik een beetje doorsla – volgens mijn omgeving. Het is dat een crèche hun sociale ontwikkeling bevordert, anders had ik ze ook tegen die jungle behoed. Twee dagen per week gaan ze erheen. Over mijn zoon maak ik me vooralsnog geen zorgen, want hij zit in de babygroep, waar de kindjes met name kwijlen, poepen en knagen aan speelgoed.

Bij mijn dochter Mia zit dat anders. Zij is drie en moet zich tussen de peuters staande houden. Sommige jongens zijn ouder en vooral wilder. Als ze in haar buurt komen, met hun geraas en getier, blind voor de broze groepsgenootjes, zie ik haar ineenkrimpen.

‘Ik vind ze een beetje eng,’ zegt ze dan. Op die momenten word ik heel boos.

Daarom blijf ik altijd langer hangen dan andere ouders. Vorige maand zat ik een keer rustig op een bankje in de hoek van de zaal een boek aan Mia voor te lezen. Plotseling kwam er een kleine aap naar ons toe gerend, om vervolgens ‘Miaaaatje’ te brullen.

Toen hij na zijn kwajongensstreek wilde vluchten, stak ik mijn been uit, zodat hij eroverheen donderde, met tranen en snottebellen tot gevolg. Het moest maar duidelijk zijn dat er niet met haar viel te sollen.

De leidster, een goedlachse vrouw, besloot poolshoogte te nemen. Ik zei dat hij over een houten locomotief was gestruikeld. Hij wilde anders verklaren, maar nadat ik hem intimiderend had aangekeken, hield hij zich wijselijk stil.

Mia sprong van de bank en trok me naar de glijbaan. Het was een komen en gaan van kinderen. Ze was het trapje opgeklommen en wilde er vanaf, maar de knaap voor haar, een jongen met sluik blond haar en een doodse blik, alsof hij geen ziel had, treuzelde bewust.

‘Wat denk je ervan, makker?’ vroeg ik. ‘Ga je nog naar beneden?’

Hij schudde demonstratief zijn hoofd. Ik zag Mia zorgwekkend kijken.

‘Luister, jij gaat nu naar beneden, of ik help je een handje.’ Dat verkapte dreigement mocht ook niet baten.

Daarom pakte ik een briefje van tien euro uit mijn zak, of hij alsjeblieft van de glijbaan wilde, zodat mijn dochter hetzelfde kon doen. We hadden een deal. Hij liet het biljet aan de leidster zien, die haar chronische glimlach had ingeruild voor een ernstige blik. Ze keek een paar keer op de klok, ten teken dat ik op moest rotten.

Het deed pijn in mijn hart en ik vertrouwde het helemaal niet, maar ik moest Mia helaas achterlaten tussen dat geteisem. Er werd een lied gezongen en iedereen ging op een bankje aan de grote tafel zitten. Ik tilde mijn dochter op en zette haar aan de kop, zodat ze iedere vorm van eventuele dreiging makkelijk zou kunnen zien aankomen.

De leidsters deelden samen rozijnen uit. Het viel me op dat niet iedereen hetzelfde aantal kreeg: sommigen hadden er zeven, anderen weer acht. Dat was niet eerlijk. Mia had er zelfs maar zes ontvangen. Dus toen de dames hun potten gingen opbergen, jatte ik wat rozijnen van een meisje dat er meer dan tien voor zich had liggen. Ik stopte ze snel in de mond van Mia.

‘Juf, de papa van Mia doet gemeen,’ riep een jongetje.

‘Ik ben bang voor de papa van Mia,’ zei een ander kind.

Ik had er inmiddels, in de loop der tijd, zoveel bedreigd, getackeld of omgekocht, dat ik het onderscheid niet meer kon maken. Dus ze hoefden niet bang te zijn voor represailles.

De leidsters bedachten ad hoc een lied over ouders die moesten werken. In werkelijkheid wilden ze zeggen dat mijn aanwezigheid in de opvang niet langer op prijs werd gesteld, vanwege alle lichamelijke en psychische schade die ik anderen toebracht.

Ik verliet het lokaal en keek door het raampje van de deur naar binnen. Mia zat braaf op haar stoel, zong af en toe een lied mee en klapte in haar handjes.

Misschien maakte ik me druk om niks.

(deze column verscheen eerder in Jan Magazine)

volg me ook op Instagram, hierrr.