Top 5 favoriete schrijvers 2013

… las ik weer een eindejaarslijstje. De mensen zijn er druk mee. Ik wil als trendhopper natuurlijk niet achterblijven, daarom stelde ik ook een lijst samen; mijn top 5 favoriete schrijvers. Let op, dit gaat niet over hun boeken, maar over de persoonlijkheden. Correspondentie over dit bericht is niet mogelijk.

(1) Ronald Giphart

Ik ontmoette hem in Amsterdam. Daar spraken we gepassioneerd over Louis-Ferdinand Céline, een gemeenschappelijke liefde. Een maand later moesten we samen in Den Haag optreden, tijdens een scholierenfestival, dat groots was opgezet. Vooraf aten we in een Indonesisch restaurant – Ronald houdt van rijsttafels. Wat bleek? Hij kende een aantal passages van mijn boek bijna uit zijn hoofd. Nou, dan heb je een streepje voor bij mij. Ronald gaf goede tips. Zo zei hij bijvoorbeeld: ‘Google nooit je eigen naam. En als je het écht niet kan laten, google dan eerst Kluun, Tommy Wieringa, Heleen van Royen, Harry Mulisch, mij en dan pas jezelf. Je zal zien dat iedereen wordt afgezeken. Je bent niet de enige.’ Nou goed, ik googelde dus eerst Ronald Giphart – en wat denk je? Alleen maar positiviteit. Daarna tikte ik “Özcan Akyol” in…  Louter bagger! Hoe dan ook, Ronald is mijn favoriete collega van 2013.

(2) Jan van Mersbergen

Jan heeft een broer in Deventer en om eerlijk te zijn werkt dat ontzettend in zijn voordeel. Los daarvan vind ik hem gewoon een goede gast. Ik ken geen andere schrijver die zo veel bier kan drinken. Let wel: ik drink whisky een stuk sneller dan Jan, laat daar geen misverstanden over bestaan. Inmiddels heeft Jan een enorme pens, die heb ik het afgelopen jaar zien groeien. Jan zit helemaal in die incestueuze literatuurscene van Amsterdam, maar toch ook weer niet. Hij is niet van de flauwekul. Een ruwe bolster. Een proletariër in de letteren. Hij produceert in moordend tempo. Het is een feest als ik ergens met Jan van Mersbergen mag voorlezen. We zijn de enige twee die áltijd na afloop bier drinken. Tijdens de drank lachen we mensen uit. En onszelf. We hoeven elkaar niet voor de gek te houden.

(3) Alex Boogers

Hij wordt door veel collega’s geprezen, zijn boeken krijgen nagenoeg altijd positieve recensies en iedereen in het vak gunt hem het grote succes. Dat laat alleen nog op zich wachten. Alex is zich bewust van dat ‘geploeter in de marge’. Hij laat geen mogelijkheid onbenut om over tegenvallende verkoopcijfers te praten. Hij vindt mij een commerciële hond, tegelijkertijd waardeert hij dat in mij, dat ik er ‘goed in ben’ en altijd eerlijk zeg dat commercie belangrijk is. Alex zeikt mij vaak af, maar dat komt voort uit liefde. We zijn beiden buitenbeentjes in de Nederlandse literatuur. We komen niet uit een gespreid bedje. Ik vind het jammer dat Alex vroeger een vechtsporter was, anders had ik hem allang een paar klappen verkocht, oud zeikwijf dat hij er rondloopt! Er is geen andere collega die ik het succes meer gun dan Alex, al is het maar om van zijn gemekker af te zijn. 

(4) Robert Vuijsje

Op het eerste oog lijkt hij ondoorgrondelijk en zelfs na een halfjaar kon ik geen peil op zijn karakter trekken. Eigenlijk tast ik nu nog steeds in het duister. Wie is deze man? Nou goed, we hebben veel telefonisch contact en meestal wisselen we dan ervaringen uit. Hij heeft er natuurlijk meer. Robert is droog en hoewel ik dus het gevoel heb dat ik hem nog lang niet ken, is er toch harmonie tussen ons. Klinkt dat gay? Is niet zo bedoeld. We denken over veel zaken hetzelfde. Over heel veel zaken ook niet, trouwens. We aten een keer in een Amsterdams restaurant. Er kwam een dikke zwarte vrouw binnen. Ik at rustig door, maar Robert kon niet ophouden met staren. Kort daarna kwam er een groepje hipsters binnen, blonde meisjes in sexy jurkjes. Ik geilde op die meisjes. Robert merkte ze niet eens op. Dat is een groot verschil.

 (5) Herman Brusselmans

Nu ja, ik las dus al zijn boeken en ben een groot bewonderaar van zijn werk. Hij is een van mijn literaire helden. Een kennismaking was onvermijdelijk. Begin 2013 gingen mijn uitgever en ik naar Gent, op bezoek bij Herman, lekker eten in die kutstad. Je hoopt natuurlijk dat iemand in het echt even tof is als in zijn boeken. De eerste vraag die Herman mij stelde: ‘Eus, heeft je vriendin een geschoren poes?’ Dat was de Brusselmans uit zijn boeken. Bij latere ontmoetingen merkte ik dat hij anders is dan op televisie, niet minder leuk of zo, integendeel: gewoon een lieve ietwat verlegen man. Nu zien we elkaar af en toe tijdens optredens, en soms stuur ik hem een mail. Vorige week, bijvoorbeeld, toen ik las van zijn nieuwe verloofde. Dat werd eens tijd, godverdomme. Dat oeverloze gezeik over zijn ex! Alhoewel, net als veel andere auteurs, schrijft Herman beter als hij ongelukkig is. We gaan het meemaken.

Noot voor de lezer: Dit was mijn lijst. Ik sluit niet uit dat een van bovenstaande auteurs ooit in het geniep nare dingen over mij heeft gezegd. Weet jij meer? Mail me dan meteen. Wel doen, hoor.

Ik kan ook een Top 5 Minst Favoriete Schrijvers maken, maar daar zouden dan alleen allochtone auteurs in staan, en ik wil niet dat mensen denken dat ik een racist ben. Bovendien kwam ik de literaire wereld binnen door het werk van iemand af te zeiken, dus nu maar even lief en aardig doen. In 2014 meer aandacht voor de sukkels. Beloofd.