Treinmeisje
Zij kwam na een sprint van minimaal vijftig meter naast mij zitten. Volgens de dienstregeling had de trein drie minuten eerder moeten vertrekken, maar om onduidelijke redenen stond het gele monster bewegingloos langs het perron. Het meisje van zestien, met zwarte krullen en kopergroene ogen, bestudeerde mij opzichtig. Ik wierp een zijwaartse blik op haar en concludeerde dat zij potentie had om lekker te worden, maar ze moest nog rijpen. Dat wel. Zeker drie jaar. Ze staarde me onverzadigbaar aan en onderwijl kon ze maar moeizaam op adem komen. Dat kwam door die sprint. ‘Wat moet je?’ vroeg ik na een paar seconden, gewoon om het ijs te breken.
Ze talmde duidelijk, wist kennelijk niet of ze haar vraag wel aan mij kon stellen, maar de nood was hoog. Dat zag ik aan haar trillende lippen, waardoor ze enkele, onverstaanbare woorden stamelde. ‘Spreek je ook Nederlands?’ vroeg ik cynisch. Het onbekende meisje begon nog sneller adem te halen en liep rood aan. In de verte, in het andere gedeelte, verscheen een duo conducteurs dat in opperbeste stemming de kaartjes kwam controleren van de reizigers. Het tweetal was bijna bij ons, maar werd opgehouden door een zwartrijder. Fascinerend volk, die zwartrijders, vooral als het de vermoorde onschuld gaat spelen, of lastig gaat doen bij het opgeven van persoonlijke gegevens. De treinreizigers in onze wagon keken met grote belangstelling naar de verhitte discussie verderop, behalve het meisje dat naast mij zat. Zij keek naar mij.
Op dat moment wist ik natuurlijk niet veel over deze jongedame. Ze was waarschijnlijk van Marokkaanse afkomst, of misschien Perzisch. Hoe dan ook, ik vond dat zij zich erg gewaagd kleedde, zeker voor iemand uit die contreien. Ik bedoel: jonge meisjes met een dergelijke afkomst worden toch streng gecontroleerd thuis? Of is dat een geborneerde opvatting van een wereldvreemde kluizenaar. Dat zou je wel denken, hè? Maar toen de trein daadwerkelijk begon te rijden in de richting van Amersfoort, toverde ze een rok uit haar Björn Borg-tas, stond moeizaam op en trok het kledingstuk over haar veel te strakke broek. Zo één die springruiters dikwijls aanhebben tijdens een wedstrijd, of hoe noem je dat? Concours hippique. Afijn, zij viel weer in haar zetel en wierp een timide glimlach in mijn richting. En ik zag dat het niet goed was.
‘Waarom doe je dat?’ vroeg ik. ‘Wat?’ gromde zij. ‘Waarom ga jij je omkleden in de trein?’ Met moeite ontstond er weer een glimlach op haar gezicht. ‘Ik mag niets van mijn ouders’, verklaarde het meisje. Nou, niets vond ik eigenlijk ook wel erg weinig. ‘Is daar een reden voor?’ vroeg ik derhalve. ‘Ik bedoel, ben je een meisje dat in het gareel moet worden gehouden, omdat zij anders via de islamchat met allerlei louche figuren afspreekt en zich vervolgens laat bezwangeren door deze ongure types?’ Nu moest zij al meer lachen. ‘Nee, ben je para of zo? Mijn ouders zijn gewoon niet zo modern. Krijg helemaal geen vrijheid, man.’ Ik onderzocht nog eens goed haar merkwaardige ogen. ‘Dat is niet je echte kleur, hè?’ Zij keek schaamtevol opzij en slaakte een voor mij onduidelijke kreet. ‘Maar het staat me wel goed, of niet?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Daar heb ik geen mening over.’
De conducteurs konden eindelijk weer doorlopen en bewogen zich gestaag in de richting van ons gedeelte. Het jonge meisje, met de evidente potentie om weldra, misschien zelfs over twee jaar, enorm begeerlijk te worden, dan doel ik op het soort vrouw dat je alle hoeken van je studentenkamer wil laten zien, kreeg weer een rode teint en stelde mummelend een vraag aan mij. Onverstaanbaar, dat wel. ‘Nu zit je al zo’n tien minuten naast me, wil je even lang een vraag aan me stellen, maar slaag je daar niet in,’ merkte ik op. ‘Kom nou, maak van je hart geen moordkuil. Wat is er aan de hand, kleine fraudeur?’ De Perzische nimf, die titel gaf ik haar, stalde een hand op mijn schouder en fluisterde mij haar confessie toe. ‘Ik heb geen Ov-jaarkaart, maar wel een kaartje met korting. Heb jij een OV? Mag ik doen alsof ik met je meereis?’
‘Kortingskaart?’ vroeg de lange conducteur met een goed gecultiveerde snor. ‘Ze reist met mij mee, mijnheer. Zij is mijn zusje.’ Hij lachte vriendelijk en zette mechanisch zijn werk voort. Een loden last viel van de schouders van het treinmeisje, dat zag je. ‘Nu wil je zeker zoenen,’ zei ze, ‘of wil je dat ik je masseer?’ Daar moest ik even over nadenken. Gemasseerd worden is wel fijn. Maar zij wilde me belonen, dus. Best bizar, vond ik. ‘Nu begrijp ik beter waarom je ouders je nauwgezet in de gaten houden, misschien moet je wat beter op jezelf passen. Iets meer zelfrespect kan geen kwaad.’ Debiteerde ik. ‘Je praat als mijn vader,’ snauwde ze meteen. ‘Je kent me niets eens!’ Het onderwerp was duidelijk eerder te berde gebracht door anderen. Vanaf dat moment negeerde ik de zestienjarige puber die boos en sniffend naast mij zat. Ik staarde naar het landschap buiten, dacht aan haar en filosofeerde over welke wending haar leven over drie jaar zal nemen.