vakantie

U heeft er niets van gemerkt, maar ik bivakkeerde een week in het buitenland, op een Grieks eilandje, samen met mijn jonge gezin – onze eerste vakantie als viertal.

Op het resort waar we verbleven, hadden we een mooie duplexkamer gekregen, inclusief een bescheiden privé-zwembad. Ideaal voor de kinderen. En voor ons.

Dat was althans de papieren werkelijkheid. In de praktijk bedacht Mia, die op het hoogtepunt van haar peuterpuberteit zit, dat ze niets met water te maken wilde hebben.

Iedere keer als ze in de buurt van een druppel kwam, zwembad of zee, begon ze te krijsen.

‘Wat nu?’ vroeg ik aan mijn vriendin. Zij gebaarde dat alles vanzelf goed zou komen. De kinderen moesten wennen.

Ons eerste ontbijt verliep ook stroef: Mia wilde niets eten en smeet alles op haar bord weg, met de toevoeging dat het vies was.

Daarna ontwikkelde ze een nieuwe hobby: kinderstoelen door de hele zaal duwen. Vaak ramde ze daarbij tegen andere tafels, zodat er van alles omviel.

Ze hield deze vorm van baldadigheid de hele vakantie vol. We plaatsten op Instagram wat lieve plaatjes, maar moesten daarbij wel gniffelen, omdat we plotseling heel goed begrepen hoe socialemediabedrog werkt.

Op de derde dag kreeg Baran (zeven maanden) zijn eerste tandje.

Heel lief, alleen kon hij vanaf dat moment niet meer slapen, geteisterd door de pijn in zijn tandvlees. Dat was meteen ook het einde van onze nachtrust.

Mia had ook iets nieuws: telkens als we langs het hoofdrestaurant liepen, ging ze pontificaal voor de ingang liggen, zodat ze de route tijgerend kon voortzetten. Het personeel keek vertederd maar ook wat ongemakkelijk naar onze rebel.

Ik vroeg mijn vriendin, die inmiddels een koortslip had, zo groot als een golfbal, of dit de bedoeling was van een vakantie. Haar optimisme was verdwenen. Ik stelde voor om twee dagen eerder naar huis te gaan, als die mogelijkheid bestond. Er was een vlucht.

Eenmaal thuis werd Mia helemaal zichzelf. Ze at alles en wilde zelf in bad.

Toen ik dit verhaal naderhand aan kennissen vertelde, zeiden ze allemaal: ‘Ja, vakantie is verschrikkelijk, als ze nog zo jong zijn. Dan kan je er beter niet aan beginnen.’

Lekker dan. Dat hadden ze eerder mogen vertellen.

Afijn. Gelukkig hebben we de Instagramfoto’s nog.