Verjaardag

Er zijn veel zaken die voor afschaffing in aanmerking komen, zoals Zwarte Piet, vuurwerk voor particulieren, de publieke omroep, het glazen plafond en natuurlijk de mogelijkheid voor kansloze debielen om een social media-account aan te maken. Helaas is er minder aandacht voor het verjaardagsfeest, de meest verschrikkelijke activiteit die er bestaat.

Het lukte mij om vijf jaar lang weg te blijven van dergelijke dieptreurige bijeenkomsten, maar afgelopen weekend troonde mijn verkering mij mee naar een huis in Amsterdam, waar een vriendin van haar in een klein gezelschap haar dertigste verjaardag zou vieren.

Er waren kratten bier, flessen wijn, verschillende hapjes en natuurlijk een taart.

We hadden een mooi cadeau gekocht, al wisten we dat genodigden tegenwoordig vooral geld geven, daar vraagt het feestvarken dan zelf om. Ik zou nooit om pegels durven vragen, misschien ben ik sociaal gestoord en onaangepast. Het schijnt zelfs dat binnen een vriendengroep wordt overlegd over hoeveel geld iedereen individueel moet geven. En soms schenken mensen gezamenlijk een cadeau, als ze het tenminste eens worden over de som.

Lekker je waardering voor een ander met elkaar afstemmen.

Toen wij daar aankwamen, zaten de genodigden in een kring. Een meisje vertelde een verhaal dat ik vijf keer eerder had gehoord, maar dan elders, in een andere setting. ‘Ja, ik ga meer rode wijn drinken, in plaats van Sauvignon Blanc. Dat is beter voor de bloedvaten.’

Het zijn altijd dezelfde figuren die het hoogste woord willen voeren. Altijd maar dat gezeik over hun doelen en plannen, alsof het me ook maar een reet interesseert wat jij in het dagelijks leven onderneemt. Ik kende de levensgeschiedenis van dat zelfingenomen wicht, maar als iemand mij naar haar naam vroeg, zou ik het antwoord schuldig moeten blijven.

Ik kon de verschrikking niet aan en liep naar de keuken, daar stond de opa van de jarige Jet. Hij begon te raaskallen over zijn pensioen, de nieuwe mogelijkheden die het leven bood en vertelde over zijn voornemen om meer te gaan fietsen met zijn vrouw, precies hetzelfde gezever dat ik een halfjaar eerder tijdens de verloving van zijn kleindochter had gehoord.

Gelukkig kwam er een peuter tussen ons in staan, een klein jongetje dat zo te ruiken in zijn broek had gekakt. Om geen twijfel te zaaien, ging hij op zijn hurken zitten en begon hij te persen, net zo lang tot hij knalrode babywangetjes kreeg. Een vrouw verontschuldigde zich,  raapte het kind van de grond en nam het voor een nieuwe luier mee naar de badkamer.

Er bestonden twee middelen die me van deze ellende konden bevrijden: zelfdoding of alcohol. Ik ging na een korte beraadslaging met mijn vriendin voor de laatste optie.

Voor de koelkast stonden ooms, neven en mensen die ik niet kende. Hun probleem was het bier, dat was niet koud en daarom moesten ze iets verzinnen. Een jongen van mijn leeftijd klampte me aan en vroeg of ik zijn buurman in Purmerend was. ‘Nee, echt niet? Maar je komt me zo bekend voor. Kom op, niet ouwehoeren.’

Ik deed een stap naar achter en ging weer naar de huiskamer, waar de gasten waren opgestaan en in kleine groepjes met elkaar praatten. Nou ja, vooral stiltes opvulden. Ik zag mijn kans schoon en piepte er stilletjes tussenuit. Verderop stond de buurtkroeg.

Ik bestelde wijn. ‘Rood of wit?’ vroeg de barvrouw.

Ik zei dat het me niets kon schelen.

 

(Deze column verscheen eerder in Nieuwe Revu)