Vrouwen die lezen

In De Slegte in Apeldoorn zocht ik de boeken op mijn lijstje. De muffe geur van het oude papier in het antiquariaatgedeelte heeft, hoe pathetisch het ook klinkt, een rustgevende werking op mij. Ik voel me thuis tussen de afdankertjes van anderen. Ik was reeds tien minuten in de winkel toen een donkerblond meisje doelgericht naar een krakkemikkige kast liep. Ze zocht tussen de boeken, trok af en toe een exemplaar eruit om het te bestuderen en drukte almaar plukjes haar achter haar piepkleine oren. Met Borderwijks Karakter in mijn hand loenste ik naar de kont van het meisje. Een mooie kont, mag ik wel zeggen. Niet te groot en een uitstekende vorm. Nu heb ik altijd al gezegd, dat het meisje met wie ik zal trouwen regelmatig en uit eigen beweging een bibliotheek dan wel boekwinkeltje dient te bezoeken. Aan die eis voldeed dit mokkel. Ik voelde een tinteling in mijn buik. Het was zaak voor mij om te achterhalen in hoeverre zij aan al mijn andere eisen voldoet.

Ik liep op haar af, ordende tijdens dit nietige wandelingetje mijn wenkbrauwen en probeerde te verifiëren of ik niet uit mijn bek stonk. ‘Kan ik je misschien helpen?’ vroeg ik meteen toen ik naast haar halt hield. Ze bleef gebogen staan en tuurde naar boven. ‘Werk je hier dan?’ Ik moest lachen. ‘Nee, natuurlijk niet. Zie ik er uit als een doorsnee patjepeeër met een somber toekomstperspectief?’ Het meisje kwam nu overeind. Ze voelde even aan haar onderrug. ‘Nee, dat niet,’ zei ze. ‘Je ziet er meer uit als een player, zo’n gast die twee mobiele telefoons heeft en in ieder stadje een ander schatje heeft lopen.’ Ik wierp een blik op de kast waar het meisje zojuist had gezocht en groette een oudere man die over de afdeling liep, om vervolgens mijn aandacht weer aan haar te gunnen. ‘Dat is een vreemd beeld dat jij van mij hebt. Hoe kom je erop?’ Ze negeerde mijn vraag en zocht weer verder in de kast, nu gehurkt. Haar decolleté bood uitzicht op een paar vrije borsten, die ik bijvoorbeeld zou willen aflebberen. Doch het was duidelijk dat ik hier te maken had met een halfdebiele hoer die apert met een trauma rondliep.

‘Heeft je vriendje je soms bedrogen?’ Er kwam geen antwoord. Ik pakte intussen een boek uit de kast, spuugde erin en drukte het weer terug op zijn plaats. Ze reageerde meteen: ‘Hé, dat is toch niet normaal, man. Zo ga je niet om met literatuur!’ Haar ogen waren groter geworden. Ze keek me aan alsof ze me haatte. ‘Maar dit is geen literatuur,’ antwoordde ik goedmoedig. ‘Het is een boek van Ronald Giphart.’ Het leek er op dat ik weinig succes zou behalen bij dit labiele wijf. ‘Ziet je ex-vriendje er soms een beetje uit als ik?’ Het meisje haalde een boek uit de kast, bladerde er wat in en biechtte ineens op: ‘Ja, heel erg. Hij heeft ook zo’n kapsel en dezelfde bakkebaarden.’ Toen biggelde een traan over haar wang, ze geneerde zich en draaide haar rug naar mij toe. Ja, man, dacht ik, dat is echt een prima kont. Jammer van die kuiten. Die konden beter. Ik legde een hand op haar rechterschouder en sprak troostende woorden. Zo sprak ik bijvoorbeeld over de tijd, hoe die alle wonden heelt en zo. Ze rook naar de Jean Paul Gaultier voor vrouwen. Best lekker.

Net op het moment dat zij zich omdraaide en ongetwijfeld flink geknuffeld wilde worden – door mij, natuurlijk –, ging mijn mobiele telefoon af. Ik hoorde gepiep. Ik zocht in mijn rechterbroekzak doch trof daar een toestel aan dat op stand-by stond. Vervolgens voelde ik in mijn vest, drukte op de knop van mijn andere gsm en vertelde een vriend dat ik geen zin had om die nacht ergens in te breken. Na het gesprek deed ik de telefoon weer in mijn zak en spreidde mijn armen om haar op te vangen. ‘Jij hebt ook twee telefoons!’ zei ze ineens verwijtend. ‘Nou en? Alle zakenlieden hebben twee telefoons. Vind jij hen ook hufters?’ Onze conversatie werd wreed verstoord door twee personeelsleden van De Slegte die uit de bezemkast vielen die naast de boeken stond geposteerd. Ze waren beiden halfnaakt. De twee lesbiennes hadden kennelijk liggen vozen in die ruimte. Godzijdank waren zijn allebei foeilelijk, anders had ik me misschien boos gemaakt om hun homoseksuele voorkeuren. Ik negeerde de tribaden en wachtte nog steeds op het antwoord van het meisje dat beter haar best moest doen, wilde ze nog in aanmerking komen om op mijn toeter te mogen blazen.

‘Luister,’ zei ik derhalve, ‘als je van plan bent om nog langer door te gaan met die onzin van je, dan staak ik subiet al mijn pogingen om je mijn bed in te lullen. Wat denk je wel niet?’ Ze ritste haar zomerjasje dicht, wierp nog een boze blik op mij en vertrok uit de winkel. Het zag er naar uit dat het meisje, wier naam ik niet eens heb kunnen ontdekken, afgezien van het feit dat ze een boekwinkelbezoeker is, niet aan al mijn eisen kon voldoen. Zo was ze bijvoorbeeld niet zo lankmoedig, dat stond buiten kijf. Ik liep naar de sectie poëzie en struinde de planken af naar unieke titels. Toen ineens kwam er een beeldschone dame met kortgeknipt haar naast me staan. Ze lachte gefabriceerd naar me. Ik voelde weer een tinteling in mijn buik. Was ik verliefd? Van meisjes die poëzie lezen weet ik dat ze helemaal krankzinnig zijn. Dat is goed. Die doen niet moeilijk als je eens de inhoud van een fles whisky van hun tieten wilt aflikken. ‘Hallo meisje, zullen we straks naar mijn huis gaan?’ vroeg ik. Ze drukte me weg en liep direct naar de uitgang. Tjonge, dacht ik, die mokkels doen moeilijk vandaag. En ik zocht weer vol liefde door naar mooie boeken. Want de literatuur brengt verlichting, meer dan vrouwen. En zo is het.