Zwijgen is instemmen

Parijs werd twee keer door barbaarse moslims in het hart getroffen en de angst voor nieuwe aanslagen houdt onze westerse beschaving momenteel gegijzeld. Ik hoop dat de grote landen eindelijk hun handen in elkaar slaan, ondanks tegengestelde belangen, en ervoor zorgen dat vrede, of in ieder geval politieke stabiliteit in Syrië zal terugkeren.

Want de oorlog van IS tegen het Westen zorgt niet alleen voor dood en verderf, hij legt ook pijnlijk bloot hoe labiel en kwetsbaar onze samenleving is. In Nederland was de onderbuik alleen voor de oorlog zo groot als nu. Veel burgers grijpen de vluchtelingenstroom aan om hun virulente afkeer van vreemdelingen en moslims te etaleren.

Het debat in ons land wordt as we speak volledig bepaald door de nieuwe fascisten van de Partij voor de Vrijheid, die tegenwoordig zelfs mensen subtiel aansporen tot verbaal en fysiek geweld, en daar nota bene een hashtag voor in het leven hebben geroepen: kom in verzet.

Dat verzet uit zich vooralsnog in het verstoren van inspraakavonden, belagen van asielzoekerscentra en een eindeloze stroom aan racistische uitingen op sociale media en andere websites.

Als ik een parallel trek met sommige andere landen waar nationalisten of religieuze gekken steeds meer macht naar zich toe trekken, dan valt telkens op dat de oppositie flets en onmachtig is. Dat geldt ook voor Nederland: het aantal parlementariërs dat Geert Wilders van repliek zou moeten dienen, bestaat uit een bende bange broekpoepers die het vooral aan charisma, eloquentie en politiek ideeën ontbreekt.

Het schaapachtig zwijgen als rechtsextremisten hun grenzen verleggen, doet vermoeden dat de partijen die wij vroeger als links en sociaal zagen tegenwoordig de boodschap van de racisten latent ondersteunen. Een andere verklaring is er niet voor hun passiviteit. De kern van het linkse electoraat bestaat namelijk voor een groot deel uit mensen die nooit de overstap naar fascisten zullen maken.

Maar nog veel erger dan lafhartige politici zijn de burgers die zich altijd en overal profileren als het ‘genuanceerde midden’. Deze groep is groter dan rechts en links bij elkaar. Ze zien hoe een geblondeerde gek honderdduizenden Nederlanders wegzet vanwege hun geloof, maar toch durven ze er niets van te zeggen omdat ze vrezen dat ze zelf het mikpunt van pesterijen zullen worden.

Ik beweer niet dat het ‘genuanceerde midden’ of ‘de zwijgzame meerderheid’ niet mag bestaan, maar je kan best kritisch zijn op het asielbeleid én tegelijk ferm stelling nemen tegen een of andere dwaas die roept dat we kogels moeten jagen door de knieschijven van Marokkaans-Nederlandse ettertjes. Het afgelopen jaar hebben we constant naar het krijsen en angstzaaien van de zelfbenoemde gewone man moeten luisteren, een repeterende treurmars van zeikende burgers die hun eigen maatschappelijke falen projecteren op andere mensen.

Als de huur of zorgpremie omhooggaat, is dat volgens hen niet de schuld van zichzelf verrijkende bestuurders of de farmaceutische industrie, maar van getraumatiseerde kleuters die ternauwernood aan moordlustige jihadisten konden ontsnappen.

En zolang niemand deze gekken uitlegt hoe het daadwerkelijk zit, blijven we op deze manier doorgaan. Ik hoop dat Nederland weer een land wordt van moedige, nuchtere en intelligente mensen die zich niet gek laten maken door demagogen en religieuze fanatici. In 2016 moeten we onze branie herpakken, dit zijn geen tijden om laf te zijn.

(deze column verscheen eerder in Nieuwe Revu)